Sherborne’s bewegingspedagogiek



Download 0.84 Mb.
Page1/11
Date09.11.2016
Size0.84 Mb.
#1216
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11
Sherborne’s bewegingspedagogiek

binnen de Intensieve Orthopedagogische Gezinsbehandeling, een meerwaarde of niet?


Masterthese Psychologie

Universiteit Twente

Marieke Sanders- Sizoo

Begeleiding: Dr. M.W. M. Kuttschreuter

Dr. C. Bode

Jarabee: Dhr. E. Berk

Enschede, oktober 2008

Sherborne’s bewegingspedagogiek

binnen de Intensieve Orthopedagogische Gezinsbehandeling, een meerwaarde of niet?


Masterthese Psychologie

Universiteit Twente

Marieke Sanders- Sizoo

Begeleiding: Dr. M.W. M. Kuttschreuter

Dr. C. Bode

Jarabee: Dhr. E. Berk

Enschede, oktober 2008


Voorwoord
Vierenzestig pagina’s en meer dan zesentwintigduizend woorden heb ik nodig gehad om dit verslag naar eigen tevredenheid af te krijgen. En nog heb ik het gevoel dat over mijn afstudeeronderwerp nog heel veel meer gezegd kan worden. Voor ik mijn afstudeerperiode definitief afsluit, wil ik in dit voorwoord nog een paar van mijn overpeinzingen met de lezer delen. In de wetenschap gaat het veelal om een theoretische onderbouwing en de grote getallen bij effectmetingen. Ook in de jeugdzorg wordt er meer en meer aandacht besteed aan theoretische onderbouwing van methodieken en evidence based practice. Mijn inziens een prima ontwikkeling, maar uiteindelijk staat of valt het met het omzetten van al die kennis en onderbouwing in een goede afstemming bij die ene cliënt of dat ene gezin in de praktijk. Dit heb ik zelf ook zo ervaren tijdens de interviews. Ieder gezin en ieder gezinslid heeft een eigen achtergrond, een eigen verhaal en een eigen boodschap. Een hele klus om hier in de interviews wegwijs in te worden. Erg bijzonder vond ik het dan ook dat ondanks de grote verschillen in achtergrond iedere ouder me duidelijk bleek te willen maken dat vooral de ‘klik’ met de hulpverlener zoveel voor ze had betekend. Wanneer ik dit naast mijn eigen ervaringen leg, zowel in mijn werk als privé, vraag ik me wel eens af: zou het dan toch uiteindelijk allemaal gaan om contact maken met elkaar?
Vanwege het 25 jarig bestaan van de Kindertelefoon gaf Martine Delfos een lezing. Volgens haar staat in het communiceren met kinderen en jeugd contact maken centraal. En dat contact zou moeten worden gebaseerd op respect en bescheidenheid. Tegelijkertijd maakte ze haar verhaal een stuk breder door dezelfde gedachtegang door te trekken naar de hulpverlener en cliënt. Een erg inspirerend verhaal, maar vol begrippen die moeilijk te bevatten en al helemaal moeilijk wetenschappelijk te onderzoeken zijn. Martine Delfos sloot af met de zin: “we hoeven niet alles te begrijpen als we maar begrijpen dát we het niet begrijpen, dan gaan we vanzelf respectvoller met de ander om”. Een mooie zin om nog eens over na te denken.
Alle energie die ik in mijn studie en afstuderen heb gestopt, komt natuurlijk niet zomaar uit het niets. Daarom wil ik als laatste nog een hele lijst mensen bedanken voor hun steun, hulp en inspiratie. Vanuit de universiteit Margot, Lieke en Christina bedankt voor de begeleiding tijdens het onderzoek. Jullie op- en aanmerkingen waren altijd duidelijk en concreet. Vanuit Jarabee Eckerhard bedankt voor de prettige samenwerking. Je gaf me alle vrijheid en vertrouwen om het onderzoek op mijn manier uit te voeren. En José, mijn belangrijkste link met de gezinnen. Ik heb veel van je geleerd en keep up the good work! Natuurlijk ook de andere hulpverleners die mij in contact met gezinnen hebben gebracht en de overige gezinshulpverleners van Jarabee die ik heb bestookt met mails en vragen, bedankt! Alle gezinnen die deelnamen aan het onderzoek wil ik nogmaals bedanken voor hun openheid en eerlijkheid. Toch erg bewonderenswaardig.
Eigenlijk is het thuisfront nog veel belangrijker voor me geweest… Ouders en Hans bedankt voor het lezen van mijn verslag. Alle familie, super dat jullie altijd geïnteresseerd zijn geweest in mijn bezigheden en Hidde zo vaak bij jullie terecht kon. Tessa, Tristan en Loek, ik weet zeker dat Hidde het geweldig vond en vindt om met jullie te spelen. Dave, heerlijk dat je er bent en keer op keer mijn verhalen geïnteresseerd aan hoort. En Hidde, het was ontzettend ontspannend om met je te spelen, knuffelen en lachen tussen mijn harde werken door. Dat houden we erin!

Samenvatting
Sherborne’s bewegingspedagogiek maakt gebruik van op een speelse manier doelgericht bewegen en lichamelijk contact maken om de ontwikkeling van het kind te stimuleren. De veronderstelling is dat deze methodiek kan bijdragen aan het verbeteren van de hechting tussen kind en ouder. Momenteel wordt deze methodiek toegepast binnen de Intensieve Orthopedagogische Gezinsbehandeling (IOG) van Jarabee. IOG is een intensieve vorm van thuishulp voor gezinnen met meervoudige problemen. Kenmerkend voor de werkwijze is dat de draagkracht wordt versterkt en de draaglast wordt verminderd (empowerment). In opdracht van Jarabee is onderzocht wat de meerwaarde van Sherborne’s bewegingspedagogiek binnen de IOG is.
In dit onderzoek zijn twee groepen met elkaar vergeleken. De Sherbornegroep bestond uit acht gezinnen die IOG in combinatie met Sherborne’s bewegingspedagogiek hadden gekregen. De controlegroep bestond uit vijf gezinnen die de reguliere IOG hadden gekregen. Om de effecten van de behandeling te objectiveren, is gekeken naar de tevredenheid over de behandeling, de afname van gedragsproblemen van het kind, de afname in stressbeleving van moeder en verbeteringen in het contact tussen ouders en kind. Hierbij is gebruik gemaakt van informatie verkregen uit interviews met de moeders en de scores op verschillende vragenlijsten (CBCL/SDQ en NOSI/ NOSI-K).
Uit het onderzoek komt naar voren dat de effectiviteit van Sherborne’s bewegingspedagogiek in combinatie met IOG niet duidelijk anders of beter lijkt dan de effectiviteit van de reguliere IOG. De gezinnen in beide groepen bleken tevreden te zijn over de behandeling en gaven verbeteringen in het contact tussen ouder en kind aan. De helft van de moeders die Sherborne’s bewegingspedagogiek hebben gekregen, schrijft verbeteringen die zijn opgetreden in het gezin ook daadwerkelijk toe aan deze methodiek. De overige moeders geven echter vergelijkbare verbeteringen aan en schrijven dit toe aan andere interventies binnen de IOG. Er is er geen duidelijk effect van Sherborne’s bewegingspedagogiek aangetoond ten aanzien van de gedragsproblemen van het kind en de stressbeleving van de moeders. Tegelijkertijd bleken er onvoldoende gegevens beschikbaar om een positief effect van Sherborne’s bewegingspedagogiek uit te sluiten.
Een andere bevinding uit het onderzoek is dat Sherborne’s bewegingspedagogiek niet bij iedere ouder en ook niet bij ieder kind even goed aansloot. Ook de hulpverlener moet zich kunnen vinden in de werkwijze en gedachtegang van Sherborne’s bewegingspedagogiek. Mogelijk dat wel een meerwaarde kan worden aangetoond wanneer er meer ervaring is opgedaan bij welke ouders en kinderen de methode goed aansluit. Op dit moment lijkt het niet zinvol alle hulpverleners te scholen in de Sherborne’s bewegingspedagogiek. Het aanbieden van Sherborne’s bewegingspedagogiek als een extra interventie binnen de IOG kan echter wel degelijk waardevol zijn voor individuele gezinnen.

Abstract
Sherborne Developmental Movement is a methodology that uses creative movement and physical contact to stimulate children’s development. This methodology is assumed to contribute to improving attachment between child and parent. At this moment Jarabee, a welfare organisation for children in Twente, the Netherlands, currently provides Sherborne Developmental Movement as a part of the Intensive Orthopedagogical Family Treatment (Intensieve Orthopedagogische Gezinsbehandeling, IOG). IOG is an intensive family preservation program for families with multiple problems. This program is designed to increase a family’s resilience and burdens (empowerment). The study examines the added value of the Sherborne Developmental Movement within the IOG.
In this survey two groups have been compared. The Sherborne group consisted of eight families that received IOG in combination with Sherborne Developmental Movement. The control group consisted of five families that received regular IOG. To try and objectively assess the effects of treatment the following measures were used: satisfaction with treatment, reduction in behavioural problems of the child, reduction in stress perception of the mother and improvement in contact between parents and child. Results are based on interviews with the mothers and on various questionnaires (CBCL/SDQ and NOSI/NOSI-K)
The study found that the effectiveness of Sherborne in combination with IOG is not clearly different or improved compared to the effectiveness of regular IOG. The families in both groups appeared satisfied with the treatment and indicated improvements in the contact between parent and child. Half of the mothers who received Sherborne Developmental Movement attributed improvements that occurred in the family specifically to this methodology. The other mothers, however, experienced comparable improvements and attributed this to other interventions within the IOG. No clear effect on the behaviour of the child and the stress perception of the mothers due to Sherborne Developmental Movement has been demonstrated. However, data appeared to be insufficient to exclude a positive effect of Sherborne Developmental Movement.
Another finding from the study is that Sherborne Developmental Movement is not suitable for all parents and children. It is possible that added value can be demonstrated through further research examining which parents and children benefit from this methodology. The social worker must also support the theory and activities of Sherborne Developmental Movement. At this moment it does not seem meaningful to train all social workers in Sherborne Developmental Movement. The provision of Sherborne Developmental Movement as a supplementary intervention within the IOG, however, can indeed be valuable for individual families.

Inhoudsopgave

Voorwoord I
Samenvatting II
Abstract III
1. Inleiding

1.1. Jarabee 5

1.2 Intensieve Orthopedagogische Gezinsbehandeling (IOG) 5

1.3 Sherborne’s bewegingspedagogiek 10

1.4 Onderzoeksvraag 16
2. Methoden

2.1 Onderzoeksopzet 18

2.2 Onderzoeksgroep 19

2.3 Meetinstrumenten 20

2.3.1 Semigestructureerd interview 20

2.3.2 Vragenlijsten 21

2.3.3 Analyse 25
3. Resultaten

3.1. Bevindingen tijdens het beloop van het onderzoek 27

3.2 Algemene bevindingen 28

3.3 Bijdrage van Sherborne’s bewegingspedagogiek 31

3.1.1.Bijdrage van andere interventies 33

3.4 Tevredenheid 37

3.5 Gedragsproblemen 38

3.6 Stressbeleving 41

3.7 Contact tussen ouder en kind 44
4. Conclusie en discussie

4.1. Conclusie 49

4.2. Discussie 50

4.3 Aanbevelingen 54


Literatuur
Bijlagen

1 Inleiding

1.1. Jarabee


Jarabee, jeugdzorg in Twente, is een organisatie voor ondersteuning, hulp- en dienstverlening aan kinderen en jongeren van 0 tot 23 jaar, hun ouders en iedereen die in zijn werk met hen te maken heeft. De organisatie van Jarabee bestaat uit vier locaties ten behoeve van de uitvoering: Almelo, Hengelo, Oldenzaal en Enschede. Jarabee ontwikkelt activiteiten om te voldoen aan de vragen van cliënten en/of de maatschappij om ondersteuning of hulpverlening ter vermindering of voorkoming van problemen en stoornissen, ontstaan op het gebied van opgroeien en opvoeding. In dialoog met de cliënt wordt de hulp afgestemd op diens behoefte, de specifieke situatie, de ontwikkelingsfase en de leefomgeving. Een actieve rol van de cliënt in de hulpverlening wordt gestimuleerd. Kenmerkend voor de werkwijze is dat de draagkracht wordt versterkt en de draaglast wordt verminderd (empowerment).
Jarabee biedt verschillende hulpsoorten: specifiek ambulante jeugdhulp, dagbehandeling of 24-uurszorg. Onder specifieke ambulante jeugdhulp valt onder andere Intensieve Orthopedagogische Gezinsbehandeling (IOG). Deze vorm is bedoeld voor gezinnen met kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 die meervoudige en ernstige problemen hebben en/of een langdurige hulpverleningsgeschiedenis. Een uitgebreide beschrijving van IOG staat in paragraaf 1.2
In 2005 hebben twee gezinshulpverleners van Jarabee een cursus Sherborne’s bewegingspedagogiek gevolgd. Sindsdien passen zij deze methode binnen de IOG toe bij gezinnen waarbinnen vermoedelijk hechtingsproblematiek een rol speelt. Hun ervaring is dat de Sherborne’s bewegingspedagogiek voor veel gezinnen meerwaarde heeft naast de reguliere intensieve orthopedagogische behandeling. Deze meerwaarde zit vooral in het doen en ervaren van de oefeningen die zorgen voor een totaal andere insteek dan de verbale instructies en gedragsmatige insteek van de IOG. Vanuit één van de gezinshulpverleners is het verzoek gekomen de effecten van Sherborne’s bewegingspedagogiek binnen de IOG in kaart te brengen. Allereerst zal een beschrijving van de Intensieve Orthopedagogische Gezinsbehandeling en de Sherborne’s bewegingspedagogiek worden gegeven.

1.2 Intensieve Orthopedagogische Gezinsbehandeling (IOG)


Omschrijving van de interventie IOG

De hulpverlening van IOG vindt bij het gezin thuis plaats en richt zich op de volle breedte van de problematiek. De behandeling van IOG kent een duidelijke opbouw en fasering die bij ieder gezin worden gevolgd. Gemiddeld duurt de behandeling vijf maanden en wordt het gezin twee keer per week maximaal twee uur bezocht door een gezinshulpverlener. De gezinshulpverleners zijn in het bezit van een HBO-diploma SPH/MWD en hebben als aanvulling de post-HBO opleiding Intensieve Ambulante Gezinsbehandeling (IAG) gevolgd.


Het doel van IOG is tweeledig:

  1. Het zodanig verbeteren van het gezinsklimaat dat het gezin (met name de ouders) in staat is om de voorwaarden te scheppen waardoor groei en ontwikkeling van het kind gewaarborgd zijn.

  2. Het vergroten van de vaardigheden van de gezinsleden om beter gebruik te leren maken van formele en informele hulpbronnen in hun sociale omgeving (Schot & Steege, 1998; Roosma, 2000).

De behandeling bestaat uit drie fasen. In de eerste zes weken bouwt de hulpverlener een werkrelatie op met het gezin, stelt hij samen met de gezinsleden de doelen op en gaat hij waar mogelijk reeds aan de slag. In deze fase worden ook aantal vragenlijsten afgenomen om de ervaren problemen te objectiveren. In de periode tot vier maanden gaan de hulpverlener en het gezin gericht aan de slag om de gewenste veranderingen te bereiken. Tijdens de behandelperiode past de hulpverlener methodische interventies toe in het gezin om veranderingen tot stand te brengen. De hulpverlener zet deze in, afhankelijk van de doelen en de wensen van het gezin. Voorbeelden van dergelijke interventies zijn: het geven van een gedragsinstructie, model staan en het geven van instructie over gesprekstechnieken. De laatste maand staat in het teken van de afbouw van de hulpverlening. IOG kent daarnaast diverse vormen van nazorg. Het gezin kan met een zogenoemde 'knipkaart' na afsluiting van IOG nog vijf keer een beroep doen op de hulpverlener. De vraag van het gezin moet dan wel betrekking hebben op de doelen die tijdens de hulpverlening aan bod zijn geweest. Ook is het mogelijk de module Langdurige Orthopedagogische Gezinsbehandeling in te zetten als nazorgtraject om terugval te voorkomen. Na een half jaar komt de hulpverlener nog een keer bij het gezin langs voor een follow-up bezoek waarbij nogmaals vragenlijsten afgenomen worden. Evaluaties vinden, op basis van schriftelijke rapportages plaats op een aantal vaste momenten in aanwezigheid van het gezin, de gezinshulpverlener en de casemanager van Bureau Jeugdzorg. (Steege, 2005).


Doelgroep en indicaties IOG

Intensieve Orthopedagogische Gezinsbehandeling (IOG) is een vorm van Intensieve Pedagogische Thuishulp (IPT). Roosma (2000) en Van Schot & Van der Steege (1998) beschrijven drie doelgroepen voor de verschillende modules intensieve pedagogische thuishulp:



  1. Gezinnen met jeugdigen met meervoudige problemen: thuis (pedagogische onmacht), op school (gedrag, leren, spijbelen), individuele problematiek bij kinderen en/of ouders(s) (ontwikkelingsproblematiek, psychiatrische problematiek), probleemgedrag (weglopen, verslaving, delinquent gedrag);

  2. Gezinnen met jeugdigen met een langdurige hulpverleningsgeschiedenis: multiprobleemgezinnen, pathologisch symbiotische gezinnen, conflictrijke echtscheidingen, KOPP-gezinnen (kinderen van ouders met psychiatrische problematiek);

  3. Gezinnen met jeugdigen met lastige/ ingewikkelde problemen met als gevolg afschuif- en doorschuifgedrag tussen sectoren en voorzieningen.

De doelgroep van IOG zijn gezinnen waarbij delen van bovenstaande problematiek spelen en waarbij de draaglast van het gezin niet alleen verzwaard wordt door ernstige opvoedingsproblematiek, maar ook door ernstige problemen met het vormgeven van andere gezinstaken als huishouden/verzorging, financiën, maatschappelijk functioneren, partnerrelatie of het individueel functioneren van de ouder(s) en/of het kind (de kinderen). Het chronisch verstoorde evenwicht tussen de draaglast en de draagkracht van het gezin maakt het noodzakelijk naast orthopedagogische interventies ook interventies te richten op de volle breedte van de problematiek, gericht op zowel het verkleinen van de draaglast als het vergroten van de draagkracht.


IOG is een vorm van geïndiceerde jeugdzorg. Dit betekent dat hiervoor een indicatiestelling van Bureau Jeugdzorg nodig is. Voor IOG worden de volgende indicatie criteria gehanteerd (Schot & Steege, 1998; Brandenbrug & Puts, 2002).

  • Het kind is tussen nul en achttien jaar;

  • Ernstige opvoedingsproblematiek (pedagogische onmacht bij de ouders en emotionele en gedragsproblemen bij het kind), als onderdeel van een chronische en complexe crisissituatie;

  • Er is sprake van dusdanig ernstige problematiek dat het kind uithuis geplaatst dreigt te worden. Of er is sprake van een kind dat reeds uithuis geplaatst is, waarbij thuisplaatsing niet mogelijk is door de ernstige problematiek in het gezinsfunctioneren;

  • De hulpverlening aan het gezin dreigt vast te lopen of is vastgelopen;

  • Er is sprake van een verstoorde communicatie in het gezin;

  • De autonomie van de verschillende gezinsleden wordt bedreigd.

Voorwaarden voor de inzet van IOG zijn verder dat met behulp van IOG de (fysieke) veiligheid van de kinderen gewaarborgd kan worden en dat duidelijk aangegeven is dat lichtere ambulante alternatieven ontoereikend zijn (Schot & Steege, 1998; Roosma, 2000).
Van Brandenburg & Puts (2002) onderscheiden vijf contra-indicaties voor IOG op basis van een evaluatieonderzoek uitgevoerd door Praktikon (Damen, Veerman & Janssen, 2002):

  • Er is sprake van een ernstige verslaving van de ouder(s);

  • Er is sprake van een gebrek aan motivatie van de ouder(s) of oudere kinderen om verder te gaan;

  • De veiligheid van het kind of de kinderen binnen het gezin is niet gewaarborgd. Er is bijvoorbeeld sprake van lichamelijke mishandeling of seksueel misbruik;

  • De veiligheid van de hulpverlener is niet gewaarborgd;

  • Het aangemelde kind heeft een dusdanig specifieke aanpak nodig dat de ouder(s), ook met hulp, deze niet kunnen bieden.


Theoretische onderbouwing van de IOG

Binnen de IOG wordt gewerkt met activeringsgerichte methodieken van ‘Empowerment’ (Schot & Steege, 1998). De kern van empowerment is dat de hulpverlener niet zozeer de problemen verhelpt en compenseert, maar vooral de aanwezige krachten en sterke kanten probeert te benutten en waar mogelijk uit te breiden. Vanuit de achtergrond dat gezinnen met veel en ernstige problemen vaak niet ontvankelijk zijn voor hulp en veel negatieve ervaringen met hulpverleners hebben, dienen zij vooral op hun krachten aangesproken te worden. De hulpverlener sluit aan bij de vraag van het gezin en gaat een dialoog met ouders aan. Het gezin participeert in en wordt betrokken bij de hulpverlening door mee te bepalen en mee te beslissen. Dit betekent dat de hulpverlener respect heeft voor het gezin en vertrouwen heeft in hun vermogen om te veranderen. Samen met het gezin worden doelen opgesteld en met behulp van deze doelen wordt naar resultaten gewerkt. Vervolgens zet de hulpverlener interventies in die daarbij passend zijn. De hulpverlener komt bij het gezin thuis en verleent de hulp in hun eigen omgeving. Dit maakt de hulpverlening laagdrempelig en maakt bovendien het generaliseren van het geleerde naar de thuissituatie overbodig.


Binnen de methodiek van de IOG wordt daarnaast gebruik gemaakt van: de leertheorie, de systeembenadering en de communicatietheorie (Schot & Steege, 1998). Met betrekking tot de leertheorie zijn de stromingen operante leertheorie van Skinner en sociale leertheorie van Bandura terug te vinden in de methodiek van de IOG. De operante leertheorie gaat ervan uit dat gedrag geleerd wordt onder invloed van omgevingsfactoren. Als in een omgeving bepaald gedrag voortdurend beloond wordt, dan zal de betrokken persoon steeds vaker dat gedrag vertonen. Omgekeerd geldt ook dat gedrag in een bepaalde omgeving niet meer vertoond wordt wanneer daar steeds een onaangename consequentie op volgt. Wanneer een kind bijvoorbeeld snoep ziet, kan dat een stimulus zijn om om snoep te gaan zeuren. Wanneer het kind zijn zin niet krijgt (afzwakkende consequentie) zal het op den duur het gedrag opgeven. Wanneer het kind na doordrammen toch een snoepje krijgt (versterkende consequentie), leert het kind dat het gedrag hem iets oplevert en zal hij het gedrag blijven vertonen. Ook het belonen van gedrag dat ouders graag willen zien, werkt als versterkende consequentie dat ervoor zorgt dat het kind het gedrag vaker zal vertonen.

De sociale leertheorie benadrukt dat gedrag ook geleerd wordt op grond van datgene wat men belangrijke personen (modellen) in de omgeving ziet doen. Dit proces wordt ook wel observerend leren genoemd. Ouders die een bepaald taalgebruik hanteren (bijvoorbeeld veel scheldwoorden) staan hiermee model voor het taalgebruik van hun kinderen. Ook de hulpverlener kan een modelfunctie binnen het gezin vervullen en hiermee opvoedingsvaardigheden aan ouders leren.


Binnen de systeembenadering worden de aangemelde cliënten en de meest relevante sociale context gezamenlijk in de behandeling betrokken. Volgens Lange (1985) ligt de kracht van gezinstherapie in de flexibiliteit bij de keuze van het ingrijpen op de verschillende niveaus. Lange beschrijft in zijn systeemgerichte gezinsbenadering verschillende niveaus van systemen binnen een gezin waarop de hulpverlening zich kan richten. Binnen de methodiek van de IOG wordt onderscheid gemaakt tussen individueel niveau, gezinssysteem (functioneren van gezin als geheel) en het hulpverleningssysteem (functioneren van het gezin met de hulpverlener). Het functioneren en de relatievorming van deze systemen worden in kaart gebracht en behandeling richt zich op het verbeteren ervan. (Lange, 1985)
De communicatietheorie gaat ervan uit dat de manier waarop mensen zich gedragen niet los kan worden gezien van hun contacten met anderen (van Schot & Steege 1998). Eventueel met video-opnames ter ondersteuning wordt gekeken naar de manier waarop de gezinsleden met elkaar communiceren. Het uitgangspunt is zoeken naar wat er nog aan positieve communicatie aanwezig is om van daaruit te werken naar uitbreiding van communicatieve vaardigheden. Binnen IOG wordt veel gebruik gemaakt van de principes van basiscommunicatie (Biemans & Dekker, 1994), waarbij de volgende aspecten met name van belang worden geacht bij een goede communicatie met jonge kinderen:

  1. ouders volgen de initiatieven van hun kinderen;

  2. ze bevestigen de ontvangst van dat initiatief;

  3. ze benoemen op instemmende wijze de interacties;

  4. ouders dragen zorg voor een goede beurtverdeling;

  5. in het algemeen geldt dat ouders leiding moeten geven aan de communicatie.

De gedachtegang die hieraan ten grondslag ligt is dat ouders de initiatieven van het kind dienen te bevestigen door adequaat op het kind te reageren. Hiermee kan het kind weer verder en door de voortdurende wisselwerking van initiatieven nemen en ontvangen wordt het kind in zijn ontwikkeling gestimuleerd (Dekker, 1991). Naast het kijken naar de vorm en inhoud van de communicatie zijn er ook communicatieregels te onderscheiden die vooral in gezinnen met pubers een aandachtspunt vormen (Lange, 1985). Voorbeelden van communicatieregels zijn: kritiek op een positieve wijze uiten, concreet in plaats van vaag praten, achterwege laten van de waarom vragen.
Effectiviteit van IOG

De effectiviteit van IOG is onderzocht in verschillende niet-experimentele onderzoeken. In deze onderzoeken werd geen gebruik gemaakt van een controlegroep, maar wel van een voor- en nameting. In de studies zijn betrouwbare meetinstrumenten gebruikt die de doelen goed operationaliseren, de resultaten zijn statistisch goed geanalyseerd en de interventies en de metingen zijn in de praktijk uitgevoerd. Op grond van deze onderzoeken is de IOG op 06/09/2006 erkend door Panel Jeugdzorg als effectieve jeugdinterventie (Steege, 2005).


Veerman & De Meyer (2007) deden onderzoek naar de effectiviteit van verschillende hulp aan huis programma’s in Noord- en Oost-Nederland. In dit onderzoek is bij 449 jongeren die IOG hebben gekregen, gekeken naar de veranderingen in gedragsproblemen (m.b.v. totaal score CBCL) en opvoedingsbelasting (m.b.v. totaal score NOSI). Wat betreft de IOG in Overijssel geldt dat ruim 62,4% van de jeugdigen een betrouwbare verbetering in de gedragsproblemen liet zien. Daarnaast trad bij 60,8% een betrouwbare verbetering in de opvoedingsbelasting op. De effectgrootte van de IOG is berekend door de gemiddelde groepsscore op de CBCL en NOSI bij de nameting af te trekken van de gemiddelde groepsscore op de voormeting en dit verschil te delen door de gepoolde standaarddeviatie van de voor- en nameting. Hiermee wordt aangegeven hoeveel eenheden van een standaarddeviatie een groep tijdens de behandeling veranderd is. In dit onderzoek is het effect van IOG volgens de terminologie van Cohen (1988) middelgroot: 0.70 voor gedragsproblemen en 0.68 voor opvoedingsbelasting (Veerman, De Meyer & Roosma, 2007). Deze uitkomsten komen overeen met ander onderzoek naar effecten van Intensieve Pedagogische Thuishulp (Kemper, 2004; Damen, Veerman & Janssen, 2002).
Veerman, Janssens & Delicat (2005) hebben een meta-analyse van Nederlandse methodieken binnen de gezinshulpverlening uitgevoerd. Zij vergeleken 17 verschillende methoden met elkaar, waaronder IOG. Wat de IOG betreft zijn er effectgroottes van 0.60 voor gedragsproblemen en 0.58 voor opvoedingsbelasting gemeten. Beide effectgroottes zijn statistisch significant en kunnen als middelgroot worden getypeerd. Er is dus na afsluiting van de hulp sprake van vermindering van de gedragsproblemen bij jeugdigen en van de opvoedingsbelasting die ouders ervaren. Op grond van de gevonden effectgroottes bleken de verschillende methodieken echter niet te onderscheiden in succesvolle en minder succesvolle methodieken. De verschillende methodieken bleken ongeveer even effectief (Veerman, Janssen & Delicat, 2005).
Een belangrijke bevinding is dat veel jeugdigen en ouders ook na de behandeling nog met aanzienlijke problemen te maken hebben (Veerman, De Meyer & Roosma, 2007; Veerman, Janssens & Delicat, 2005). Dit duidt op een risico voor de verdere ontwikkeling van het kind of de jeugdige en maakt het nodig een passende vorm hulpverlening als vervolg aan te bieden. Dit is een beeld dat ook bekend is uit ander onderzoek (Boendemaker, Veldt & Booy, 2003). Veerman, Janssen & Delicat (2007) wijzen erop dat het feit dat er ondanks de hoge eindscores toch nog een middelgroot effect is behaald, te maken heeft met de nog hogere beginscores. Hierdoor zou het ook mogelijk kunnen zijn dat de beginscores aan het plafond zitten en waardoor er een reële kans is dat de score bij de tweede meting lager zal zijn, zonder dat dit op een betrouwbare verandering duidt. Of dit het geval is, is niet goed in te schatten omdat gegevens hierover ontbreken. In het onderzoek van Boendermaker et al. (2003) wordt geconcludeerd dat de problemen nog niet opgelost zijn bij afronden van behandeling. Ruim driekwart van de jeugdigen heeft nog beduidende gedragsproblemen, maar die problemen zijn minder dan bij de groep die is afgehaakt. Bovendien zijn ouders en jeugdigen tevreden over de geboden hulp.
Aangezien in geen van de onderzoeken gebruik werd gemaakt van een controlegroep, is het toeschrijven van de gevonden effecten aan de behandeling niet zonder meer mogelijk. Als mogelijkheid wordt genoemd dat de effecten door rijping van ouders of kind veroorzaakt kunnen zijn of door toevallige factoren zoals verhuizing, een andere leerkracht enzovoort. Een andere mogelijkheid is dat juist die jeugdigen en gezinnen hulp zoeken die niet alleen aanzienlijke problemen ervaren, maar ook gemotiveerd zijn er wat aan te doen. Dit zou ervoor zorgen dat de onderzochte groep selectief is en daarmee van elke vorm van behandeling zou profiteren. Aangezien de behandelde kinderen en jeugdigen bij aanvang van de hulp veelal ernstige gedragsproblemen vertonen, lijkt het niet aannemelijk dat de problematiek op grond van rijping, toevallige factoren of zelfselectie substantieel zal veranderen. Dit zou bij een enkel kind het geval kunnen zijn, maar niet als het om een systematische verandering bij een grote groep gaat zoals in deze onderzoeken het geval is. Daarnaast geven studies naar het natuurlijke beloop van externaliserende gedragsproblemen aan dat dit type gedrag over de tijd vrij stabiel blijft (Loeder, 1982).

1.3 Sherborne’s bewegingspedagogiek


Specifieke interventies gericht op het verbeteren van de band tussen ouders en kind vallen niet binnen de methodiek van de IOG. Tijdens het zoeken naar handvatten voor het begeleiden van gezinnen waarbinnen hechtingsproblematiek een rol speelt kwamen twee hulpverleners in aanraking met Sherborne’s bewegingspedagogiek. Na het volgen van een cursus passen zij sinds ongeveer vier jaar Sherborne’s bewegingspedagogiek toe binnen de IOG. De hulpverleners stellen voor Sherborne’s bewegingspedagogiek te gebruiken en in overleg met ouders wordt dit ingepast in de IOG. Dit gebeurt als er in de aanmelding vanuit Bureau Jeugdzorg aanwijzingen staan dat hechtingsproblematiek een rol speelt of als de hulpverlener zelf tijdens de eerste zes weken betrokken te zijn bij het gezin hier aanwijzingen voor heeft. Hieronder volgt een uitgebreide beschrijving van de methodiek.
Download 0.84 Mb.

Share with your friends:
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11




The database is protected by copyright ©sckool.org 2022
send message

    Main page