Sherborne’s bewegingspedagogiek



Download 0.84 Mb.
Page10/11
Date09.11.2016
Size0.84 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

Acceptatie

In tabel 3.9 zijn de scores van de moeders op de acceptatieschaal van de NOSI en NOSI-K met elkaar vergeleken. Deze schaalscore geeft de mate aan waarin een kind niet voldoet aan de verwachtingen van ouders omtrent fysieke, intellectuele en emotionele eigenschappen. Per gezin is aangegeven of er een verbetering ten aanzien van acceptatie van het kind door moeder is opgetreden tijdens de IOG en/ of erna. Het verschil in scores op de NOSI-K is met behulp van het programma BergOp beoordeeld. Bij de scores op de NOSI geldt dat er sprake is van verbetering indien het verschil tussen twee metingen groter dan 8 is.


Tabel 3.9 Veranderingen ten aanzien van de acceptatie van het kind door moeder.

S = Sherbornegroep, C = controlegroep

rood = NOSI; blauw = NOSI-K

0 = geen verbetering; + = verbeterd, maar niet klachtenvrij; ++ = verbeterd en klachtenvrij;

* = score van voormeting valt binnen categorie ‘gemiddeld of boven gemiddeld’
Uit tabel 3.9 blijkt dat bij vijf van de acht gezinnen in de Sherbornegroep de moeders bij afsluiting van IOG hun kind meer accepteren. Bij de drie overige gezinnen is er geen verbetering opgetreden. In twee van de vijf gezinnen waar een verbetering is opgetreden, houdt deze verbetering stand. In één van de gezinnen waar geen verbetering is opgetreden scoorde moeder bij aanvang van de IOG al gemiddeld.
In de controlegroep blijkt dat twee moeders bij aanvang van de IOG gemiddeld scoren (C1 en C4). Deze moeders laten geen verbetering zien in scores op de acceptatieschaal. Bij twee gezinnen is de acceptatie van het kind door de moeder verbeterd en van één gezin ontbreken de testgegevens. In de twee gezinnen waar een verbetering is opgetreden, zijn de problemen met betrekking tot de acceptatie van het kind bij afsluiting nog steeds aanzienlijk (C2 en C3). Het in onbekend of deze verbetering stand houdt, door zet of weer afneemt na verloop van tijd vanwege het ontbreken van de testgegevens bij follow-up.
Conclusies ten aanzien van verbeteringen in contact tussen ouder en kind

Er is onvoldoende bewijs om de vijfde hypothese dat binnen de gezinnen in de Sherbornegroep het contact tussen ouder en kind meer is verbeterd dan binnen de gezinnen de controlegroep aan te nemen, dan wel te verwerpen. Uit de interviews komen geen verschillen tussen de Sherbornegroep en de controlegroep naar voren ten aanzien van verbeteringen in het contact tussen moeder en kind. De opmerkingen die hierover worden gemaakt door moeders in de controlegroep verschillen inhoudelijk niet van die van de moeders in de Sherbornegroep. Ook binnen de Sherbornegroep zijn er geen duidelijke inhoudelijke verschillen tussen de moeders die Sherborne’s bewegingspedagogiek positief beoordelen en die dat niet doen. Op grond van de gegevens uit de interviews lijken de opgetreden veranderingen in het contact tussen ouder en kind in beide groepen vergelijkbaar. Op de vragenlijsten laten de meeste gezinnen in de Sherbornegroep een verbetering zien ten aanzien van hechting en acceptatie. In de controlegroep ontstaat een vertekend beeld doordat twee moeders gemiddeld scoren ten aanzien van de hechting met en acceptatie van hun kind bij aanvang van de IOG en van een moeder alle testgegevens ontbreken. Hierdoor is het niet mogelijk een eenduidige conclusie uit de analyse van de testgegevens te trekken. Dit maakt dat er onvoldoende bewijs is dat het contact meer is verbeterd door de Sherborne’s bewegingspedagogiek. De testgegevens sluiten echter ook niet uit dat Sherborne’s bewegingspedagogiek een positief effect heeft op het contact tussen ouder en kind.



Download 0.84 Mb.

Share with your friends:
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11




The database is protected by copyright ©sckool.org 2020
send message

    Main page