Onderzoeksopdracht Vlaams wetenschappelijk onderzoek


B. Exacte Wetenschappen (Physical Sciences)



Download 2.23 Mb.
Page13/13
Date09.11.2016
Size2.23 Mb.
#1234
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13

B. Exacte Wetenschappen (Physical Sciences)

Sterrenkunde (Astronomy)

Astrofysica (Astrophysics)


Aantal projecten in cluster: 3

Geschat researchbudget: € 100.000 - € 250.000



Plasmafysica (Plasmaphysics):

Aantal projecten in cluster: 1 (van de 3 projecten in ‘Astrofysica’)

Geschat researchbudget: < € 100.000

Kosmologie (Cosmology)


Aantal projecten in cluster: 2

Geschat researchbudget: > € 1M


Scheikunde (Chemistry)

Toegepaste Scheikunde (Applied Chemistry)


Voedingschemie (Food Chemistry):

Aantal projecten in cluster: 1


Biochemie (Biochemistry)


In deze niche werd slechts één project opgenomen met basis biochemisch onderzoek. Alle andere projecten waarin biochemie als onderzoeksmethode wordt toegepast bij een bepaald thema, werden onder het betreffende thema geclassificeerd.

Aantal projecten in cluster: 3

Geschat researchbudget: < € 100.000

Heterogene Katalyse (Heterogeneous Catalyses)


Aantal projecten in cluster: 1

Geschat researchbudget: < € 100.000


Organische Scheikunde (Organic Chemistry)


Organometalische Scheikunde (Organometallic Chemistry):

Aantal projecten in cluster: 1

Geschat researchbudget: < € 100.000

Polymeerchemie (Polymer Chemistry):

Aantal projecten in cluster: 2

Geschat researchbudget: € 100.000 - € 250.000

Informatica (Informatics)

System Design


Neurale Netwerken (Neural Networks):

Aantal projecten in cluster: 3

Geschat researchbudget: € 100.000 - € 250.000

Wiskunde (Mathematics)

Toegepaste Wiskunde (Applied Mathematics)


Aantal projecten in cluster: 2

Geschat researchbudget: < € 100.000


Statistiek (Statistics)


Aantal projecten in cluster: 1

Geschat researchbudget: < € 100.000


Fysica (Physics)

Fysicochemie (Chemical Physics)


Aantal projecten in cluster: 1

Geschat researchbudget: < € 100.000


Vastematerie Eigenschappen (Condensed Matter Properties)


Kristallografie (Cristallography):

Aantal projecten in cluster: 1

Geschat researchbudget: < € 100.000

Halfgeleiderfysica (Physics of Semiconductors):

aantal projecten:

5-10

geografisch:

China en Zuid-Afrika (bilateraal)

geschat researchbudget:

500.000 - € 1.000.000

belangrijkste teams:

  • KUL, Afdeling Kern- en Stralingsfysica


Elektromagnetisme (Electromagnetism)


Aantal projecten in cluster: 1

Geschat researchbudget: < € 100.000


Elektronica (Electronics)


CMOS-Technologie (CMOS-Technology):

Aantal projecten in cluster: 3

Geschat researchbudget: € 100.000 - € 250.000

Foto-elektrische componenten (Photonic Components): Foto-elektrische componenten vinden o.a. hun toepassing in zonnecellen.

Aantal projecten in cluster: 1

Geschat researchbudget: < € 100.000

Quantummechanica (Quantum Physics)


Atoomfysica (Atomic Physics)

Aantal projecten in cluster: 1

Geschat researchbudget: < € 100.000

Thermodynamica (Thermodynamics)


Toegepaste Thermodynamica (Applied Thermodynamics):

Aantal projecten in cluster: 1

Geschat researchbudget: < € 100.000

C. Technologie (Technology)

Toegepaste Wetenschappen (Engineering)

Agrotechniek (Agricultural Engineering)


Omdat het begrip ‘agricultural engineering’ verwarring kan scheppen, werd hier de niche omschreven als agrotechniek. Ze behelst alle projecten rond technologische toepassingen specifiek voor de landbouw.

Aantal projecten in cluster: 2

Geschat researchbudget: € 250.000 - € 500.000

Burgerlijke Bouwkunde (Civil Engineering)


Hier wordt met burgerlijke bouwkunde de studie bedoeld van alle constructies voor openbaar en privé-gebruik.

Aantal projecten in cluster: 3

Geschat researchbudget: € 100.000 - € 250.000

(toegepaste) Materiaalkunde (Materials Engineering)


Dit is de studie van de toepassingen van de fysische eigenschappen van bepaalde materialen in de technologie.

aantal projecten:

5-10

geografisch:

China

geschat researchbudget:

250.000 - € 500.000

belangrijkste teams:

  • KUL, Afdeling Fysische Materiaalkunde

  • KUL, Afdeling Chemische Materiaalkunde

Technologie (Technology)

Biotechnologie (Biotechnology)


Deze niche bevat uitsluitend onderzoek naar toepassingen in de biologie en onderscheidt zich aldus van ‘genetische manipulatie’ zoals hoger beschreven.

Aantal projecten in cluster: 2

Geschat researchbudget: > € 2,7M

Bouwtechniek (Construction Technology)


Constructie van gebouwen (Building Construction) : Studie van architectuur en constructie van gebouwen voor privé en openbaar gebruik.

Aantal projecten in cluster: 1

Geschat researchbudget: € 250.000 - € 500.000

Ontmijningstechnologie (Demining Technology)


De ontwikkeling van post-conflictgebieden wordt vaak afgeremd door met mijnen bezaaide landbouw- en woongebieden. Deze niche bevat alle projecten rond technologie voor mijndetectie en ontmijning.

aantal projecten:

5-10

geografisch:

Ontwikkelingslanden algemeen

geschat researchbudget:

250.000 - € 500.000

belangrijkste teams:

  • VUB, Elektronica en Informatieverwerking

  • RUCA, Evolutionaire Biologie

  • KUL, Afdeling Mechanische Materiaalkunde

  • KUL, Departement Burgerlijke Bouwkunde


Energietechnologie (Energy Technology)


CO2: Studie van technologische bijdrages aan de reductie van CO2 als broeikasgas.

Aantal projecten in cluster: 1



Hernieuwbare Energie (Renewable Energies): Hernieuwbare energie is een must in ontwikkelingslanden die al te vaak van de producenten van traditionele energie afhankelijk zijn. Technologie die specifiek met zonnecellen te maken heeft, wordt in de hieronder beschreven niche opgenomen.

Aantal projecten in cluster: 1

Geschat researchbudget: € 100.000 - € 250.000

Zonnecellen (Solar Cells):

Aantal projecten in cluster: 2

Geschat researchbudget: € 500.000 - € 1.000.000

Voedseltechnologie (Food Technology)


Volgende niches worden onderscheiden: fermentatie (fermentations), voedselbewaring (food preservation), voedselopslag (food storage).

aantal projecten:

11-15

geografisch:

Ontwikkelingslanden algemeen

geschat researchbudget:

1M - € 5M

belangrijkste teams:

  • KUL, Laboratorium voor Agrarische Bouwkunde

Fermentatie (Fermentations):

Aantal projecten in cluster: 3 (van de 12 projecten in ‘voedseltechnologie’)

Geschat researchbudget: € 100.000 - € 250.000

Voedselbewaring (Food Preservation):

Aantal projecten in cluster: 3 (van de 12 projecten in ‘voedseltechnologie’)

Geschat researchbudget: € 500.000 - € 1.000.000

Voedselopslag (Food Storage):

Aantal projecten in cluster: 4 (van de 12 projecten in ‘voedseltechnologie’)

Geschat researchbudget: € 250.000 - € 500.000

Brandstoftechnologie (Fuels Technology)


Ontbrandingscontrolesystemen (Combustion Control Systems):

Aantal projecten in cluster: 2

Geschat researchbudget: < € 100.000

Industriële Technologie (Industrial Technology)


Aantal projecten in cluster: 1

Geschat researchbudget: € 250.000 - € 500.000


Materiaaltechnologie (Materials Technology)


In tegenstelling tot de materiaalkunde (materials engineering), bevat deze niche projecten rond de toepassing van bepaalde technologieën op materialen, en niet zozeer het gebruik van deze materialen zelf.

Aantal projecten in cluster: 2

Geschat researchbudget: € 250.000 - € 500.000

Medische Technologie (Medical Technology)


Technologie met toepassingen in de geneeskunde. Om overlappingen met de ‘Life Sciences’ te vermijden werden hierin enkel onderzoeksprojecten opgenomen waarbij de nadruk ligt op de ontwikkeling van een bepaalde technologie. De toepassingen ervan werden binnen de ‘Life Sciences’ ondergebracht.

Aantal projecten in cluster: 3

Geschat researchbudget: € 100.000 - € 250.000

Nucleaire Technologie (Nuclear Technology)


Deze niche bevat slechts één project rond de beveiliging van kernreactoren.

Aantal projecten in cluster: 1


Fysische Instrumentaria (Physical Instruments)


Deze niche bevat slechts één project rond microscopische technologie bij ferromagnetisch onderzoek.

Aantal projecten in cluster: 1

Geschat researchbudget: < € 100.000

Teledetectie (Remote Sensing)


Aantal projecten in cluster: 1

Geschat researchbudget: < € 100.000


Ruimtetechnologie (Space Technology)


Aantal projecten in cluster: 1

Geschat researchbudget: < € 100.000


Communicatietechnologie (Communication Technology)


Netwerktechnologie – Draadloze Netwerken (Network Technology – Wireless Systems): Vooral in ontwikkelingslanden is communicatie zonder tussenkomst van draadnetwerken een efficiënt alternatief.

aantal projecten:

5-10

geografisch:

Niet gespecifieerd

geschat researchbudget:

250.000 - € 500.000

belangrijkste teams:

  • KUL, Departement Elektrotechniek (E.S.A.T.)


Telecommunicatietechnologie (Telecommunication Technology)


Breedbandtechnologie:

Aantal projecten in cluster: 1

Geschat researchbudget: € 100.000 - € 250.000

Vervoerstechniek (Transport Technology)


Niche met alle technologisch onderzoek, toegepast in transport. De subniches zijn spoorwegen (railway) en autowegen (road).

Spoorwegen (Railway):

Aantal projecten in cluster: 1



Autowegen (Road):

Aantal projecten in cluster: 1

Geschat researchbudget: € 100.000 - € 250.000

D. Menswetenschappen (Humanities)

Kunst


Er van uitgaande dat de artistieke productie van een maatschappij een sterke identiteitsfactor is, heeft onderzoek naar deze artistieke productie de meerwaarde dat dit bijdraagt tot het identiteitsgevoel van een bepaalde samenleving.

aantal projecten:

<5

geschat researchbudget:

€ 250.000 - € 500.000


Textielkunst


Die artistieke productie kan textiel inhouden. Binnen deze niche is er één onderzoek dat als geografische focus een aantal ontwikkelingslanden heeft.

Geschiedenis


aantal projecten:

>50

geschat researchbudget:

€ 10M - € 20M


De Oudheid / Archeologie


Bovenstaande niches worden tezamen besproken, hoewel ze zich duidelijk onderscheiden door het feit dat Geschiedenis van de Oudheid zich toelegt op de geschreven bronnen (en dus enkel periodes kan bestuderen waarin reeds het schrift voorkwam) en archeologie materiële overblijfselen bestudeert. Het omschrijven van deze niches als ontwikkelingsrelevant is echter om dezelfde redenen problematisch. Het is moeilijk om een direct verband te leggen tussen de kennis over een bepaalde samenleving uit de oudheid of de prehistorie en de ontwikkelingsproblematiek. De onderzoeken binnen deze niche selecteerden we enkel omwille van hun geografische focus. Samenlevingen uit de oudheid of prehistorie worden bestudeerd in gebieden die nu als ontwikkelingslanden beschouwd worden.

Assyriologie

Rekening houdend met bovenstaande bedenkingen is deze niche belangrijk omwille van haar geografische focus.



Vergelijkende archeologie

Binnen deze niche zit één onderzoek dat gericht is op het oude Afrika, Istanbul (Byzantium) en Egypte.



Egyptologie

Deze subdiscipline binnen de Archeologie richt zich zoals de naam laat vermoeden op het oude Egyptische Rijk. Deze niche omvat een groot aantal onderzoeken die omwille van hun geografische focus geselecteerd zijn.


Kerkgeschiedenis


Geschiedenis van de Kristelijke kerk

Het gaat hier om onderzoek dat zich specifiek richt op ontwikkelingslanden.


Geschiedenis van de godsdiensten


Religie en haar instellingen spelen een belangrijke rol in vele samenlevingen. Ze kunnen een stabiliserend effect hebben, maar kunnen integendeel ook een factor van instabiliteit zijn. Studie naar de geschiedenis van deze vorm van maatschappelijke structuren in ontwikkelingslanden kan derhalve een zicht geven op de rol van die instituten in de samenleving. Enerzijds kan een zicht op (de)stabiliserende effecten van die instituten een bijdrage zijn bij conflictpreventie en conflictmanagment. Anderzijds kan dit bijdragen aan een algemeen (holistisch) beeld over een bepaalde maatschappij, wat ontwikkelingsprojecten een grotere kans op slagen geeft. Specifiek wordt binnen een aantal onderzoeken de geschiedenis van de Christelijke Kerk in een aantal ontwikkelingslanden onder de loep genomen. De bedenkingen die we bij de niches Geschiedenis van de Oudheid en Archeologie maakten, gelden tevens hier.

Middeleeuwse Geschiedenis


Opnieuw is het moeilijk om de link te zien tussen kennis over Middeleeuwse samenlevingen en ontwikkelingssamenwerking vandaag de dag. Deze niche is echter tot stand gekomen doordat een aantal onderzoeken als geografische focus hedendaagse ontwikkelingslanden hebben.

Nieuwste Geschiedenis (Modern History)


Zo vertrekt deze niche ook vanuit een historisch perspectief maar dit onderzoek kan voor een groot stuk bijdragen aan kennis over de historische oorzaken van bepaalde fenomenen en situaties in ontwikkelingslanden vandaag de dag. Dit kan specifiek over gebeurtenissen binnen ontwikkelingslanden, maar ook kan het ons een beeld geven van wat er op wereldvlak (in grote mate) bepalend is geweest voor de situatie waarin vele ontwikkelingslanden zich nu bevinden.

Koloniale geschiedenis

Binnen de geschiedenis van de laatste 500 jaar is de belangrijkste en meest bepalende gebeurtenis voor ontwikkelingslanden ongetwijfeld de Kolonisering geweest. Hoewel het onmogelijk is te spreken van één bepaalde vorm van kolonisatie (neem maar het grote verschil tussen de kolonisatie in Latijns-Amerika en Afrika) wordt hier gewezen op het proces van expansie vanuit West-Europa en het tegelijkertijd onderdrukken en economisch en cultureel uitbuiten van wat nu ‘ontwikkelingslanden’ zijn. Zo geeft dit onderzoek een duidelijk beeld van de gebeurtenissen en de ‘mentaliteit’ tijdens de koloniale periode, maar leert het ons ook wat na de onafhankelijkheid in vele landen tijdens de zogenaamde postkoloniale periode de bepalende gebeurtenissen waren voor het lot van vele van die landen vandaag.


Informatiewetenschappen

Bibliotheekwetenschappen


Academisch en wetenschappelijk onderzoek is van zeer groot belang voor ontwikkelingslanden. Ter bevordering van het academisch onderzoek moet er een goede verspreiding van wetenschappelijke informatie mogelijk zijn. Bibliotheekwetenschappen onderzoeken hoe in ontwikkelinglanden gewerkt kan worden niet alleen om onmisbare westerse publicaties in handen te krijgen maar ook om de ‘lokale’ publicaties het best te verspreiden en te ontsluiten. Onderzoek binnen deze niche houdt rekening met de voor- en nadelen van de nieuwe communicatie technologieën en het Internet.

Taalwetenschap


aantal projecten:

16-20

geschat researchbudget:

€ 250.000 - € 500.000


Moderne Talen


Taal en Samenleving zijn zeer nauw met mekaar verbonden. Kennis over een taal leert ons veel over de samenleving waarin die taal wordt gebruikt. Binnen ontwikkelingsonderzoek draagt die bij tot de algemene kennis over een samenleving die onvermijdelijk is voor de implementatie en goede werking van ontwikkelingsprojecten. Ook hier is vaak vanuit een etnografische focus een niche tot stand gekomen.

Naast Afrikaanse talen wordt ook Arabisch (Hamo-Semitisch) en Chinees bestudeerd.


Linguïstiek


Toegepaste Linguïstiek

Onderzoek binnen linguïstiek is voornamelijk interessant voor ontwikkelingssamenwerking als het gericht is op interculturele en internationale communicatie. Vooral binnen het debat over conflictpreventie en conflictmanagment speelt interculturele communicatie een belangrijke rol en kennis hierover kan zeer relevant zijn.


Literatuur


aantal projecten:

11-15

geschat researchbudget:

€ 500.000 - € 1.000.000

Net zoals we uit de artistieke productie veel kunnen leren over de ‘identiteit’ van een samenleving, is dit bij literaire productie ook het geval. Vaak kan literatuur uit de koloniale en postkoloniale periode in dit geval zeer relevant zijn. De niches zijn dan ook voornamelijk tot stand gekomen vanuit de plaats en periode van de literatuur: Afrikaanse, Aziatische en Latijns-Amerikaanse literatuur.

Religieuze wetenschappen


aantal projecten:

5-10

geschat researchbudget:

€ 100.000 - € 250.000

Religie speelt tegenwoordig een zeer belangrijke rol op het politieke vlak. Meer en meer komt religieuze identiteit bij (in wezen) politieke conflicten op de voorgrond te staan. Hoewel religie en het met elkaar in contact komen van verschillende religies niet onvermijdelijk tot conflict moet leiden (net zo min als het in contact komen van verschillende beschavingen tot een botsing tussen beschavingen moet leiden) is dit onderzoek in grote mate belangrijk bij conflictpreventie en management. Onder meer om een zicht te krijgen waarom vaak zeer politieke conflicten een religieuze dimensie krijgen of omgekeerd hoe religieuze conflicten tot een politiek probleem kunnen leiden. Deze laatste vorm van onderzoek zou ook onder Politieke wetenschappen geplaatst kunnen worden. De steekproef bevatte onderzoeksprojecten in de niches Vergelijkende godsdienstwetenschappen, Theologie en Pastorale studies. Binnen deze laatste niche is één onderzoek geselecteerd dat zich specifiek met de hierboven geschetste problematiek bezig houdt, het nagaan van de mogelijkheden van een interreligieuze dialoog tussen de drie boekgodsdiensten.

E. Sociale Wetenschappen

Antropologie


aantal projecten:

21-30

geschat researchbudget:

€ 1M - € 5M


Sociale & Culturele Antropologie


Antropologie kan als wetenschap een zeer grote bijdrage leveren aan kennis over samenlevingen in ontwikkelingslanden. Antropologie probeert een samenleving van binnenuit te begrijpen en streeft veelal een holostisch beeld na. Antropologie is van belang voor ontwikkelingssamenwerking omdat het onmisbare informatie kan geven over de concrete implementatie van ontwikkelingsprojecten (bvb welke beelden er bestaan over bepaalde ziekten e.d.) of waarom bepaalde ontwikkelingsprojecten mislukken (bvb het tevergeefs proberen installeren van westers recht).

Sociologie


aantal projecten:

<5

geschat researchbudget:

< € 100.000

Er zijn een aantal belangrijke methodologische verschillen tussen sociologie en antropologie maar net zoals bij het antropologisch onderzoek wordt hier onderzoek gedaan naar de sociale betekenis van bepaalde gedragingen of naar het begrijpen van bepaalde maatschappelijke fenomenen.

Communicatiewetenschappen


aantal projecten:

<5

geschat researchbudget:

< € 100.000

Volgen we Manuel Castells dan kunnen we stellen dat we in een netwerkmaatschappij leven waarin heel de wereld gelinkt wordt door informatiestromen en waarin het toegang hebben tot die informatie ‘levensnoodzakelijk’ is geworden. Deze toegang is echter niet verzekerd en daardoor ontstaat er iets als de zogenaamde Digitale Kloof. Binnen deze vinden onderzoeken plaats die bijdragen aan het dichten van deze Digitale Kloof.

Cultuurstudies


aantal projecten:

16-20

geschat researchbudget:

€ 1M - € 5M

Net zoals antropologie bestuderen Cultuurwetenschappen de gedragingen van mensen. In de eerste plaats hebben Cultural Studies vaak een geografische focus. Vandaar de niches Afrikaanse en Aziatische Studies (Chinese, Hindi). Afrika en Azie zijn twee continenten waar ontwikkelingsrelevant onderzoek zich op kan richten. Cultural Studies bestuderen meer en meer ook de sociale contextgebondenheid van fenomenen als taal, religie en geletterdheid,... Als methodologie grijpt men binnen de Cultural Studies daarbij vaak terug naar de studie van discours (zo is er een studie naar het pacificatiediscours in Zuid-Afrika).

Economie


aantal projecten:

>50

geschat researchbudget:

€ 5M - € 10M

Aangezien de classificatie ‘onderontwikkeld’ vaak vanuit een economisch concept vertrekt (hoewel er ook andere indexen bestaan zoals de Human Development Index) is onderzoek naar de oorzaken van de huidige economische situatie en mogelijkheden om uit de huidige impasse te geraken van zeer groot belang voor ontwikkelingslanden. Onderstaande niches maken duidelijk in welke domeinen de studie van economische processen van belang is.

Toegepaste economie


Binnen deze niche worden concrete economische toepassingen bestudeerd. Men krijgt bijvoorbeeld een beter zicht op de financiële aspecten van de planning van projecten en op de reële economische situatie.

Ontwikkelingseconomie


Deze niche is gericht op de economische aspecten van de ontwikkelingsproblematiek. Hoewel hierbij een onderscheid gemaakt zou kunnen worden tussen Ontwikkelingssamenwerking en Ontwikkelingsstudies kunnen we algemeen stellen dat het hier gaat om onderzoek naar de economische oorzaken en gevolgen van verstedelijking, arbeidsoverschotten en tekorten, productiviteit, (on)evenwichtige import en export. Sommige van de onderzoeken binnen deze niche zouden een aparte plaats onder de noemer van Gezondheidseconomie of Landbouweconomie kunnen krijgen, maar ze zijn te plaatsen onder één noemer omdat ze allen in de eerste plaats op ontwikkelingslanden gericht zijn.

Plattelandsontwikkeling


Binnen ontwikkelingseconomie is er echter wel een belangrijke niche rond landbouw in ontwikkelingslanden. Hoewel het een punt van discussie blijft of landbouw dan wel industrie (of beiden) het meest gestimuleerd moet worden bij ontwikkelingssamenwerking is landbouw vaak de enige of grootste economische sector in een ontwikkelingsland. Binnen deze niche vinden we de studie van de economische aspecten van plattelandsontwikkeling.

Pedagogische wetenschappen


aantal projecten:

21-30

geschat researchbudget:

€ 1M - € 5M


Educatie


Educatie is van belang in algemene en in specifieke zin. Onderwijs, dus educatie in specifieke zin, is een belangrijke pijler om ontwikkeling een kans op slagen te geven. Onderzoek binnen deze niche richt zich dan voor een deel op de concrete implementatie van onderwijs in Ontwikkelingslanden. Meer algemeen (educatie in de brede betekenis) vindt men ook onderzoek naar bijvoorbeeld de relatie tussen sociale leeromgeving en duurzame ontwikkeling. Binnen deze niche vinden we ook onderzoek naar de culturele aspecten van geletterdheid.

Vergelijkende educatie


In het kader van de studie van educatie in Ontwikkelingslanden vindt men binnen deze niche voornamelijk een vergelijkende analyse van onderwijssystemen.

Curriculum Studies


Zeer specifiek wat de implementatie van onderwijs betreft wordt hier onderzocht welke curricula het best geschikt zijn in een bepaalde leeromgeving.

Onderwijsmethodes


Hierbinnen vinden we specifieke expertise op het gebied van onderwijstechnologie, meer bepaald gebruik van multimedia-technieken. Vanuit het belang en de diepgang van de huidige technologische revolutie is deze niche tot stand gekomen door de aandacht die er vanuit sommige onderzoeken naar digitale geletterdheid en het aanwenden van de nieuwe technologieën in onderwijs gaat.

Juridische wetenschappen


aantal projecten:

16-20

geschat researchbudget:

€ 1M - € 5M

Een belangrijke basis voor een stabiele samenleving is een rechtvaardig rechtssysteem en een goed werkende en onafhankelijke rechtsbedeling. De bestrijding van corruptie en het handhaven van recht in prille democratieën zijn voorbeelden. Binnen deze niche vindt men onderzoek naar de mogelijkheden voor verschillende vormen van rechtssystemen in Ontwikkelingslanden.

Naast het domein van het Internationaal recht is er een zekere expertise rond intellectuele eigendomsrechten. Tegenwoordig heerst er een levendig debat over het Intellectuele Eigendom. Dit is mede een gevolg van de opkomst van nieuwe digitale technologieën, de opkomst van de gentechnologie maar evenzo als gevolg van een aantal internationale verdragen zoals de TRIPS. De vraag is echter of dergelijke verdragen zullen bijdragen tot de werkelijke bescherming van intellectuele eigendomsrechten dan wel of ze tot monopolievorming zullen leiden. Het is binnen deze niche dat deze discussie gevoerd wordt.


Internationaal recht


Binnen deze niche wordt nagegaan hoe op internationaal juridisch vlak maatregelen genomen kunnen worden die ontwikkeling kunnen bevorderen. Dit kan gaan over internationale verdragen inzake economische, sociale en culturele rechten, maar bijvoorbeeld ook over grensproblematiek en conflicten tussen landen.

Mensenrechten

Een belangrijke niche binnen het ruimere internationale recht is dat van de mensenrechten. Een stabiele samenleving waar de collectieve en individuele mensenrechten in evenwicht zijn, wordt algemeen als grondvoorwaarde voor ontwikkeling beschouwd.


Politieke Wetenschappen

Policy Studies


aantal projecten:

>50

geschat researchbudget:

€ 1M - € 5M

Ontwikkelingsbeleid

Binnen de politieke wetenschappen en meer bepaald binnen de studie van beleid is onderzoek naar ontwikkelingsbeleid een belangrijk thema. Hierbij wordt onderzocht hoe in binnen- en buitenland ontwikkelingsbeleid gevoerd wordt en wordt aan beleidsvoorbereidend onderzoek gedaan.



Ontwikkelingsstudies

Hier gaat het niet zozeer over ontwikkelingsbeleid, maar over welke politiek (welk beleid) het best gevoerd kan worden in ontwikkelingslanden. Zo wordt bijvoorbeeld onderzocht op welke manier het samenspel tussen de verschillende actoren best kan plaatsvinden.



EU-beleid

Binnen deze niche wordt specifiek het beleid van de EU ten aanzien van ontwikkelingssamenwerking in het algemeen en ontwikkelingslanden in het bijzonder onderzocht.



Internationale Studies

Vredesstudies

Een betere omschrijving voor ‘peace studies’ zou conflictpreventie en management kunnen zijn. Onderzoek binnen deze niche tracht de aard van conflicten te begrijpen om zodoende aan eventuele conflictpreventie en management te doen. Gezien de vele conflicten in ontwikkelinglanden vandaag de dag is onderzoek naar de oorzaken en mogelijkheden van conflicten van zeer groot belang omdat enige vorm van stabiliteit noodzakelijk is om tot duurzame ontwikkeling te komen.


Public Policy


aantal projecten:

21-30

geschat researchbudget:

€ 1M - € 5M

Sociaal beleid

Economische vooruitgang van een land kan een vertekend beeld geven van de verbetering van het lot van de inwoners van dat land. De economische welvaart kan in handen van een kleine elite zijn. Er zijn verscheidene maatregelen die getroffen moeten worden om dit te voorkomen en één daarvan is de uitbouw van een sociaal zekerheidstelsel. Binnen deze niche wordt onderzoek naar de eigenschappen en mogelijkheden van sociale zekerheid in ontwikkelingslanden gedaan. Deze studies zijn complementair met studies in het kader van de Volksgezondheid.



Sociale studies

Gender Studies

Ook in ontwikkelingslanden is er nog een grote nood aan een gelijke kansenbeleid voor vrouwen en mannen. Dit blijkt uit onderzoek dat binnen deze niche uitgevoerd wordt.



Gezondheidsstudies

Sociologische studies naar de manier waarop in de gezondheidssector gewerkt wordt. NB: deze niche is zeer verwant met de studie van de volksgezondheid (zie gezondheidswetenschappen).



Migratiestudies

Onderzoek naar de impact van migratie op ontwikkelinglanden en de rol die migranten kunnen spelen in Ontwikkelingssamenwerking.


F. Gezondheidswetenschappen


De eerste opdeling hier is tussen veterinaire disciplines en de humane gezondheidswetenschappen. Slechts bij de bestrijding van één bepaalde tropische ziekte (trypanosomiase) lopen de expertisevelden in elkaar over. Een ander raakvlak is het gebruik van proefdiermodellen bij fundamenteel en klinisch onderzoek. De veterinaire wetenschappen leunen dan weer aan bij de veeteelt en biologische wetenschappen, die onder Natuurwetenschappen besproken zijn.

De expertisevelden, beschikbare budgetten en wetenschappelijke teams zijn, zoals te verwachten, veel kleiner en meer overschouwelijk voor de diergeneeskunde dan voor de menselijke.


Diergeneeskunde


Op basis van de steekproef aan projecten kunnen we de volgende expertisevelden onderscheiden:

aantal projecten:

16-20

geografisch:

voornamelijk sub-Sahara Afrika

geschat researchbudget:

€ 1M - € 5M

belangrijkste teams:

  • ITG, Diergeneeskunde, S. Geerts

  • VUB, Cellulaire Immunologie, P. De Baetselier

  • UGent, Parasitologie en parasitaire ziekten, J. Vercruysse

Andere aandoeningen waarrond op kleinere schaal gewerkt wordt:

  • parasitologie: polyparasitisme, nematoden

  • virologie: East Coast Fever (o.a. vaccin), bovine viral diarrhea (behandeling)

  • batterijkippen: voedingsdeficiënties (Zuid-Afrika) en infecties (Azië)

  • infecties overgedragen door varkens (Vietnam)

Op het vlak van capacity building geven de Vlaamse teams ondersteuning aan o.a.

  • Veterinary services in Zambia

  • National Veterinary Laboratory, Rwanda

  • Centre for Ticks and Tickborne Diseases, Malawi

  • International Centre for Zoonosis, Ecuador

  • Univ. of Pretoria, ZA

  • Zoo van Antwerpen (tropische diersoorten)

Humane Gezondheidswetenschappen

Parasitologie


De Vlaamse wetenschappelijke teams zijn goed thuis in vier klassieke tropische parasitaire ziekten:

malaria

aantal projecten:

11-15

geografisch:

sub-Sahara Afrika, Z.O.Azië

geschat researchbudget:

€ 1M - € 5M

belangrijkste teams:

  • ITG, departement Parasitologie

  • UIA, Farmacognosie en fytochemie

leishmaniosis

aantal projecten:

5-10

geografisch:

Afrika, Latijns Amerika, Midden Oosten

geschat researchbudget:

€ 1M - € 5M

belangrijkste teams:

  • ITG, departement Parasitologie

  • Institute of Cellular Pathology

  • UA, Medicinale chemie

schistosomiasis

aantal projecten:

5-10

geografisch:

sub-Sahara Afrika

geschat researchbudget:

€ 250.000 - € 500.000

belangrijkste teams:

  • ITG, eenheid Helminthologie

trypanosomiasis (zie ook diergeneeskunde)

aantal projecten:

5-10

geografisch:

sub-Sahara Afrika, Z.O.Azië

geschat researchbudget:

€ 500.000 - € 1.000.000

belangrijkste teams:

  • ITG, departement Parasitologie

  • UA, Medicinale chemie

  • Institute of Cellular Pathology (ICP)

  • VUB, CIMM en DBIT

Meer dan 5 projecten liggen op het gebied van ontwikkeling van antiparasitaire middelen.

Voor elk van deze vier ziektes zijn de teams ingeschakeld in Europese samenwerkingsverbanden. De research gebeurt veelal met ondersteuning van academische partners in ontwikkelingslanden (o.a. UPCH, Peru (Leishmania), NIMPE, Vietnam, Laos en Cambodja (Malaria))


Bacteriologie


Hier is Tuberculose veruit de belangrijkste ziekte, en een sterke expertise-niche voor Vlaamse researchteams

aantal projecten:

16-20

geografisch:

sub-Sahara Afrika, Latijns-Amerika

geschat researchbudget:

€ 1M - € 5M (belangrijke toelage Damiaanaktie)

belangrijkste teams:

  • ITG, eenheid Bacteriologie

  • WIV-(Pasteurinstituut)

  • UGent, Laboratorium farmaceutische biotechnologie

  • VUB, CIMM

Naast TB wordt ook nog onderzoek gewijd aan lepra (M. leprae), het Buruli-ulcer (eveneens veroorzaakt door Mycobacterium spp.) en cholera.

Virologie


De virologische aandoeningen krijgen het leeuwendeel van de aandacht van zowel donoren als wetenschappers. In de eerste plaats is de HIV-epidemie hiervoor verantwoordelijk. Ook de doorbraken op het gebied van hepatitisbestrijding spelen een rol.

In de internationale strijd tegen HIV spelen Vlaamse wetenschappers een belangrijke rol. Bij onze steekproef stelden we vast dat het fundamenteel onderzoek zich afspeelt op het grensdomein immunologie - virologie - moleculaire biologie, waar de resultaten van belang zijn voor zowel (retro-)virale aandoeningen als kankeronderzoek. We gebruikten als inclusienorm voor de steekproef 1) specifiek op HIV/AIDS gericht onderzoek én 2) een directe bruikbaarheid / impact van onderzoeksresultaten op de HIV-epidemie. Toch weerhielden we in het basiswetenschappelijke veld nog 22 virologische projecten en 16 farmacologische projecten, dubbel zoveel projecten als de HIV-projecten die direct met ontwikkelingslanden te maken hadden (preventie, epidemiologie, behandeling, klinische trials). We vatten dit samen in 2 tabellen:



fundamenteel HIV-onderzoek

aantal projecten:

41-50

geografisch:

niet van toepassing

geschat researchbudget:

€ 10M - € 20M

belangrijkste teams:

  • KULeuven, afdeling Virologie en chemotherapie, afdeling Klinische en epidemiologische virologie en Laboratorium voor farmacotechnologie en biofarmacie

  • ITG, eenheid Virologie

  • UA, Hematologie en bloedtransfusie

  • UGent, afdeling Immunologie en afdeling Evaluatie en onderzoek van vaccins

  • verschillende farmaceutische firma's



klinisch en epidemiologisch HIV-onderzoek

aantal projecten:

21-30

geografisch:

sub-Sahara Afrika

geschat researchbudget:

€ 10M - € 20M

belangrijkste teams:

  • ITG, SOA/HIV research en interventie-eenheid

  • UGent, Internationaal centrum voor reproductieve gezondheid

Het klinisch en epidemiologisch HIV-onderzoek leunt dicht aan bij de algemene aanpak van SOA (zie verder onder Volksgezondheid).

Ook rond de hepatitisvirussen (waarvan vooral hepatitis-B en -C een probleem vormen in ontwikkelingslanden) is er heel wat expertise aanwezig, vooral wat betreft fundamenteel onderzoek en vaccins.



aantal projecten:

11-15

geografisch:

sub-Sahara Afrika, mediterraan bekken

geschat researchbudget:

€ 1M - € 5M

belangrijkste teams:

  • UGent, afdeling Immunologie en afdeling Evaluatie en onderzoek van vaccins

  • UA, Epidemiologie en sociale geneeskunde

  • KULeuven, afdeling Virologie en chemotherapie

  • Innogenetics NV

Andere virussen die bestudeerd worden en die van belang zijn voor ontwikkelingslanden:

  • adenovirussen

  • flaviviridae

  • papillomavirus (HPV) (deze projecten zijn geklasseerd bij cervixkanker, onder Volksgezondheid)

  • Marburgvirus

  • poliovirus

  • Toxoplasma gondii

  • gele koorts

Het betreft hier telkens 1 of 2 projecten die meestal door een van de boven genoemde teams gevoerd worden.

Daarnaast bevat onze steekproef ook nog een aantal onderzoeksprojecten gericht op het ontwikkelen van niet-specifieke antivirale middelen of op betere toedieningswijzen.


Niet-overdraagbare aandoeningen


Onder deze noemer klasseren we de gezondheidsproblemen die niet infectieus van aard zijn, en bovendien slechts zelden typisch zijn voor ontwikkelingslanden. Het betreft hier een pakket van een twintigtal projecten in onze steekproef. Voor het overgrote deel gaat het hier om samenwerking tussen Vlaamse artsen en hun collega's uit ontwikkelingslanden in het kader van bilaterale samenwerking. Een overzicht:

aandoening

aantal projecten

budgetklasse

cardiologie

1

< € 100,000

endocrinologie

1

< € 50,000

gastro-enterologie

1

< € 100,000

genetica

2

< € 400,000

haematologie

3

< € 200,000

hypertensie

2

< € 150,000

toxicologie/schorpioengif

5

< € 400,000

psychosomatische problemen

2

< € 150,000

radiotherapie

1

< € 100,000


Volksgezondheid


Onderzoek naar de gezondheidssystemen, -organisatie en dienstverlening en hoe die te verbeteren en te bestendigen met schaarse middelen is een belangrijke expertise-niche, die kan teruggrijpen op een lange traditie in België. Ook vanuit de sociaal-culturele hoek komen er initiatieven.

aantal projecten:

16-20

geografisch:

ontwikkelingslanden, geen echte concentratie

geschat researchbudget:

€ 1M - € 5M

belangrijkste teams:

  • ITG, departement Volksgezondheid

  • KULeuven, departement Sociale en culturele antropologie

Ook rond de algemene thema's epidemiologie, preventie en vaccinatie is ruim expertise beschikbaar, die uiteraard meer aan bod komt bij de specifieke aandoeningen zoals hierboven beschreven.

Een derde cluster betreft Reproductieve gezondheid en Sexueel overdraagbare aandoeningen (SOA). Hieronder vallen eveneens studies rond cervixkanker/HPV, zwangerschap, obstetrie en moeder-en-kindzorg.



aantal projecten:

16-20

geografisch:

vooral sub-Sahara Afrika, ook Latijns-Amerika en Azië

geschat researchbudget:

€ 1M - € 5M

belangrijkste teams:

  • ITG, SOA/HIV research en interventie-eenheid en departement Volksgezondheid

  • UGent, Internationaal centrum voor reproductieve gezondheid


Farmacologie en diagnostica


Zowel bij de parasitaire ziektes als de virologische en bacteriologische ziekteverwekkers zagen we dat een belangrijk deel van het onderzoek gericht is op het ontwikkelen en testen van geneesmiddelen. Naast onderzoek naar specifiek antiparasitaire, antivirale of antimicrobiële middelen groeperen we hier een aantal projecten die met geneesmiddelen of diagnostica te maken hebben:

onderwerp

aantal projecten

budgetklasse

basisonderzoek geneesmiddelen

3

< € 300,000

resistentie

2

< € 400,000

productie (recombinant)

1

< € 200,000

promotie van onderzoek naar middelen tegen verwaarloosde ziekten

1

< € 20,000

pijnbestrijding (bilateraal)

1

< € 100,000

traditionele geneesmiddelen

1

< € 10,000

medicinale planten

4

< € 450,000

diagnostica (mycotoxines)

1

< € 350,000


Capaciteitsondersteuning


Tegenwoordig gebeurt het leeuwendeel van de medische research in ontwikkelingslanden in een lange-termijn samenwerking met lokale partners. Hierbij komt steeds een element van wetenschappelijke groei van die partner. Een aantal projecten hebben die capaciteitsvergroting tot direct doel. We onderscheiden:

soort ondersteuning

aantal projecten

budgetklasse

coaching en onderwijsmodules

10

< € 2,000,000

afstandsonderwijs

2

< € 200,000

infrastructuur (vooral laboratoria)

5

< € 1,500,000

informatieverspreiding over onderzoek

2

< € 300,000
  1. Hoofdactoren

Selectie van teams


We voerden een (rudimentaire) selectie uit van researchteams die waarschijnlijk een rol van een zeker belang spelen, op basis van het aantal projecten van dit team in onze steekproef (cutoff: minstens 5 recente projecten). Dit leverde 60 teams op, die elk een korte vragenlijst kregen (model in annex) en ook gevraagd werden de lijst van hun projecten (zoals per ons databestand) te verifiëren, te valideren en aan te vullen.

Deze selectie werd mogelijks beïnvloed door:



  • een negatieve bias (niet-selectie van belangrijke teams):

  • grotendeels buitenlandse of privé-financiering

  • niet vertegenwoordigd in de IWETO database (niet universitair)

  • IWETO-fiches niet up-to-date

  • researchwerk dat deel vormt van groter geheel en niet als dusdanig geklasseerd wordt (bvb deel van ontwikkelingswerk, privé-onderneming of onderwijsinstelling)

  • teams toegewijd aan 1 of 2 grote projecten

  • uitsplitsing van teams op té gedetailleerd niveau (bvb 3 labo's van 1 afdeling)

  • uitbesteden van projectvoorstellen aan promotoren van andere vakgroepen (om jaloezie te verminderen en selectiekansen te verhogen)

  • observer-bias

  • een positieve bias (selectie van niet-relevante teams of overrepresentatie van bepaalde groepen)

  • teams met een groot aantal kleine projecten

  • IWETO-aangiftebeleid van de verschillende universiteiten

  • inclusie van een aantal perifere domeinen (HIV-basisonderzoek, archeologie) waar veel research gebeurt.

  • observer-bias

Waar mogelijk werden hiervoor correctieve maatregelen genomen, maar we moeten er toch rekening mee houden dat de lijst onvolkomen is.

Respons


60 teams kregen de questionnaire toegestuurd. Slechts 15 van de aangeschrevenen gaven helemaal geen respons of lieten weten niet te zullen of kunnen antwoorden (overbevraging was een regelmatig gehoorde kritiek). In een aantal gevallen werden we doorverwezen naar de echte promotor of eenheid (emeriti, grote vakgroepen, herstructurering...). Op basis van die respons bleek het nodig een aantal projecten te hergroeperen in een andere structuur. Ook vielen er bij enkele teams zoveel projecten weg dat ze onder de 5-projecten grens vielen. De uiteindelijke lijst bevat daardoor 55 teams, en dient met de nodige omzichtigheid gehanteerd, want de naam van de verantwoordelijke is niet noodzakelijk de drijvende teamleider achter het pakket projecten met ontwikkelingslanden, maar bvb de vakgroepvoorzitter of de administratief verantwoordelijke.

Hier volgt de lijst:



Instituut

Contactpersoon




Team

expertisevelden


Natuur- en Exacte Wetenschappen, Technologie

IMEC

Decoutere

Stefaan

IMEC

Halfgeleiders, CMOS-technologie, optische electronica

KMMA

Gryseels

Guido

Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, Natuurwetenschappen

Taxonomie van dieren, Dierlijke en aquatische ecologie, Visbeheer, Entomologie, Plantenanatomie, Geofysika, Geologie, Geomorfologie, Petrologie, Klimaatsveranderingen, Milieu-monitoring

KULeuven

Coppin

Pol

Laboratorium voor bos, natuur en landschap

Tropische bosbouw

KULeuven

Darras

Veerle

Afdeling vergelijkende fysiologie en morfologie der dieren

Entomologie, Locusta spp.

KULeuven

Feyen

Jan

Laboratorium voor bodem en water

Bodemkunde, waterbeheer

KULeuven

Langouche

Guido

Afdeling kern- en stralingsfysica

Halfgeleiders, Cristallografie

KULeuven

Merckx

Roeland

Laboratorium voor bodemvruchtbaarheid en -biologie

Bodem- en waterbeheer

KULeuven

Muchez

Philippe

Afdeling Fysico-chemische geologie

Fysico-chemische geologie, sedimentologie

KULeuven

Ollevier

Frans

Afdeling ecologie en systematiek der dieren, Laboratorium voor aquatische ecologie

Aquatische Biologie / Ecologie

KULeuven

Poesen

Jean

Afdeling fysische en regionale geografie

Historische geografie

KULeuven

Smets

Eric

Afdeling systematiek en ecologie der planten

Evolutionaire biologie, plantkunde, morfologie

KULeuven

Swennen

Rony

Laboratorium voor tropische plantenteelt

fytopathologie, Plantbiotechnologie, Musa spp.

KULeuven

Van Gool

August

Centrum voor microbiële en plantengenetica

Bio-fertilisatie, Rhizobium, Azospirillum

UA

Devreese

Jozef

Functionele morfologie




UA

Eens

Marcel

Ethologie

Zoölogie, Zoölogische Ecologie / Ethologie

UA

Leirs

Herwig

Evolutionaire Biologie

Evolutionaire biologie, fytopathologie

UGent

De Wulf

Robert

Afdeling Bosbeheerregeling en Ruimtelijke Informatietechnieken

teledetectie, ecomanagement, environmental monitoring

UGent

Gheysen

Godelieve

Instituut voor Plantenbiotechnologie voor Ontwikkelingslanden (IPBO) en Afdeling Toegepaste Moleculaire Genetica

Plant biotechnologie, Plantensystematiek, moleculaire analyse van tropische plantenbiodiversiteit

UGent

Henriet

Jean Pierre

Afdeling Mariene Geologie

Mariene geologie, global change, geofysica

UGent

Hofman

Georges

Afdeling Bodemvruchtbaarheid en Bodeminformatieverwerking

Bodemvruchtbaarheid en nutriëntenbeheer, bodemfysica, bodemverontreiniging, bodemerosie en bodembehoud, Geostatistiek

UGent

Sorgeloos

Patrick

Laboratorium voor Aquacultuur en Artemia referentiecentrum

Aquacultuur, artemia

UGent

Swings

Jean

Laboratorium voor Microbiologie

Plantenziekten, biofertilisatie, biodiversiteit, aquacultuur, bioactieve componenten, rijstbacteriologie

UGent

Van Cleemput

Oswald

Afdeling Toegepaste Fysico-chemie

Fysico-chemische bodemkunde

UGent

Van Damme

Patrick

Tropische Landbouw en Etnobotanie

Etnobotanie, (sub)tropische landbouw, plattelandsontwikkeling, opzetten / evaluatie van projecten, informele spaar- en kredietsystemen

UGent

Van Ranst

Eric

Labo voor Bodemkunde, Geologisch Instituut, iTC-Physical land resources

Bodemkunde, landgebruiksplanning, landevaluatie, beheer van tropische gronden

UGent

Vyverman

Wim

Onderzoeksgroep Protistologie en Aquatische Ecologie

aquatische ecologie, limnologie, paleo-ecologie, algenkweek

VITO

Fransaer

Dirk

VITO

Global change, teledetectie

VUB

Koedam

Nico

Biologie, incl. Algemene Plantkunde en Natuurbeheer

evolutionaire biologie, mariene biologie, mangrove, ranidae, aquacultuur, remote sensing
















Gezondheidswetenschappen




ITG

Buvé

Anne

SOA/HIV research en interventie-eenheid

SOA, HIV& AIDS: preventiemethodes, diagnose, (toegang tot) therapie (ARV), resistentie, interventie-onderzoek, epidemiologie, diensten

ITG

Geerts

Stanny

Departement Diergeneeskunde ITG

Diergeneeskunde: parasitologie (tryps): epidemiologie, diagnose, controle, resistentie; cysticercose, BVO

ITG

Coosemans

Marc

Departement Parasitologie

Parasitologie: Malaria, Leishmaniose, Trypanosomiase, Schistosomiase: preklinisch, epidemiologie, controle, therapie, gezondheidsdiensten

ITG

Kegels

Guy

Departement Volksgezondheid

volksgezondheid: gezondheidssystemen, epidemiologie, voeding, behandelingen, HIV, Reproductieve gezondheid

ITG

Portaels

Françoise

Eenheid Mycobacteriologie

TB: diagnose, preventie, therapie, resistentie; Buruli

itg

van der Groen

Guido

Eenheid Virologie

Virologie, HIV: preklinisch onderzoek, vaccin

KULeuven

De Clercq

Erik

Afdeling virologie en chemotherapie

HIV: preklinisch onderzoek, therapie, resistentie

KULeuven

Vandamme

Anne-Mieke

Afdeling Klinische en epidemiologische virologie

HIV: preklinisch onderzoek, therapie, resistentie, HIV/SIV en HTLV/STLV: virus evolutie, moleculaire epidemiologie

UA

Meheus

Andre

Epidemiologie en sociale geneeskunde

Volksgezondheid: vaccinatie; klinische studies + HIV/AIDS/SOI; Reproductive Health

UA

Vlietinck

Arnold

Farmacognosie en fytochemie

Farmacologie, medicinale planten, traditionele geneesmiddelen, malaria

UGent

Leroux-Roels

Geert

Afdeling Evaluatie en Onderzoek van Vaccins

Virologie: HBV, HCV, HIV

UGent

Temmerman

Marleen

Internationaal Centrum voor Reproductieve Gezondheid

Reproductieve gezondheid, SOA, HIV/AIDS, cervixkanker, gezondheidsdiensten, beleid en advocacy; conflicten: preventie en management, vluchtelingen, mensenrechten, HIV, vrouwenstudies, ontwikkelingsbeleid

UGent

Vercruysse

Jozef

Parasitologie en parasitaire ziekten

Diergeneeskunde, parasitologie; humane parasitologie

VUB

De Baetselier

Patrick

Cellulaire Immunologie

Trypanosomiase en TB: immunologie, moleculaire biologie
















Sociale en Culturele Wetenschappen




KMMA

Gryseels

Guido

Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, Culturele teams

Kunst, Archeologie, Geschiedenis, Cultuurstudies, Literatuur, Musicologie, Talen, Linguïstiek, Antropologie, Public Policy

KULeuven

Berlage

Lodewijk

Departement economie, Werkgroep Ontwikkelingseconomie

Civiele participatie in beleidvorming en -uitvoering, rurale economie, capaciteitsopbouw, migratie, conflicten: preventie en management, armoede, handel

KULeuven

Delmartino

Frank

Afdeling Internationale Betrekkingen en Europees Beleid - Inst. voor Internationaal en Europees Beleid (IIEB)

Conflicten: preventie en management, democratisering, vredesstudies

KULeuven

Foblets

Marie-Claire

Departement sociale en culturele antropologie

Sociale en culturele anthropologie, postkoloniale studies, volksgezondheid, mensenrechten, midden-Oosten

KULeuven

Lemmens

Paul

Afdeling publiek recht

Mensenrechten

KULeuven

Van Lerberghe

Karel

Afdeling Het oude nabije oosten

Archeologie, Egyptologie

KULeuven

Waelkens

Marc

Afdeling archeologie

Archeologie, biochemie

UA

Reyntjens

Filip

Instituut voor Ontwikkelingsbeleid (IOB)

Ontwikkelingsstudies (development evaluation and management, institutional aspects of development, globalisation, risks and opportunities for DC, state, market and society), Ontwikkelingseconomie, armoede, handel, sociale diensten

UGent

Blommaert

Jan

Afdeling Afrikaanse talen en culturen

Afrikaanse cultuur en educatie, talen, postkoloniale studies

UGent

Doom

Ruddy

Afdeling Studie van de Derde Wereld

Conflicten: preventie en management, islam, midden-oosten, vredesstudies, ontwikkelingsbeleid, duurzame ontwikkeling

UGent

Pinxten

Rik

Afdeling Vergelijkende Cultuurwetenschappen

Vergelijkende ethnologie, conflicten: preventie en management

UGent

Soetaert

Ronald

Afdeling Onderwijskunde

Cultuur & educatie, vergelijkend onderwijs, ICT & onderwijs, project management

Profiel


Een korte doorlichting van deze 55 teams (op basis van de verzamelde gegevens plus eventuele feedback):

  • 12 teams uit de Sociale en Culturele wetenschappen, 14 Gezondheidswetenschappen, 29 Natuur- en Exacte wetenschappen en Technologie

  • Deze teams nemen ongeveer 2/3 van alle projecten in de steekproef voor hun rekening

  • De meeste teams (14) willen op hetzelfde peil doorgaan met dit soort research, 8 willen meer doen op dit vlak, en slechts 1 team wil minder .

  • Samen staan zij in voor ongeveer 70 % van het geschatte researchbudget

  • Ze werken samen met meer dan 53 ontwikkelingslanden (28 in Afrika, 4 in Midden-Oosten, 9 in Azië, 12 in Latijns-Amerika).

    • 22 teams werken samen met Zuid-Afrika, 13 met China, 12 met D.R. Congo, 11 met Vietnam

    • tussen 5 en 10 teams werken samen elk van de landen Ethiopië, Zambië, Kenia, Rwanda, Senegal, Tanzania, Brazilië, Mexico en Ecuador

  • Researchbudgetten:

< € 500,000

10 teams

€ 0,5M - € 1M

12 teams

€ 1M - € 2M

11 teams

€ 2M - € 3M

8 teams

€ 3M - € 4M

7 teams

> € 4M

7 teams


Ervaringen


Op de vraag

Uw ervaring uit afgelopen / lopend onderzoekswerk (opmerkingen bvb over financieringsmogelijkheden, selectiecriteria, regionale en thematische focus van de verscheidene programma’s, verhouding administratief en inhoudelijk werk, kwaliteit van opvolging en disseminatie...)



komen de volgende elementen aan bod (22 teamleiders beantwoordden deze vraag):

Algemeen:


  • excellent ! (1 team)

  • zeer enthousiast (1 ander team)

Visie, Beleid


  • de aanbodzijde is ondoorzichtig

  • geen lange-termijn en consistent beleid in België / Vlaanderen

  • de regionale concentratie is onterecht

Financiering


  • te weinig mogelijkheden voor financiering binnen België, grote concurrentie op de internationale markt

  • de specificiteit van programma's (fundamenteel v. toegepast, mandaten v. werkingskosten, verplichting van bepaalde partners te nemen) leidt tot beperking financieringsmogelijkheden

  • EU-financiering zal voor sommige domeinen afgesloten worden (6e KP)

  • budgetten worden kleiner, financieringsmogelijkheden zijn beperkt

  • gebrek aan core-funding leidt tot struggle for funds

Ondersteuning, administratie


  • VLIR administratie gaat de goede richting op

  • Vlaanderen biedt weinig capaciteitsondersteuning en behoud expertise en continuïteit worden daardoor problematisch

  • administratief werk en management-overhead neemt verontrustend toe (vele teams) "dit project is, gezien de enorme administratie, niet voor herhaling vatbaar"

  • internationale samenwerking is belangrijk, maar niet eenvoudig: administratie, logistiek, visums

  • beheer van projecten is niet flexibel genoeg

  • goede ervaringen met beheersovereenkomst / raamakkoord DGOS (ITG-team)

  • voorstellen schrijven kost veel academische tijd, die niet vergoed wordt

  • werken met ontwikkelingslanden brengt veel extra werk met zich mee, ook ATP werk, dat niet of onvoldoende vergoed wordt (verscheidene teams).

Inhoud, structuur


  • moeilijkheden om donoren te (blijven) overtuigen van het belang van de eigen niche of de eigen aanpak (verscheidene teams) (bvb moeilijkheden om sociaal-culturele projecten als ontwikkelingsrelevant aanvaard te krijgen; bvb "ook fundamenteel onderzoek is belangrijk")

  • selectiecriteria zijn minder en minder aangepast aan de realiteit van de tropen

  • selectiecriteria zijn onduidelijk tot ongekend

Carrière


  • werk in ontwikkelingslanden biedt lage wetenschappelijke return, en is niet bevorderlijk voor A1-publicaties en het CV van medewerkers en dat is alles wat blijkbaar telt op dit ogenblik, dit leidt tot een afbouw van projecten met ontwikkelingslanden

  • geen Noord-projectleider meer mogelijk op sommige projecten

Motivatie


  • "om dit werk te blijven doen moet je een idealist zijn, of een idioot, of beide"

  • het wordt echt moeilijk om nog opvolgers te motiveren

Disseminatie en follow-up


  • evaluatie, opvolging, en disseminatie van onderzoeksresultaten is niet optimaal (meerdere teams)

  • er is een kloof tussen onderzoeksresultaten en hun omzetting in de praktijk


Aanbevelingen


Op de vraag:

Uw structurele aanbevelingen om Vlaamse research ten bate van ontwikkelingslanden te bevorderen:



kwamen de antwoorden:

Algemeen

Visie, Beleid


  • Vlaanderen: ontwikkel eerst een visie: waarin, waar en met wie, en zet er dan voldoende middelen achter

  • langdurige contacten, langere termijnprojecten met groei van lokale capaciteit (meerdere teams)

  • verschillen tussen universiteiten, instituten en hogescholen wegwerken

  • beperkt aantal recipiënt-landen

  • resultaatgerichte beheersovereenkomsten voor 'soliede' teams: responsabiliseren, flexibele werking (naar analogie met raamakkoord ITG-DGOS)

  • betere coördinatie tussen researchteams: van een competitieve positie (voor dezelfde grants) naar netwerken die complementair en additief zijn

Financiering


  • core funding (meest gemelde aanbeveling)

  • verschillende financiering voor kleine / nieuwe teams (via calls for proposals en kleine, korte grants) en voor centres of excellence (via beheerscontracten of programmafinanciering)

  • meer kanalen voor mogelijke financiering stimuleren, onderzoek in België beter financieren

Ondersteuning, administratie


  • betere officiële ondersteuning (Vlaams niveau)

  • aanbodzijde: transparanter (1 loket), gecentraliseerde structuur

  • projectadministratie stroomlijnen, verbeteren en vereenvoudigen

  • meer ondersteuning vanuit de centrale administratie (van de instelling)

  • eenvoudige administratie (geen logframes ed)


Inhoud, structuur


  • prioriteiten bepalen met inspraak van de wetenschappers

  • grondige discussies met wetenschappers met duidelijke ervaring in de tropen om te evalueren welk onderzoek wel relevant en mogelijk is in de tropen

  • beperkt aantal expertise-domeinen, maar liefst een niche zoeken waar onze Vlaamse expertise het verschil kan maken

  • domeinen kiezen waar Vlaanderen sterk is, en dat dan als focuspunt nemen

  • ook fundamenteel onderzoek met niet direct economisch belang

  • meer aandacht voor [eigen niche]

Carrière


  • carrierekansen bieden aan Vlaamse onderzoekers

  • meer mogelijkheden om Vlaamse projectverantwoordelijken te sponsoren on-site

  • permanente Vlaamse deskundigen kunnen aanwerven, leidend tot PhD, parallel met counterparts, waar ook PhD uit voortvloeit. Dit versterkt capaciteit in ontwikkelingslanden en behoudt expertise in Vlaanderen

  • uitsturen laatstejaars

  • meer beurzen

  • hier getrainde mensen uit ontwikkelingslanden laten terugkeren met een project

Motivatie


  • meer middelen en respect

Disseminatie en follow-up


  • opvolging na einde projecten, disseminatie verbeteren

  • info rond videoconferencing

  • intens nieuwskanaal (website) met info over lopend onderzoek in ontwikkelingslanden
  1. Verslag workshop 5 december 2003


Op vrijdag 5 december 2003 had in het Monasterium Poortackere te Gent de workshop plaats ‘Vlaams Wetenschappelijk Onderzoek en Science Sharing’. Het multidisciplinair onderzoeksteam van de UGent, onder leiding van prof. Marleen Temmerman19, dat in opdracht van de VRWB het gelijknamige project uitvoerde, stelde er de resultaten voor aan wetenschappers en beleidsmakers met een bijzondere interesse en/of expertise op het vlak van ontwikkelingssamenwerking. De onderzoekers confronteerden hen ook met de vraag naar de ontwikkelingsrelevantie van de bestaande wetenschappelijke ontwikkelings-samenwerking. De workshop werd een moment van kritische reflectie.

Prof. em. Roger Dillemans, voorzitter van de VRWB-stuurgroep die dit Science Sharing project begeleidt, heette de deelnemers (programma en deelnemerslijst in annex 3) welkom en situeerde het project. Het idee ontstond toen de VRWB om advies werd gevraagd omtrent het voorstel van EU-commissaris Busquin voor de creatie van één Europese onderzoeksruimte. De VRWB vond toen dat een Europese Onderzoeksruimte weliswaar een goed idee is, maar dat dit niet enkel mag gericht zijn op het verbeteren van de concurrentiepositie van Europa ten opzichte van de VS en Japan, en tevens gekenmerkt moet zijn door een mondiale openheid. Er moet ruimte gecreëerd worden voor initiatieven die zich richten op Science Sharing, het delen van het wetenschappelijk potentieel met andere landen, vooral ontwikkelingslanden. Dat ook Vlaanderen daarbij een rol te vervullen heeft, staat vast. De VRWB, als adviesorgaan voor de Vlaamse overheid, wou hierin een stimulerende, anticiperende en sensibiliserende rol spelen en gaf de opdracht voor een onderzoeksproject.

Promotor prof. Marleen Temmerman stelde het multidisciplinaire team voor en schetste de aanpak voor dit project. De bedoeling was in eerste instantie de wetenschappelijke onderzoeksdisciplines in Vlaanderen in kaart te brengen die van betekenis kunnen zijn in de grote wereldvraagstukken en de specifieke problemen van ontwikkelingslanden. Wat kan Vlaanderen in bepaalde domeinen (informatica, biogenetica, micro-elektronica, medisch onderzoek, staatsopbouw, recht, economie…) aan deze landen bieden? Waar situeren zich de belangrijkste samenwerkingsverbanden?

Daarnaast moest ook aandacht gaan naar mogelijke trends die zich in die disciplines in de toekomst kunnen aftekenen en naar de relevantie van al die onderzoeksprojecten voor ontwikkelingslanden. Dat ontwikkelingsrelevantie niet eenvoudig te vatten is, zeer tijdsgebonden en subjectief is, bleek ook uit de presentatie van prof. Ronald Soetaert, vakgroep Onderwijskunde UGent (zie annex 4). Hij onderbouwde en illustreerde zijn betoog met voorbeelden uit zijn eigen onderzoeksgebied nl. de culturele geletterdheid in het algemeen en media & digitale geletterdheid in het bijzonder.

De (nog niet definitieve) resultaten van de inventarisatieoefening werden door projectcoördinator Lou Dierick en projectmedewerker Wouter Van Hove voorgesteld (annex 5). Eerst gaven zij een overzicht van de belangrijkste donoren in Vlaanderen op het vlak van ontwikkelings -en onderzoekssamenwerking en hun geografisch actieterrein. Vervolgens lichtten zij de werkwijze voor het verzamelen en verwerken van de gegevens toe. Het aldus verkregen projectenbestand is geen volledige inventaris geworden maar eerder een steekproef, representatief voor het onderzoekslandschap in Vlaanderen. Hieruit konden een 55-tal onderzoeksteams geïdentificeerd worden als de voornaamste spelers in het Vlaams wetenschappelijk onderzoek in/met en voor ontwikkelingslanden. Daarnaast werden de gegevens geclusterd in expertiseniches. Dit geeft een duidelijk visueel overzicht van de bestaande situatie.

Na de middag werden de deelnemers aan de workshop in 2 parallelle sessies aan het werk gezet. Groep A (verslag in annex 6) moest zich buigen over de vraag of de minst ontwikkelde landen en wetenschappelijk onderzoek rond de basisbehoeften een centrale plaats moet krijgen en Science Sharing op andere domeinen een eerder perifere plaats. Vragen zoals: ‘Is het interessant, wenselijk en haalbaar om een socio-cultureel luik in een onderzoeksproject naar geneesmiddelen op te nemen? Hoe betrek je de ontwikkelingslanden bij het uitstippelen van het onderzoeksproject, zodat de relevantie verzekerd is? Moet zuid-zuid-samenwerking om die reden niet gestimuleerd worden?‘ kwamen er aan bod. Groep B (verslag in annex 7) besprak de organisatorische kant van het onderzoek; de structuren, strategieën, oriëntaties, programma’s en budgetten voor Vlaams ontwikkelingsonderzoek. Moet Vlaanderen zich niet beperken tot een aantal expertise-domeinen, bij voorkeur in een niche waar onze expertise het verschil kan maken en waar Vlaanderen sterk staat. Een belangrijk knelpunt blijkt ook de geringe appreciatie en academische return voor ontwikkelingsrelevant onderzoek te zijn.



De workshop werd afgerond met een plenaire rapportering van de bespreking in beide sessies.
  1. Conclusies


Op basis van de onderzoeksresultaten komen wij tot de volgende conclusies:

  • Vlaamse teams zijn actief op het domein van onderzoek in, met en voor ontwikkelingslanden

  • Dit onderzoek neemt verscheidene vormen aan:

    • research in ontwikkelingslanden, rond ontwikkelingsthema's en in samenwerking met partnerteams in deze landen

    • fundamenteel en in België gebaseerd onderzoek op terreinen die van belang zijn voor ontwikkelingslanden

    • wetenschappelijke samenwerking met instellingen in ontwikkelingslanden

    • onderzoek en evaluatie in het kader van ontwikkelingssamenwerkingprogramma's, teneinde de effectiviteit van de programma's te onderzoeken en te verhogen.

    • onderzoek in ontwikkelingslanden met weinig directe relevantie voor het land zelf

    • ondersteuning van onderzoeksinstellingen in ontwikkelingslanden, vormingsactiviteiten en kennisoverdracht

  • Dit breed gamma van activiteiten plaatst deze sector op een aparte plaats binnen de wetenschapsuitoefening in Vlaanderen, verleent haar een aparte specificiteit

  • Deze sector is van belang:

    • voor de ontwikkeling van de partnerlanden, door directe of indirecte toepassing van de onderzoeksresultaten

    • voor de Vlaamse onderzoeksinstellingen, die door deze internationale werking belangrijke onderzoekservaring kunnen opdoen en uitstraling verwerven

  • Het VRWB-project heeft de huidige topologie van de sector in kaart gebracht, en stuitte daarbij op een gebrek aan transparante, vergelijkbare, up-to-date en vlot beschikbare gegevens

  • De studie beperkte zich derhalve tot het verzamelen van een representatieve steekproef van projectgegevens (>1000 recente onderzoeksprojecten), het clusteren in specifieke expertiseniches en ruimere wetenschapsdomeinen en het selecteren en bevragen van een 60-tal (meestal academische) teams.

  • De expertiseclusters van de Vlaamse teams bevinden zich zowel op het vlak van direct ontwikkelingsgerichte domeinen zoals landbouw- en gezondheidswetenschappen, als op andere domeinen waar wetenschappelijk onderzoek en samenwerking evenzeer van belang zijn

  • Het bijwijlen versnipperd landschap is ontstaan door een combinatie van verscheidene factoren, voornamelijk:

    • de specificiteit van beschikbare financieringskanalen

    • persoons- en teamgebonden specialiteiten, interesses en initiatief in een internationale en wetenschappelijk competitieve omgeving

  • De geografische focus en concentratie van Belgische en Vlaamse ontwikkelingssamenwerking enerzijds en Belgisch en Vlaams onderzoeksbeleid anderzijds is slechts ten dele congruent en coherent. Intensieve samenwerkingsverbanden tussen wetenschappelijke teams zijn er ook in landen die door geen van de Belgische of Vlaamse beleidsinstrumenten gefinancierd kunnen worden.

  • Bij de defederalisering van het wetenschapsbeleid gaat globaal minder aandacht naar research in / met of voor ontwikkelingslanden. Met name in het mandaat en de werking van de diverse Vlaamse Wetenschappelijke Instellingen en steunpunten is deze focus opvallend afwezig.

  • Onder de wetenschappers actief op het terrein bestaat een grote motivatie ten aanzien van hun werk, gepaard met een groeiende bezorgdheid voor het behoud en optimale benutting van hun expertise.


  1. Aanbevelingen



Algemeen:


  • Het Vlaamse wetenschapsbeleid dient verruimde aandacht te schenken aan het belang en de specificiteit van de sectoren waarin gewerkt wordt in, met of voor ontwikkelingslanden. De bestaande know-how in Vlaanderen op dit gebied dient behouden en uitgebreid te worden.

  • Kennis, van belang voor ontwikkelingslanden, dient op bevoorrechte wijze aan deze landen overgedragen te worden, waarbij een compromis moet gevonden worden tusen de primordiale ontwikkelingsbelangen van de partnerlanden en de eigen Vlaamse wetenschappelijke of commerciele overwegingen

  • Wetenschappelijke activiteiten in ontwikkelingslanden gebeuren niet in een maatschappelijk vacuüm en de onderzoekers zullen er (als minimumnorm) over waken geen schade toe te brengen aan bestaande structuren en instellingen en de lokale levensomstandigheden te verbeteren. Mogelijkheden om deze structuren en instellingen verder uit te bouwen en de lokale levensomstandigheden blijvend te verbeteren dienen gezocht en benut te worden in elk project.

  • Onderzoek in ontwikkelingslanden dient te gebeuren in samenwerking met plaatselijke experts en instellingen, die bij alle stadia van het onderzoek en exploitatie van de resultaten betrokken worden. De bestaande lokale expertise en technologie zal positief gevaloriseerd en ondersteund worden. Vorming en carrière van researchers en academici in de partnerinstellingen moet de nodige aandacht krijgen.

  • Naast onmiddellijk toepasbaar onderzoek rond primaire behoeften (gezondheid, voedsel) zijn ook andere domeinen van onderzoek en wetenschappelijke samenwerking van belang. Een genuanceerde benadering van het begrip 'ontwikkelingsrelevantie' dient gehanteerd te worden bij de beoordeling van concrete voorstellen en activiteiten.

  • Het verstrekken van ontwikkelingssamenwerking dient hand in hand te gaan met de wetenschappelijke toetsing van de effecten en resultaten van deze hulp, en de ontwikkelingsdonoren kunnen hiervoor beroep doen op de bestaande expertise opgebouwd in Vlaamse en partnerinstellingen.

  • Voorkeur dient te gaan naar het verder bouwen op bestaande expertise in bepaalde niches en bestaande samenwerkingsverbanden verder uit te diepen, eerder dan, omwille van soms louter politieke keuzes of modeverschijnselen, exclusiviteit of voorrang te verlenen aan nog op te bouwen expertise of samenwerking met nieuwe landen.


Specifiek:


  • In deze faze van defederalisering van het wetenschapsbeleid is het nuttig dat de Vlaamse overheid het volledige Vlaamse gamma van beleids- en financieringsinstrumenten ten aanzien van ontwikkelingslanden analyseert en in een coherent kader onderbrengt dat in lijn is met het nationale niveau en met de internationale stand van zaken; tevens dient voldoende aandacht besteed aan

    • de complementariteit met ontwikkelingssamenwerkingprogramma's.

    • de eenvoud van administratie en beheer.

    • de rolverdeling tussen de verschillende actoren.

  • In de specifiek op ontwikkelingslanden gerichte financieringsinstrumenten dient wellicht onderscheid gecreëerd tussen:

    • "core funding" van specifiek op ontwikkelingslanden gerichte Vlaamse instituten.

    • kadercontracten met een beperkt aantal expertise-centra of -netwerken, die een ruime implementatie-autonomie krijgen en periodiek grondig geëvalueerd worden; hierbij hoort ook institutionele samenwerking met partnerinstellingen in het Zuiden.

    • kortlopende (<5 jaar) project- en mandaatfinanciering op basis van de klassieke 'calls for proposals' en een onafhankelijke expertenreview, open voor alle non-profit instellingen, zonder quota per instelling of zelfbediening. Deze oproepen kunnen de thematische of geografische interesses van de overheid volgen.

    • innovatieve projectfinanciering door middel van beperkte enveloppes voor bvb terugkeerprojecten (voor hier opgeleide wetenschappers uit het Zuiden), piggy-back financiering (bijkomende financiering voor projecten van Vlaamse teams die in internationale calls geselecteerd werden), opvolgfinanciering (bij goede evaluatie, zonder nieuwe competitieve procedure).

  • De research van teams zowel uit de academische wereld, de privé-ondernemingen en de social-profit sector dient positief ondersteund in hun eigen specificiteit, en samenwerking tussen deze teams dient positief gesteund te worden.

  • De universitaire overheden dienen erover te waken dat onderzoekers die kiezen voor dit type onderzoek hierdoor geen nadeel lijden wat hun academische carrieremogelijkheden betreft.

  • In het mandaat van de verschillende Vlaamse Wetenschappelijke Instellingen dient plaats gecreëerd te worden voor ontwikkelingsrelevant onderzoek. De Instellingen dienen in hun jaarverslag te rapporteren over de gemaakte vooruitgang op dit punt.

  • De Vlaamse steunpunten rond relevante thema's (duurzame landbouw, gelijkekansenbeleid, milieu en gezondheid, milieubeleidswetenschappen, ondernemerschap, ondernemingen en innovatie) dienen een specifiek mandaat voor onderzoek ten bate van ontwikkelingslanden te krijgen.

  • De specificiteit van het onderzoek in, met of voor ontwikkelingslanden zou kunen leiden tot de oprichting van een apart steunpunt of kennisnetwerk, na grondige analyse door de Vlaamse Regering.

  • Betrouwbare informatie over onderzoeksactiviteiten dient gemakkelijk toegankelijk te zijn. De IWETO-databases bieden hiervoor in principe de benodigde structuur (mits uitbreiding van de huidige fiches), doch de update van de gegevens moet strikter opgevolgd worden. Alternatief kan de database van het onderhavig onderzoek toevertrouwd worden aan een Vlaams steunpunt voor verdere uitbouw en update.

  • Doorstroming van onderzoeksresultaten naar wetenschaps- en beleidsinstanties in het Zuiden dient de nodige aandacht en opvolging te krijgen. Vroegtijdig betrekken van deze partners in het onderzoek is hierbij cruciaal.


Verder onderzoek is nodig op de volgende vlakken:

1. vraagstukken die buiten beschouwing gelaten werden in het huidig onderzoek:

  • in kaart brengen van het onderzoekspotentiëel van Vlaamse instellingen dat mogelijks van nut zou kunnen zijn voor ontwikkelingslanden, maar dat momenteel geen enkele band met die landen heeft; nagaan hoe dit potentiële aanbod aangeboord kan worden en benut ten gunste van ontwikkelingslanden.

  • de kwaliteitsbeoordeling van het geleverde onderzoek door Vlaamse teams, op basis van parameters zoals aantal en kwaliteit van publicaties, sterkte van capacity building (curricula, PhD's) en van wetenschappelijke samenwerking (gezamenlijke publicaties, projecten, vorming en uitwisseling).

  • een beoordeling en interpretatie van het Vlaamse onderzoek door de partners in het Zuiden.


2. studiewerk dat binnen het tijdsbestek niet kon uitgevoerd worden:

  • het vervolledigen van de topologie van bestaande activiteiten, voornamelijk mbt. privé-organisaties, NGO's, teams die voornamelijk met internationale fondsen werken.

  • in kaart brengen en analyseren van vormingsactiviteiten en aanbevelingen voor het bevorderen van kennisoverdracht (science sharing als werkwoord).


3. vragen die uit de huidige conclusies naar voor komen:

  • analyse van het aandeel van de projecten en mandaten ivm ontwikkelingslanden in de algemene wetenschappelijke fondsenstromen (FWO, BOF...).

  • huidige individuele carrièremogelijkheden voor wetenschappers uit Zuid en Noord en aanbevelingen om de opgedane expertise zo efficiënt mogelijk aan te wenden ten bate van de ontwikkelingslanden.


Lijst van Afkortingen


AAU: Association of African Universities

AWI Administratie Wetenschap en Innovatie (VL)

BOF Bijzonder OnderzoeksFonds (Universiteiten)

BTC Belgische Technische Cooperatie

BVO BeleidsVoorbereidend Onderzoek

CGIAR Consultive Group for International Agricultural Research

CLO Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek

DWTC Diensten voor Wetenschappelijke, Technische en Culturele aangelegenheden (B)

DGOS Directoraat Generaal OntwikkelingsSamenwerking (B)

EC Europese Commissie

ECDPM European Centre for Development Policy Management

EI Eigen Initiatieven (VLIR)

ESF European Science Foundation

EU Europese Unie

FAO Food and Agriculture Organization

FWO-Vl Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen

HICs High Income Countries

ITG Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde

IMEC Interuniversitair Micro-Electronica Centrum

IUS InterUniversitaire Samenwerking (VLIR)

IWT-Vl Instituut voor de aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen

KMMA Koninklijk Museum Midden-Afrika

LMICs Lower & Middle Income Countries

LICs Low Income Countries

RTD Research and Technology for Development,

Research, Technology, Development (Directoraat-Generaal van de EC, vroeger DG XII)

S&T Science and Technology

SIDA Swedish International Development Agency

UNDP United Nations Development Program

UNESCO United Nations Education, Scientific and Cultural Organization.

VIB Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie

VITO Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek

VLIR Vlaamse Interuniversitaire Raad

VLIR-UOS VLIR- secretariaat Universitaire Ontwikkelingssamenwerking

VVOB Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en Technische Bijstand.

WIV Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid

WHO/WGO World Health Organization / Wereldgezondheidsorganisatie

Annexen


1. Inventarisatie projecten: basisdocument

2. Questionnaire belangrijkste teams

3. Programma en deelnemerslijst Workshop 5 december 2003

VRWB Onderzoeksopdracht ‘Science Sharing’

Inventarisatie projectgegevens Donoren

Inleiding


In het kader van deze VRWB onderzoeksopdracht20 verzamelen wij een aantal gegevens in over recente onderzoeksprojecten met ontwikkelingsrelevantie die door uw organisatie worden gesponsord of begeleid. Natuurlijk moeten de gegevens van de verschillende donoren in een formaat gebracht worden dat vergelijkingen en analyses toelaat. Daartoe dienen de volgende instructies.

Indien er nog vragen zijn, contacteer dan de coördinator:



Lou Dierick, ICRH, lou.dierick@rug.ac.be, 09/240.35.64

1. Wat wordt er van u verwacht ?


U kunt kiezen uit twee mogelijkheden:

  1. ofwel stelt u ons de ruwe gegevens over relevante projecten ter beschikking (welke velden ? zie punt 4)

  2. ofwel doet u zelf de analyse en geeft u ons de resultaten hiervan. (zie punt 3)


2. Welke projecten zijn relevant voor de studie ?


volgende criteria zijn tegelijk van toepassing:

  1. onderzoeksprojecten, of (ontwikkelings)projecten met een belangrijke (> € 100,000) onderzoekscomponent

  2. research in ontwikkelingslanden, of in partnership met organisatie(s) in ontwikkelingslanden, of desk research die in functie staat van ontwikkelingslanden

  3. ontwikkelingsrelevant: de research kan op een of andere manier bijdragen tot de ontwikkeling van het derdewereldland

  4. recent: criterium hier is dat het project in 2002 en/of 2003 aan de gang was. Met andere woorden afsluitdatum van de activiteiten nà 1 januari 2002.


3. Welke gegroepeerde21 gegevens wensen wij te kennen over de relevante projecten ?

Op het niveau van de projecten22:

  1. totaal researchbudget per onderzoeksteam, opgedeeld per onderzoeksgebied en eventueel per hoofdmethodologie

  2. totaal researchbudget per (ontwikkelings)land, opgedeeld per onderzoeksgebied en eventueel per hoofdmethodologie

  3. contactgegevens en principal investigator(s) per onderzoeksteam


Op het niveau van het volledige pakket / programma

  1. totaal relevant researchbudget, desgevallend opgedeeld per programma / budgetlijn, per geografisch werkgebied en per thema of methodologie23

  2. selectiecriteria van projecten, motivering / (wettelijke) fundering van de programma’s (bvb. uit mission statements, decretale bepalingen of budgetverantwoording)

  3. beschrijving van de evolutie van het programma qua omvang en geografische gebieden (bvb uit jaarrapporten)

  4. plannen voor de toekomstige evolutie van het programma (bvb. uit beginselteksten of beleidsverklarigen)

  5. welke andere donoren of programma’s zijn in Vlaanderen actief op uw domein(en) ? Welke zijn de voornaamste actoren (donoren, programma’s) op internationaal vlak ?


4. Minimumgegevens over projecten24




  • IDENTIFICATIE: titel, unieke identificatiecode(s), behorende tot welk programma / budgetlijn / pakket

  • WANNEER: start- en einddatum

  • WIE: identificatie van de samenwerkende onderzoeksteams (team + instituut/organisatie, nationaliteit)

    • coördinerend team en Vlaamse partners: contactgegevens (e-mail of telefoon/fax), naam van de principal investigator(s)

  • WAAR: ontwikkelingsland(en) waar de activiteiten zich afspelen of op gericht zijn; eventueel (sub)continent of ‘alle ontwikkelingslanden’

  • WAT: hoofdonderzoeksgebied, eventueel FWO classificatie, anders zo gedetailleerd mogelijk (herclassificatie gebeurt achteraf)

  • HOE: hoofdtype van researchmethodologie, zoals gedefiniëerd door de onderzoekers (herclassificatie gebeurt achteraf)

  • BUDGET: researchbudget van deze donor voor dit project, opgedeeld per onderzoeksteam

5. Bijkomende informatie (welkom, maar niet noodzakelijk)




  • historische projectgegevens (over projecten afgesloten voor 2002)

  • WIE: adressen en bijkomende gegevens over de onderzoeksteams

  • WAAR: informatie over onderzoekssites, locaties buiten ontwikkelingslanden

  • WAT: bijkomende onderzoeksgebieden

  • HOE: bijkomende methodologieën, andere classificaties

  • BUDGET: fondsen van andere donoren, totaalbudget van het project, eigen contributies, budgetopdeling

  • PERSONEEL: aantal FTE wetenschappelijk personeel, andere ingezette middelen


Datadefinities


Onderstaande tabel tracht inzicht te geven in de mogelijke structuur van de projectgegevens, en op welk niveau zich de basiseenheden bevinden die een grondige analyse toelaten.

VRWB-onderzoek Science Sharing

Opgevraagde informatie bij de DONOREN van Researchactiviteiten



















1. Informatie op PROJECTniveau



















 

WIE

WAAR

WAT

HOE

HOEVEEL

onderzoeksteams

geografisch

thema

methodologie

ingezette middelen

NODIG

1) coordinator 2) VL partner

locaties in ontw.land(en)

hoofd-onderzoeksgebied

hoofdtype van research

fondsen van deze donor

secundair

andere partners

andere locaties

secondaire gebieden

secundaire types

mensen / natura, fondsen van andere donoren

Niveau's:


supra-indeling

universiteiten / hogeschool / privé / ...

bvb ACP / Commonwealth







budget van het programma

hoofd-indeling

instituut / organisatie

groepering per continent

natural, cultural, social, life sciences

classificatie van researchmethodologie

totaalbudget van het project

tussen-indeling

faculteit / vakgroep / afdeling enz.

groepering per regio







niet-researchfondsen, eigen contributie...

basiseen-heden

onderzoeksteam

land

onderzoeksgebied

hoofd-
methodologie


researchbudget

onder-verdeling

subteam / individu

site, localiteit of regio intra-staat







budgetverdeling






















WANNEER

enkel recente projecten (in 2002 of 2003 aan de gang)







historische gegevens secundair



















2. Informatie op het niveau van de researchprogramma's / pakketten:






















WAAROM

selectiecriteria van projecten







motivering van de donor voor zijn programma(s)






















VAN WAAR

evolutie van het programma qua omvang en domeinen




WAARHEEN

plannen voor de toekomst




WIE NOG ?

gegevens over andere belangrijke donoren in België en buurlanden


Annex 3: Programma en deelnemerslijst


Workshop

Vlaams Wetenschappelijk Onderzoek en Science Sharing
PROGRAMMA

Vrijdag 5 december
Monasterium Poortackere, Oude Houtlei 56, 9000 Gent


(zaal: ex-kloosterkerk St. Autbertus)

9:30 Registratie, welkomstkoffie

10:00 Welkom en Inleiding (R. Dillemans, M. Temmerman)

10:15 Ontwikkelingsrelevant onderzoek: een schets van de problematiek (R.


Soetaert)

10:45 Relevante onderzoekscapaciteit in Vlaanderen:


voorstelling van de onderzoeksresultaten: in welke niches van de wetenschap zijn Vlaamse onderzoeksteams gespecialiseerd en wie zijn de belangrijkste Vlaamse actoren?
(L. Dierick, W. Van Hove)

12:15 Voorbereiding werk in parallelle sessies

12:30 Middagpauze (broodjes, ter plaatse)

13:30 Parallelle sessies:



Hoe de capaciteiten beter laten aansluiten op de noden ?

A. De minst ontwikkelde landen en onderzoek rond basisbehoeften: een centrale plaats ! ?

Science Sharing op andere domeinen (dan A): een perifere plaats ! ?

B. Organisatie van het onderzoek: structuren, strategieën, oriëntaties, programma’s en
budgetten voor Vlaams ontwikkelingsonderzoek

16:30 koffiepauze

17:00 Verslag van de rapporteurs: naar aanbevelingen voor de Vlaamse Overheden

18:00 Sluiting van de workshop


















DEELNEMERS










Mevrouw

Anne

Adams

UA

Dept. Onderzoek

Prof.

Jean

Berlamont

KULeuven

Voorzitter VLIR-werkgroep UOS

Prof.

Jan

Blommaert

UGent

Vakgroep Afrikaanse Talen en Culturen

De Heer

Peter

Bossier

UGent

Lab aquacultuur en ARC

Dr.

Patricia

Claeys

UGent

ICRH

De Heer

Jan

Coenen

ITG




Dr.

Jacqueline

Couder

VUB

Onderzoeksbeleid

Mevrouw

An

De bisschop

UGent

team VRWB

De Heer

Dirk

De Craemer

UGent

Onderzoekscoördinatie

De Heer

Hugo

de Craen

UA

IOB

Mevrouw

Eva

De Vlieger

UA

student Human Ecology

Prof.

Rob

De Wulf

UGent

LA04/FCTBW

Mevrouw

Janniek

Declercq

UGent

team VRWB

Prof.

Jan

Dequeker

KULeuven




Prof.

Steven

Dessein

KULeuven

Laboratorium voor systematiek

De Heer

Lou

Dierick

UGent

ICRH

Prof. Em.

Roger

Dillemans

KULeuven




Mevrouw

Lieve

Dillen

Min. Vl. Gemeenschap

Aminal

Prof.

Luc

Duchateau

UGent

Fysiologie, Biochemie en Biometrie

Mevrouw

Marie-Anne

Fivez

UA

Dienst Internationale Relaties

Prof.

Godelieve

Gheysen

UGent

Vakgroep Moleculaire Biotechnologie

Prof.

Bruno

Gryseels

ITG




De Heer

Rudy

Herman

Min. Vl. Gemeenschap

Dept. WIM, AWI

Mevrouw

An

Huts

KULeuven

Dienst Internationale Relaties

De Heer

Philippe

Jacobs

VIB

Technology protection manager

Prof.

Paul

Janssen

LUC

Onderzoeksraad

Prof.

Nico

Koedam

VUB

Eenheid DBIO

Prof.

Guido

Langouche

KULeuven




Prof.

Ignace

Lemahieu

UGent

Onderzoeksaangelegenheden

Mevrouw

Els

Leye

UGent

ICRH

De Heer

Carl

Michiels

VLIR

UOS

Dr. Ir.

Elisabeth

Monard

Min. Vl. Gemeenschap

VRWB

Prof.

M.

Pallemaerts

VUB

VLIR- stuurgroep UOS

Mevrouw

Ann

Peters

UGent

Afdeling Onderzoekscoordinatie

Mevrouw

Anne Marie

Pieters

VLIR




De Heer

Kris

Rutten

UGent

team VRWB

De Heer

Chris

Simoens

VLIR

UOS

Prof.

Ronald

Soetaert

UGent

Vakgroep Onderwijskunde

Dr.

François

Stepman




Prof.

Georges

Stoops

UGent

Vakgroep Geologie en Bodemkunde

De Heer

Marnix

Surgeon

Min. Vl. Gemeenschap

Dept. WIM

De Heer

Hugo

Tas

VITO




Prof.

Marleen

Temmerman

UGent

ICRH

Mevrouw

Nancy

Terreyn

UGent

IPBO

Dr.

Els

Torreele

Artsen Zonder Grenzen




Prof. Ir.

Patrick

Van Damme

UGent

Vakgroep Plantaardige Productie

De Heer

Dirk

Van der Roost

ITG




Prof.

Patrick

Van der Stuyft

ITG en UGent

Volksgezondheid

Dr.

Kathia

van Egmont

UGent

ICRH

Mevrouw

Ann

Van Gysel

VIB

Communicatiemanager

De Heer

Wouter

Van Hove

UGent

team VRWB

Dr.

Jens

Van Roey

Tibotec




Mevrouw

Kristien

Verbruggen

VLIR

UOS

Mevrouw

Kristien

Vercoutere

Min. Vl. Gemeenschap

VRWB

De Heer

Koen

Verlaeckt

Min. Vl. Gemeenschap

Dept. WIM, AWI
















VERONTSCHULDIGD










De Heer

Willy

Blockx

VVOB

Secretaris-Generaal

Mevrouw

Claire

Bosch

Fevia-Vlaanderen




Mevrouw

Annick

Clauwaert

ABVV




Prof.

Jan

Cornelis

VUB




Mevrouw

Martine

Dekoninck

KULeuven

Ontwikkelingssamenwerking

Mevrouw

Ann

Demeulemeester

ACW




De Heer

Patrick

Develtere

KULeuven

HIVA - Duurzame ontwikkeling

Prof.

Ruddy

Doom

UGent

Vakgroep Studie van de Derde Wereld

Prof.

Vik

Doyen

KULeuven




Prof.

Jan

Feyen

KULeuven




Prof.

Marie-Claire

Foblets

KULeuven

Dept. Soc. en Cult. Antropologie

De Heer

Dirk

Fransaer

VITO




De Heer

Benno

Hinnekint

FWO-Vlaanderen




De Heer

Alwin

Loeckx

Coprogram




De Heer

Philippe

Mettens

Federale Overheid

DWTC

Prof.

Maurice

Moens

CLO

Lab. Agrozoölogie

Prof.

Marc

Nyssen

VUB

VLIR-Ontwikkelingssamenwerking

De Heer

Jean

Pauwels

Vlaamse Milieumaatschappij




Prof.

Rik

Pinxten

UGent




Mevrouw

Monika

Sormann

Min. Vl. Gemeenschap

Dept. WIM, AWI

Mevrouw

Barbara

Tan

Vlaams Economisch Verbond




De Heer

José

Traest

FWO-Vlaanderen




Mevrouw

Marie-Claire

Van de Velde

UGent

Onderzoeksraad

Prof. Em.

Marc

Van Montagu

UGent

I.P.B.O.

Prof.

Eric

Van Ranst

UGent

Labo voor bodemkunde

De Heer

Ludo

Verhoeven

Agfa-Gevaert Group




Prof.

Wim

Vyverman

UGent

Biologie, Protistologie en aquatische ecologie

De Heer

Peter

Wollaert

KAURI vzw




De Heer

Paul

Zeeuwts

IWT




















1 Deze drie modi van bijdrage vinden we terug in het Vijfjarenplan van de VLIR voor universitaire ontwikkelingssamenwerking 2003-2007. We sluiten ons bij deze pijlers aan.

2 Latijns-Amerika en Sub-Sahara Afrika volgen de armoedereductietrend niet, andere landen maakten voor wat hun industriële capaciteit betreft de sprong naar de eerste wereld.

3 “Environmentalism in the North is oriented by leisure values of a post-scarcity society, while a green and conservatist movement rejects the modern capitalism production system and lifestyle. Environmentalism in the South is surging as a rebellion of the poor for survival: thus peasants and indigenous peoples are mobilizing because of extreme poverty generated by degradation of the environment, their resistance to marginalization and their claims to recover their cultural rights and control over their natural resources.” Leff, E. (1996) From ecological economics to productive ecology: perspectives on sustainable development from the South. In: Constanza, R; Segura, O & Martinez-Alier, J. (eds.) Getting down to earth. Practical applications of ecological economics. Island Press, Washington DC.

4 Het in 1999 door de E.U. DG Ontwikkeling goedgekeurde rapport ‘Research and Technology for Development’ was aanvankelijk hoopgevend. Krachtlijnen van het rapport waren het faciliteren van de omgeving voor wetenschap in ontwikkelingslanden en het versterken van wetenschappelijke samenwerking tussen de Europese en derde-wereld onderzoekscentra, en het rapport was een antwoord op door de Europese Commissie vastgestelde tekortkomingen als:

  • onvoldoende betrokkenheid van civiele organisaties bij het articuleren van onderzoeksprioriteiten, met al te academische projecten als resultaat.

  • te zwakke impact van noord-zuid onderzoekssamenwerking op ontwikkeling, o.m. veroorzaakt door de haast exclusieve focus op management van natuurlijke bronnen, landbouw en gezondheid (ICT is hierin afwezig) en de afwezigheid van een gemeenschappelijke visie onder Europese donors en de Regeringen van ontwikkelingslanden over de cruciale rol van RTD in het ontwikkelingsproces.

Amper een jaar later echter besliste het DG Ontwikkeling van de EU tot de ‘mainstreaming’ van RTD en verloor hiermee in belangrijke mate z’n politieke en programmatische interesse in de RTD-dialoog die opgezet was met diverse vertegenwoordigers van onderzoekseenheden in ontwikkelingslanden. Gevolg was dat Europese donor-agentschappen hun vertrouwen in DG ontwikkeling verloren en aansluiting zochten bij de S&T-politiek van de Wereldbank. (Greenidge & Engelhard, 2002). In augustus 2001 echter, initieerde het DG Onderzoek van Europese Commissie (in hoofde van Philippe Busquin) een nieuwe dialoog met ontwikkelingslanden. Hij stelde de ACP Group of States de oprichting voor van een duurzaam ACP-EU partnerschip rond Wetenschap en Technologie. Tijdens het ACP-EU forum over onderzoek voor duurzame ontwikkeling Kaapstad (2002) werd vervolgens een ‘ACP-EU Shared Vision for Research for Sustainable Development’ en een voorlopig actieplan opgesteld. Een nieuwe eerste stap in een proces dat reeds gekarakteriseerd is door vele valse stappen volgens sommigen (Greenidge & Engelhard, 2002). Het recente actieplan van de EU ‘Science and Society: Towards a new Partnership’ wordt dan ook met dubbele gevoelens onthaald. Is het een stap in het overbruggen van de huidige wetenschaps-en technologiekloof tussen HCs en LCs of speelt eerder de bekommernis van de EU om tegen 2010 's werelds grootste competitieve en dynamische kennis-gebaseerde economie te worden?

5 Ter illustratie van het onevenwicht aan middelen: In HIC's bedraagt het onderzoeksbudget van een private actor als Monsanto meer dan 10 biljoen Usdollar. De 16 tropische onderzoeksinstituten daarentegen, die samen de Consultive Group for International Agricultural Reserach (CGIAR) en die de onderzoeksnoden van LIC's op de agenda plaatsen, werken met een budget van minder dan 400 miljoen US dollar om hun onderzoeksbeleid voor de periode 2000-2010 te implementeren. (Pardey,. & Beitema N.M. (2001). Slow Magic: Agricultural R&D a Century after Mendel. IFPRI, Washington DC.

6 Deze uitkomsten zijn niet verrassend indien we oorsprong en motieven van gezondheidsonderzoek bekijken. Farmaceutische verenigingen en rijke landen zorgen voor 93% van de wereldwijde spendering aan gezondsheidsonderzoek. Arme landen en ziekten van armen betekenen weinig in markttermen omdat ontwikkelingslanden slechts voor 2% deel uitmaken van de markt voor het merendeel van de farmaceutische producten. Het resultaat is dat arme landen slechts baat hebben bij globale investeringen in gezondheidsonderzoek voorzover ze te kampen hebben met ziekten die ook de rijke landen treffen. Het meest actuele voorbeeld hierbij is HIV/AIDS.

7 Het werk van de NGO BAIF Development Research Foundation in Pune is een goed voorbeeld. Zie hiervoor Engelhard, R.J. (1989) BAIF: Monitoring and Evaluation Policies and Implementation Strategies. Report Prepared for IDRC, Ottawa.

8 UN (2000) United Nations Millenium Declaration. New York, September 2000. Available from: [http://www.un.org/millennium/declaration/ares552e.htm]

9 Gibbons, M. et. al. (1994). The new Production of Knowledge: The dynamics of Science and Research in Contemporary Societies. Sage. Londen.

10 (Reflecties over de recente Participatorische Armoedemeting door de Wereldbank stellen bijvoorbeeld dat één van de belangrijkste uitkomsten van het programma de huidige aanwezigheid van ervaring en kennis omtrent participatorische onderzoeksbenaderingen bij de betrokken regeringen en onderzoeksorganisaties is (Norton, 1998).


11 KFPE (1998). Guidelines for Research in Partnership with Developing Countries. Swiss Commission for Research Partnership with developing Countries. KFPE. Available on [http://www.kfpe.unibe.ch/guidelines_e.html]

12 Finch, J. (1986). Reserach and Policy: The uses of qualitative methods in social and educational research. Falmer Press. Lewes.

13 We denken hierbij ondermeer aan SIDA en ECDPM. Het kader voor onderzoek in ontwikkelingslanden voorgesteld door ECDPM, als resultaat van het onderzoeksproject "ACP-EU Policy Dialogue on Research and Technology for Development" , een project uitgevoerd door het ECDPM in opdracht van het Directoraat Generaal Ontwikkeling van de Europese Commisie in 2000-2002, is bijvoorbeeld interessant.

14 Zie de voetnoot betreffende de Europese politiek in punt 2.3. als illustratie van deze vraagstelling.

15 citaat: "De "Bilaterale Wetenschappelijke Samenwerking" kan beter weer uit het BOF worden gehaald en opnieuw als apart financieringskanaal in interuniversitaire competitie worden aangeboden. Gezien de essentiële rol die de overheid speelt (overeenkomsten met de partnerlanden, coördinatie, ...) is het ook logisch om oproep en selectie op dit niveau te situeren. De randvoorwaarden die in dit programma worden opgelegd zijn in tegenstelling met de logica van het BOF als beleidsinstrument van de universiteiten. De toevoeging aan het BOF was eerder artificieel en bovendien misleidend, daar het aanleiding gaf tot een verkeerde perceptie van verhoogde BOF-middelen."


16 we verwijzen hier naar het inventarisatiemodel van Shared (http://shared-global.collexis.net), een EC project sinds 1996.

17 De homepage luidt: "IWETO, upgraded with a re-designed relational data model introducing Person as a new entity, will be accessible on a completely new website soon.

The present website remains accessible to the public, but users should be aware that recent information is not available for the moment as the present website can no longer be updated for technical reasons. We wish to apologize for the temporary inconvenience."




18 Hierbij dient men wel voor ogen te houden dat slechts voor 87% van de projecten budgetgegevens beschikbaar zijn (Natuurwetenschappen 82%, Socio-Culturele wetenschappen 90%, Gezondheidswetenschappen 92%).

19 Vakgroep Uro-Gynaecologie en directeur van het International Centre for Reproductive Health (ICRH)

20 download de tekst van het onderzoeksvoorstel van allserv.rug.ac.be/~hdierick/shared

21 voor de definities van de verschillende entiteiten, zie annex A

22 indien de ruwe projectgegevens ter beschikking gesteld worden, maken we de analyses zelf.

23 ook indien de ruwe projectgegevens ter beschikking gesteld worden is het toch nodig de totale enveloppes te kennen.

24 zie annex A voor definities



Download 2.23 Mb.

Share with your friends:
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13




The database is protected by copyright ©sckool.org 2022
send message

    Main page