Ziek van je voorouders



Download 1.98 Mb.
Page3/12
Date09.11.2016
Size1.98 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12
‘Naar wij vernemen, heeft patiënt sedert vele jaren aan chorea geleden en is dit lijden van lieverlede erger geworden. Bij vlagen vertoont zich daarenboven bij hem een staat van krankzinnigheid. De laatste 4 à 5 jaren heeft hij in het armhuis doorgebracht; eene geneeskundige behandeling is nooit aangewend. Zijn vader en broeders zijn aan dezelfde ziekte overleden.’50

In het ziekteverslag wordt de diagnose chorea niet nader gespecificeerd (hereditaria of adultorum, minor, major). Navraag bij de burgerlijke stand en familieleden in Rijnsburg leert Beukers dat de vader van Dirk van de Meij, Gerrit, aan de ziekte was overleden in 1826. Tevens achterhaalt Beukers dat zowel de overgrootvader van Willem (Paulus van der Meij, 1736-1794) als de overgrootmoeder (Sijtje de Koning, 1746 - ?) zouden zijn aangedaan. Echter dit wordt bij later genealogisch onderzoek weersproken.51 Paulus van der Meij was eerder gehuwd met Mensje van Egmond (1741-1771). Uit dat huwelijk zijn vier kinderen geboren. In het nageslacht van deze kinderen is de ziekte van Huntington niet bekend. Uit het huwelijk met Sijtje de Koning zijn zes kinderen geboren, twee daarvan zijn bekend met de ziekte van Huntington. Het ligt voor de hand aan te nemen, dat niet Paulus van der Meij maar Sijtje de Koning, geboren te Rijnsburg, de ziekte van Huntington had.



Vóór het proefschrift van Beukers zijn er geen gevalsbeschrijvingen die handelen over de samenhang van bewegingsstoornissen, gedragsproblemen en erfelijkheid.

Stamboom (Ahnentafel) Van der Meij (1890)
1.2 De ziekte van Huntington in Nederland
1.2.1 Rijnsburg

Het proefschrift van Beukers toont dat er aan eind van de 18e -, begin van de 19e eeuw in Rijnsburg mensen wonen met de ziekte van Huntington. Het oudst bekende lid van de familie is in 1779 in Rijnsburg geboren. Eerdere genealogische gegevens van deze familie zijn niet bekend.


De oudste gegevens over Rijnsburg wijzen op een rond 500 na Christus dichtbevolkte plaats. De ligging van Rijnsburg, direct aan de Rijn, is voor de aan – en afvoer van mensen en goederen belangrijk. In de 17e eeuw wordt Rijnsburg een toevluchtsoord voor een groot aantal onderdrukte (on)gelovigen.52 In de 17e en 18e eeuw kent Rijnsburg veel goed producerende land - en tuinbouwers. Het dorp verarmt in de loop van de 19e eeuw door de opkomst van het Westland. 53

De trek naar Rijnsburg vanuit de omliggende gemeenten is tot halverwege de 19e eeuw groot. Bij de volkstelling van 1829 bijvoorbeeld telt Rijnsburg 1295 inwoners. In 1840 zijn dat er 1527. Van de nieuwe Rijnsburgers in 1840 komen er zesenvijftig uit Katwijk, vijfendertig uit Leiden, dertig uit Noordwijk, tien uit Oegstgeest, negen uit Voorhout, zeven uit Lisse en zeven uit Sassenheim.54

Hoewel de Katwijkse en Rijnsburgse bevolking, aan de volkstelling van 1840 te zien, veel met elkaar in contact staat, heeft men een (familie)relatie tussen de Rijnsburgse - en de Katwijkse tak met de ziekte van Huntington nooit kunnen aantonen.55
1.2.2 Katwijk

Over de ziekte van Huntington in Katwijk wordt voor het eerst in 1923 geschreven door G.F. Gezelle Meerburg.56 Hij bezoekt voor zijn onderzoek gestichten en klinieken in het land om na te gaan of er mensen zijn opgenomen (geweest) met de ziekte van Huntington. In Endegeest te Oegstgeest ziet hij Jan Haasnoot, los werkman uit Katwijk, geboren te 1862. Zijn moeder is Wimpie van Dijk, geboren te 1833, in 1889 overleden aan de ziekte van Huntington, terwijl haar moeder Gijsje Molenaar (1812-1880) eveneens choreatisch is geweest.57 Later spreekt Gezelle Meerburg Annie Dubbelaar, eveneens uit Katwijk, geboren in 1873. Hij vindt het merkwaardig dat zowel Jan Haasnoot als Annie Dubbelaar de naam Molenaar in hun voorgeslacht hebben, terwijl hijzelf geen familierelatie kan aantonen.



Dr. M.C. Mackenzie-v.d.Noordaa, zenuwarts te Amsterdam, kan dat later wel. De door haar gemaakte stamboom geeft duidelijkheid: Annie Dubbelaar en Jan Haasnoot stammen af van Maarten Molenaar, geboren in 1744 te Katwijk, in 1780 gehuwd met Sijtje Klinkenberg uit Noordwijk. Zij krijgen meerdere kinderen, twee zoons, Jan (1781-1839) en Arie (1784-1841) hebben beiden, volgens overlevering, de ziekte van Huntington. Niet duidelijk is of zij de ziekte van hun moeder -, dan wel van hun vader geërfd hebben.58

Fragment stamboom M. Molenaar (dr. M.C. Mackenzie-vdNoordaa)
1.2.2.1 De Katwijkse mythe

In Katwijk en omstreken gaat het hardnekkig gerucht dat een schipbreuk bij Tristan da Cunha de ziekte van Huntington naar het dorp bracht.59 Wat zijn de feiten?

Op 9 september 1835 vertrekt de schoener Emily van Stonington, Connecticut (VS) vanuit de haven van New York voor een zeehonden – en walvissenstrooptocht in de Zuidelijke en Indische Oceaan. Aan boord bevindt zich de Katwijker visser Pieter Groen (1808-1902), zoon van Willem Pieter Groen en Jaapje Schaap (beide in 1833 aan cholera overleden).

Eind augustus 1836 slaat het schip tegen de rotsen van Tristan da Cunha te pletter. De opvarenden worden gered en kunnen na een kort verblijf op Tristan verder reizen. Drie mannen blijven achter om zich op het eiland te vestigen. Eén van hen is Pieter Groen.

Al in 1828 heeft Groen Katwijk verlaten om zijn geluk te beproeven op de wereldzeeën. Op Tristan wordt zijn naam Peter Green; hij trouwt met Mary Jacobs, halfbloed dochter van de donker gekleurde Sarah Swain. Zij krijgen acht kinderen. Pieter Groen is nooit meer in Katwijk geweest. Tot aan zijn dood werd hij gezien als headman of Governor van Tristan. 60
Hoe het gerucht in de wereld is gekomen, is niet duidelijk. De ziekte van Huntington is een vreemde ziekte, die voor de aan hun geboortegrond gehechte Katwijkers uit een ver vreemd land over zee gekomen moet zijn. Pieter Groen is een van de weinige Katwijkers die al op jonge leeftijd besloot dat zijn toekomst niet lag ‘in een ploeterend bestaan als een Katwijkse haringvisser’.

Waarom kunnen Pieter Groen of zijn nakomelingen onmogelijk de ziekte van Huntington naar Katwijk gebracht hebben? Allereerst zijn Pieter, zijn echtgenote Mary, zijn kinderen of kleinkinderen volgens overlevering nooit (meer) in Katwijk geweest.

Belangrijker is nog dat in 1961 het eiland Tristan da Cunha tijdelijk ontruimd is geweest in verband met een vulkaanuitbarsting. Alle bewoners, honderd drieënvijftig volwassenen met hun kinderen, waarvan 40% nazaten van Pieter Groen, werden naar Londen verscheept. Twee jaar later zijn alle mensen weer teruggegaan naar Tristan.

In Londen heeft men bij deze geïsoleerde groep een erfelijke vorm van astma gediagnosticeerd, bijna de helft van de bevolking leed er aan. Er zijn geen gegevens die verwijzen naar de ziekte van Huntington. In 1990, 1993 en 1996 heeft men opnieuw genetisch onderzoek gedaan op het eiland zelf. Kevin Davies schrijft daarover in zijn boek Cracking the Genome (1997).61 Davies is bekend met de ziekte van Huntington. In zijn boek wordt herinnerd aan het succesvolle onderzoek dat in de tachtiger jaren in Venezuela onder leiding van Nancy Wexler is uitgevoerd. Dat onderzoek vond plaats langs zuidkust van Lake Maracaïbo in Barranquitas, waar meer dan 5000 mensen met de ziekte van Huntington wonen. Bij dát onderzoek is duidelijk geworden op welk chromosoom het ziekmakende gen ligt, namelijk het chromosoom 4.62




Download 1.98 Mb.

Share with your friends:
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12




The database is protected by copyright ©sckool.org 2020
send message

    Main page