Gereformeerde homiletiek door dr. T. Hoekstra wageningen z. J. 3e druk



Download 2.06 Mb.
Page21/29
Date09.11.2016
Size2.06 Mb.
#1226
1   ...   17   18   19   20   21   22   23   24   ...   29

III. FORMEEL DEEL


21. OVER de VORM IN HET ALGEMEEN

J. J. van Oosterzee. Prakt. Theologie. Utrecht. 1877. 1 pag. 394 seq.; P. Kleiners. Homiletik. Leipzig. 1907. pag. 139 seq. ; F. Niebergall. Prakt. Theol. Tiibingen. 1919. II pag. 126 seq.



Het recht tot de onderscheiding van inhoud en vorm ten opzichte van een object is een van de grondveronderstellingen in de wetenschap. Ook het object van de homiletiek laat zich naar dit tweeledig gezichtspunt beschouwen. De bediening van het Woord in de gemeente des Heeren heeft een bepaalde inhoud, zij heeft evenzeer een bepaalden vorm. Er is geen inhoud zonder vorm, en de vorm moet in overeenstemming zijn met de inhoud. Vertoont de inhoud zich in een daarvoor niet pas­sende vorm, dan is er disharmonie tussen wezen en ver­schijning en gaat misschien de inhoud onder invloed van de vreemden en inadequate vorm zich wijzigen en veranderen. De dienaar van het Evangelie moet er naar streven, zoveel in zijn vermogen is, de heerlijke, heilige inhoud van het Woord van God te verkondigen in een vorm, die met de inhoud in harmonie is.


  • Het is in de eerste plaats de Heilige Schrift zelf, die de homi­leet aanwijzingen geeft voor de vorm van de bediening van het Woord. Zij brengt de boodschap des heils in de vorm, dien de Heilige Geest het meest geschikt heeft geacht. Over de vorm, waarin God door middel van de dragers van de openbaring zijn genadegedachten mededeelde; ging de providentia specialissima. Zo is de forma van de Heilige Schrift voor de prediking, in het algemeen genomen, model.

Daar komt nog bij, dat de Heilige Schrift door sommige voorbeelden aanwijst, welk karakter de elocutio moet dragen en van welken aard de pronuntiatio in de bediening van het Woord moet zijn. De apostel Paulus zegt b.v. 1 Kor. 2 : 4, dat zijn predi­king onder de Korinthiërs niet is geweest in beweeglijke woorden van de menselijke wijsheid, maar in betoning des Geestes en der kracht. Deze Paulinische methode laat haar invloed gelden op de elocutio in de bediening van het Woord van alle eeuwen. Wanneer van de Heere Jezus gezegd wordt, dat hij sprak als machthebbende en niet als de schriftgeleerden, Matth. 7 : 29, ligt hierin een vingerwijzing, dat de dienaar van het Woord met kracht en beslistheid, in het bewustzijn van de Goddelijke autoriteit des Woords, het Evangelie zal moeten verkondigen. Naar de uitspraken van de Heilige Schrift moet de homileet beoordelen of een vorm niet passend, minder geschikt, bruikbaar, uitne­mend of zeer aanbevelenswaardig is.

  • Ten tweede brengt, onder volstrekte suprematie van de Heilige Schrift, de logica het haar er toe bij, om de vorm van de bediening van het Woord in de allerinnigste relatie te brengen tot de inhoud. De prediker moet staan naar helderheid van be­grippen, logische bouw van de gedachtecomplexen, zuiverheid van redenering. In het volle besef, dat de inhoud van de Godde­lijke openbaring in de diepste grond ons denken te boven gaat en bovenlogisch (hoewel niet à-logisch) is, zal hij ten formele aan de logica zoveel mogelijk recht laten wedervaren, wanneer dit bevorderlijk is aan de ontwikkeling van de inhoud en aan het doel van de bediening van het Woord. Hij houde steeds in het oog, dat we, ook in dit opzicht, in een preek onze God dienen. De Logos, die in de mense­lijken logos Zijn beeltenis en afspiegeling heeft, moet in de samenvoeging en uitdrukking van de heilsgedachten alle eer gege­ven worden.

  • De met de Geest van Christus gedrenkte retorica heeft, ten derde, grote waarde voor de formele homiletiek. Deze mag niet alles, wat de retorica geeft, overnemen, want een preek is geen stichtelijke redevoering, maar bediening van het Woord. Toch kan zij ten opzichte van de methode, de bouw en de constructie van de onderdelen, de elocutio en de pronuntiatio, veel materiaal, dat de retorica biedt, gebruiken. De retorica bewijst onschatbare diensten aan de homileet, die voor de dienst des Woords de inkleding in de vorm van een rede ge­wenst acht.

  • Ten vierde biedt de vriendelijke verschijning van de esthetica haar diensten aan. Zij geeft de gemeente gelegenheid de waarheid in schonen vorm te genieten. Des Christens, door de Heilige Geest gezuiverde en verfijnde smaak beslist wat in taal en stijl, in uitspraak van de woorden en gebaar past en niet past. Het ligt in de aard van de esthetica, dat voor speciale gevallen weinig regels te geven zijn. De algemeen regel, dat de bediening van het Woord in de gemeente van Christus aan de schoonheids­eis beantwoorden moet, is moeilijk voor tegenspraak vatbaar. God, die Zelf summum pulchrum is, leert Zijn kinderen, die dagelijks onder leiding van de Geest van de schoonheid met de schone waarheid van het Boek van de schoonheid343 hun ziel verkwikken, al fijner aan te voelen, wat in de religieuze sfeer behaagt of mishaagt. Zelfs bij de eenvoudigen Christen, die het in uitwendige beschaving ten opzichte van vormen en manieren niet ver gebracht heeft, verwekt het gebruik van platte woorden op de kansel een onlustgevoel.

  • Ten vijfde vindt de psychologie toepassing in de pars for­malis van de homiletiek. De bediening van het Woord stelt zich ten doel, dat hetgeen gesproken wordt bij de hoorders ingang vindt. Het Woord moet niet vluchtig de ziel aanraken, maar beklijven. Het moet verlichten, in actie zetten, bezielen. Hiertoe zal de formele homiletiek voor haar deel kunnen bijdragen, wanneer ze ernstig rekening houdt met de gegevens, die de psychologie verstrekt. Zo is b.v. het vermoeidheidsonderzoek bij adolescenten en volwassenen niet alleen van waarde voor de onderwijzer en catecheet, maar evenzeer voor de dienaar van het Woord, die met een te lange preek soms het tegendeel bereikt van hetgeen hij bedoelt.

  • Tenslotte worde niet uit het oog verloren, dat zowel ten opzichte van de inhoud als van de vorm van de bediening van het Woord de individuele begaafdheid van de prediker een be­langrijke factor is. Niet ieder brengt even veel en even schone schatten uit de goudmijn van de Schrift aan het licht. Niet ieder is in staat de bediening van het Woord ten formele zo hoog op te voeren, dat ze, menselijkerwijs gesproken, de volmaakt­heid nabij komt. Er is grote verscheidenheid in aanleg. De ervaring leert, dat een dienaar van het Woord, die voor het for­mele weinig gaven heeft ontvangen, door gestadige oefening en training van de geest zijn geringe capaciteiten tot een tamelijk grote expansie kan brengen. Ook de begaafde moet arbeiden, zal hij iets presteren. „Op geen enkel gebied en voor geen enkel beroep komen wij kant en klaar in de wereld. Het leven is geen zalige rust, het is een ernstige strijd. Ook de enige, goede, voor ons passende voordracht, welke wij slechts in kiem en aanleg meebrengen, moeten wij veroveren”.344

In het formele deel komen in hoofdzaak drie onderwerpen ter sprake.


Ten eerste, de wijze van groepering van de gedachten of de methode.

Ten tweede, de uitdrukking van de gedachten in taal en stijl.

Ten derde, de voordracht van hetgeen de prediker van de gemeente heeft te bieden.

22. DE METHODE
A. G. Schmidt. Die Homilie eine besondere geistliche Redegattung. Halle 1827; A. Vinet. Homiletiek. Tiel. r875. pag. 140 seq. ; A. Krauss. Lehrbuch van de Homiletik. Gotha, 1883. pag. 392 seq.; Th. Christlieb. Homiletik. Basel. 1893. pag. 282 seq.; E. Ch. Achelis. Prakt. Theol.3 Leipzig. 1911. pag. 231 seq.; C. Krieg. Homiletik. Freiburg. 1915. pag. 295 seq.; M. Reu. Homiletics. Chicago. 1922. pag. 173, 389 seq.; J. H. Snowden. The psychology of religion. NewYork. s.a. pag. 296; A. van Veldhuizen. Prakt. Godgeleerdheid. Gro­ningen. 1923. pag. 47.

Uit methodologisch oogpunt kan de bediening van het Woord in hoofdzaak twee vormen aannemen, n.l. die van de homilie d. i. eenvoudige, stichtelijke parafrase van de tekst, of die van de preek, d. i. de bediening van het Woord in de vorm van een rede. Hoewel enkelen de bediening van het Woord, in welke vorm ook, preek noemen, wordt in dit verband in overeenstemming met het hedendaagse spraakge­bruik, ter onderscheiding van de homilie, de bediening van het Woord, welke geschiedt in de vorm van een rede, dus met thema, verdeling, enz. preek genoemd.


A. De homilie.
Voor de bediening van het Woord in de vorm van de homilie wordt een tamelijk grote perikoop tot tekst gekozen; het Schriftgedeelte wordt van vers tot vers, soms van woord tot woord, op populaire wijze verklaard, terwijl door incidentele praktische opmerkingen de gedachten, uit Gods Woord ont­wikkeld, op het leven van de gemeente worden toegepast.

Van deze methode is veel goeds te zeggen. Zij behandelt het Schriftwoord niet als een motto, zij verklaart en appliceert de tekst, en is dus in volle zin bediening van het Woord. Deze methode is daarbij zeer oud; zij heeft zich in de christelijke kerk van de vroegste tijden af tot op onze dagen kunnen handhaven. Om de schare in het Woord te onderwijzen, hebben machtige predikers zich van haar bediend.

Chrysostomus verkondigde het Woord van God in de vorm van de homilie. Cal­vijns „sermons” zijn in het wezen van de zaak homilieën.

Na de eeuw van de Reformatie verloor de homilie al meer terrein. In de Nederlandse Gereformeerde kerken wordt de homilievorm door de meeste predikanten tegenwoordig alleen nog gebruikt in bijbeloefeningen of bijbellezingen op de weekdagen. Bij de meesten, vooral bij de predikanten met homiletische scholing, treedt de bediening van het Woord zelden op in het kleed van de homilie.



Dit is juist gezien. De methode van de homilie moge in de meeste gevallen minder inspanning van de dienaar van het Woord vragen, zij is toch aan zoveel bezwaren onderhevig, dat geen homileet haar als de beste zal kunnen aanbevelen.


  • Een eerste bezwaar is, dat niet voldoende onderscheid gemaakt wordt tussen hetgeen in de perikoop belangrijk en minder belangrijk is. In de Heilige Schrift is niet ieder vers van evenveel gewicht, er zijn bergen en dalen. Dit onderscheid in waarde van de verschillende onderdelen van de perikoop treedt niet of niet voldoende aan het licht bij de aaneengeschakelde parafrase van de homilie.

  • Ten tweede is er, omdat slechts de tekstgedachten worden ontleed en toegepast, bij een homilie weinig gelegen­heid gebruik te maken van hetgeen de Heilige Schrift op andere plaatsen over de in de tekst vervatte stof geeft.

  • Ten derde ontvangt de gemeente door de successieve ontvouwing wel een inzicht in de verschillende verzen, ieder op zichzelf genomen, maar niet in het geheel. In de veelheid merkt zij de eenheid niet op. Door de strenge doorvoering van de analyse blijft haar oog gesloten voor de synthese. Deze vorm van bediening van het Woord houdt, ten vierde, te weinig rekening met de eisen, welke retorica en esthetica rechtmatig stellen. Er is geen harmonie tussen de delen en het geheel. Er is in de tekst natuurlijk wel een gedachtegang, in de tekst is orde. Maar die orde en gedachtegang wordt door de verklaring en toepassing zin voor zin verbroken. De homilie is geen organisme, geen naar een vast plan opgebouwde rede. Vooral wanneer de prediker improviseert, is er kans, dat hij zo nu en dan afdwaalt en de bediening van het Woord veel te fragmenta­risch wordt. Calvijn was een prediker van de eerste rang. Maar Biesterveld wijst er in zijn studie over Calvijn als bedienaar van het Woord op, dat zelfs in Calvijns sermons de samenhang door allerlei afdwalingen naar andere onderwerpen dik­wijls verbroken wordt.345

  • Ten vierde is ze niet aanbevelens­waardig op psychologische gronden. Omdat er geen eenheid is en de verschillende opmerkingen, die over de tekstgedachten gemaakt worden, niet door een band worden samengehouden en niet logisch met elkander in betrekking staan, is het voor de hoorder moeilijk het Woord van God op een goede wijze in zich op te nemen. Nog moeilijker is het, 't gehoorde te onthouden en te reproduceren. Van vele homilieën geldt wat Coquerel zegt van preken zonder methode: als de hoorders naar huis gaan, brengen zij een ongeregelden, verwarden hoop opmer­kingen, beweringen, wenschen, aanroepingen, en wat dies meer zij mede; en welke is nu de indruk, dien het geheel op de hoorder gemaakt heeft? Dat hij de treurige verklaring moet afleggen: ik weet niet precies waar de dominee eigenlijk over gepreekt heeft.346

Om deze redenen is in het algemeen de homilie als methode voor de bediening van het Woord niet aan te bevelen. Te prefe­reren is de preek, d. i. de bediening van het Woord in de vorm van een rede.
B. De preek.
Voor de bediening van het Woord in de vorm ener rede kun­nen de volgende argumenten genoemd worden.
Ten eerste komt de bediening van het Woord dan ten formele meer overeen met de wijze, waarop de apostelen, met name Paulus, het Woord van God gesproken hebben. Uit het weinige, dat in de Handelingen wordt medegedeeld over hetgeen Paulus gepredikt heeft op de Areopagus, blijkt duidelijk, dat de verkondiging van het Woord van God bij hem de vorm van een redevoering heeft gehad. Zijn verweer voor Agrippa moet wel een machtige oratie geweest zijn.

In de tweede plaats mag geëist, dat in de bediening van het Woord een geordende gedachtegang en logisch verband tussen de onderdelen is. Hieraan wordt het best voldaan, wanneer zij de vorm heeft van een rede. De bediening van het Woord te laten bestaan uit een aantal losse opmerkingen, is beneden haar waardigheid. Hyperius, die een warm voorstander is van de vorm van de oratio, maakt ergens de opmerking, dat we, indien we een brief van enig belang schrijven, zorgen voor een goede orde van de delen. Hoeveel te meer bij de verkondiging van het Woord van God!

Ten derde is er bij een rede eenheid; zij is een organisme, waarin de delen en het geheel elkander wederkerig bepalen. Er. is één centrale ge­dachte, die in elk onderdeel doordringt. De hoofd idee wordt van verschillende zijden beschouwd. Terecht zegt Reu: The sermon may and should present a variety of thoughts, yet it dare not be a farrago of heterogeneous and arbitrarily assembied elements, but must form an organic unity.347

Ten vierde wordt in de middellijke weg door de eenheid het doel van de prediking beter bereikt. Eén gedachte brengt de prediker tot het kennend, strevend en gevoelend ik van de hoorder. De herhaling van hetzelfde thema in verschillende variaties dringt door tot de psyche. Dezelfde gedachte, telkens onder andere belichting voorgesteld, trekt de opmerkzaamheid.

In de vijfde plaats moet de bediening van het Woord, omdat zij de enige waar­heid, de loutere goedheid en de hoogste schoonheid tot object heeft, zich vertonen in het allerbeste gewaad, dat de dienaar van het Woord haar geven kan, en dat is het kleed van de oratio. Het beste is voor de prediking van het Woord niet te goed.

Eindelijk is de redevorm de meest geschikte uit psychologisch oogpunt. Door logische gedachtegang en systematische bouw wordt de preek helder. De perspicuitas of doorzichtigheid werkt mede, om de eenvoudigen het verkondigde Woord te doen verstaan en te laten onthouden. Wanneer in een gemeente jaren achtereen dienaren van het Woord gestaan hebben die met dezen eis voldoende rekening hebben gehouden, is het geen zeldzaamheid, dat een kerklid, na vele jaren, van onderscheiden preken de hoofdinhoud met thema en verdeling weet te vertellen. Zulk een opmerkzame hoorder zal het onderwerp wel gepakt hebben en religieus emotionele factoren hebben zijn geheugen gescherpt. Indien echter de bediening van het Woord ware geweest in de vorm van een homilie, zouden allicht niet anders dan de tekst, een indruk van de verklaring en toepassing en misschien een herinnering aan enkele treffende passages achtergebleven zijn. Nu de bediening van het Woord in de vorm van een rede geschiedde, bleef zij als geheel in de herinnering bewaard.

Hier komt nog een psychologisch moment bij. In de oratio is niet alleen een logische maar ook een oratorische orde. De gedachtegang schrijdt in orde van het een tot het andere voort, van het meer bekende tot het minder bekende, van het minder belangrijke tot het meer belangrijke. Er is een climax. En door die stijging en verheffing van de gedachten worden span­ningsgevoelens gewekt, de belangstelling neemt toe, de hoorder concentreert zijn opmerkzaamheid en leeft zó in de gedach­tewereld van de preek in, dat hij alles rondom zich vergeet. De emotionele factoren zijn bij de opmerkzaamheid van het hoogste belang, versterken het geheugen, scherpen de geest en zijn in Gods hand machtige middelen om het doel van de bediening van het Woord te bereiken en de gemeente een zegen te schenken. De prediker moet die methode kiezen, welke het meest de oikodomè van de gemeente dient. Deze methode is in het algemeen de preek, d. i. de bediening van het Woord in de vorm van de rede.
De als rede opgebouwde bediening van het Woord kan op drie­erlei wijze ingericht worden, n.l. óf naar de analytische óf naar de synthetische óf naar de analytisch-synthetische methode.
a. De analytische methode.

De analytische methode is een vorm van bediening van het Woord, die de homilie nadert, zodat soms moeilijk uit te maken is of men met een homilie dan wel met een analytische preek te doen heeft. Er zijn grensgevallen. De analytische preek heeft in elk geval dit boven de homilie voor, dat ze bedoelt rede te zijn, en daarom, behalve inleiding en slot, in de meeste gevallen een thema en verdeling geeft, waarbij dan de delen korte formuleringen zijn van tekstgedeelten, die echter niet naar een principium divisionis logisch aan het thema ge­subsumeerd zijn. De analytische methode legt sterken nadruk op de tekstualiteit van de prediking, verklaart de tekst, gaat op onderdelen van de tekst in en ontleedt de begrippen, zodat duidelijk wordt, wat de inhoud van de woorden en zinsdelen is. Zij buigt voor de majesteit van de tekst en verzet er zich tegen, dat gedachten van de concionator in de tekst zouden ingedragen worden.

De analytische preekmethode, die op zich zelf niet absoluut verwerpelijk is, omdat zij de tekst tot zijn recht wil laten komen en Gods Woord voor de gemeente bedienen, heeft zich in de zeventiende en de achttiende eeuw ten onzent op zulk een eigenaardige wijze ontwikkeld en is zó eenzijdig toegepast, dat ze totaal onbruikbaar is geworden en schadelijk voor de bediening van het Woord heeft gewerkt. De eens zo beroemde „Hollandsche” methode ontaardde in die mate, dat de bediening van het Woord in de preken op de achtergrond kwam of ging ontbreken. De prediker verklaarde de tekst woord voor woord, niet alleen de belangrijke en kenmerkende woorden en begrippen, maar ook hulpwerkwoorden en koppelwoorden; hij deelde mede, welke de oorspronkelijke betekenis van de woor­den in de grondtekst was, ter adstructie van zijn gevoelen gaf hij de afleidingen van de woorden van de Hebreeuwse of Ara­bische wortels; hij vergeleek de tekst met de plaatsen van de Heilige Schrift, waar hetzelfde woord óf in de grondtekst óf in de Nederlandse overzetting voorkwam; hij gaf een historisch overzicht van de exegese van de tekst; hij kruidde de histori­sche mededelingen met kritische en filologische opmerkingen, waartoe klassieke schrijvers van de Antieken als Herodotus, Plato, Cicero, Vergilius en Horatius geplunderd werden; na al deze omhaal stelde hij de zin vast, verdedigde die tegen objecties, welke zouden kunnen worden ingebracht, enz. enz.

Het gevolg van deze preekmethode, in zwang zowel bij Voetianen als bij Coccejanen, was, dat de preek veranderde in een geleerde verhandeling, die langs het eenvoudige gemeentelid, dat om zielenvoedsel vroeg, heenging, de godsdienstoefeningen zó lang duurden, dat de overheid zich genoodzaakt zag strafbepalingen tegen het lange preken te maken, en de preek in conflict kwam met de primordiale beginselen van de bediening van het Woord. Door een gezonde reactie zijn Nederlands Gere­formeerden in de negentiende eeuw van deze excessief analy­tische methode verlost.


Wanneer we de excessen van de analytische methode buiten beschouwing laten, is ze toch in het algemeen niet aan te beve­len voor de dienst des Woords. Zonder twijfel biedt zij, wanneer zij zich binnen de haar gestelde perken houdt, voordelen. Zij ontleedt de tekst, zij verklaart de Schrift en past het verklaarde toe. Zij onderwijst bij doelmatige tekstkeuze de gemeente uit de rijkdom van het Woord van God en maakt, dat de prediking fris blijft. Evenwel de bezwaren, tegen de ho­milie aangevoerd, komen hier, zij het in verzwakten vorm, terug. De preek vertoont geen vaste lijn en mist eenheid in conceptie en bouw; de hoofdgedachte, onderstel dat deze in een goed thema is geformuleerd, dringt niet door de ganse preek heen; de delen zijn niet logisch aan het thema ondergeschikt gemaakt; er is tussen de delen dikwijls zo weinig verband, dat men zich niet aan de indruk kan onttrekken, dat de preek als los zand aan elkaar hangt. De hoorder pikt hier en daar wel een korreltje op, maar een samenhangend geheel komt niet in zijn bewustzijn, omdat de preek zelf geen samenhangend geheel is.

Hoe grote schaduwzijden echter aan de analytische preekmethode verbonden zijn, ze is ver, ver te verkiezen boven de eenzijdig synthetische methode, die door vele Duitse homileten wordt aangeprezen en bij tal van predikers in Engeland en Amerika ingang heeft gevonden.


b. De synthetische methode.

Deze methode voldoet beter aan de regelen, welke logica, retorica, esthetica en psychologie stellen, dan de analytische. Een preek, naar synthetische methode opgezet, gaat over een nauwkeurig omlijnd en begripsmatig afgebakend onderwerp, dat, naar logische eis ingedeeld, in goede orde behandeld wordt. In een synthetische preek is eenheid, ze is overzichtelijk en sluit.

Omdat bij de synthetische methode het onderwerp of het thema een alles beheersende plaats inneemt, is er bij sommige homileten conflict gekomen tussen thema en tekst en hebben zij onderscheid gemaakt tussen de synthetische of t h e m a t i s c h e preek en de t e x t u e l e preek, welke laatste niet synthetisch zou kunnen zijn, maar beslist analytisch zou moeten wezen.

Sommige homileten hebben de synthese zó scherp geno­men, dat het thema primair werd en de tekst secundair. Eerst wordt het thema gekozen en geformuleerd; daarna wordt een bij het thema passende tekst gezocht. Bij de opbouw van de preek bemoeit de homileet zich verder heel weinig met de tekst, hij laat deze links liggen en, vult de preek met stof uit dogmatiek, ethiek, economie, religieuze psychologie, literaire werken, ervaring bij het huisbezoek, enz. De constructie van de preek gaat overeenkomstig de regelen van logica en retorica. De tekst hangt er bij. Hij dient als etiket voor zuiverheid of wordt gehandhaafd ter wille van de traditie.

Deze eenzijdige opvatting van de synthetische methode is aanbevolen door S. Goebel:348 methodus synthetica est, qua unum alterumve thema eligitur et beneficiis textus tractatur et applicatur.

Achelis349 geeft een verwante omschrijving van de synthetische preek. Was ist das Wesen van de synthetischen Pre­digt? Das logische Prius desselben ist nicht van de Text, sondern das Thema, nicht wird das Thema aus dem Text genommen, sondern van de Text wird zu dem Thema gewahlt.

Andere homileten dragen een opvatting van de synthetische methode voor, waardoor de tegenstelling tussen tekst en thema enigermate wordt verzacht, omdat zij een idee uit de tekst als thema formuleren. Bij de uitwerking van het thema bemoeit de homileet zich weinig met de tekst, hij ontleent er slechts enkele gedachten aan en behandelt het thema verder naar vrij gekozen gezichtspunten. Zo zegt b.v. Vinet: La méthode synthétique consiste à concentrer tous les éléments du texte dans une idée commune, à traiter 1'idée et non le texte.350

En in dezelfde lijn A. Krauss: Die synthetische Methode gestattet dem Bibelwort nur das Recht einen Ge­danken an die Hand zu geben, de er dann ohne irgend welche weitere Riicksicht auf de Text und Kontext in seiner Rede behandelt.351


Wie de prediking in de gemeente des Heeren beschouwt als een verklaring en toepassing van het Woord van God, zal de synthetische methode naar de opvatting van Goebel, Achelis e.a. moeten verwerpen, daar zij met het schriftuurlijk beginsel in strijd is. Tegen de opvatting van Vinet, Krauss, e.a. is als bezwaar in te brengen, dat het thema, als algemeen gedachte geformuleerd, niet speciaal genoeg zal zijn om aan de bijzondere. ,,kleur'' van de tekst uitdrukking te geven; ook blijven vele gedachten van de tekst ongebruikt liggen. Tegen beide opvattingen van de synthetische methode geldt, dat de gedachten van de Heilige Schrift niet worden ontwikkeld, de exegese op de achtergrond komt of overbodig wordt, en de prediker zijn ideeën ventileert in plaats van het Woord van God te prediken. Al is de preek naar de hoogste eisen van retorica en esthetica opgebouwd, diep religieus van inhoud, van alle hetero­doxie vrij en vol treffende toepassingen, ze is als bediening van het Woord veroordeeld, wanneer ze niet is een concio e Scrip­tura sive e textu Scripturae hausta.

Indien we een keuze moesten doen, zou de allereenvoudigste homilie, die verklaring en toepassing van het Woord van God is, ver te prefereren zijn boven een schoon gestileerde en door organische bouw uitmuntende preek, die, hoewel ze Goddelijke waarheden voordraagt, toch het karakter van bediening van het Woord mist.

Het is te verstaan, dat, toen in de achttiende eeuw Hollebeek optrad met zijn nova methodus en hij de synthetische prediking van de Engelsen, zij het in gematigde vorm, wilde invoeren, man­nen als Vitringa daartegen met ernst hebben gewaarschuwd. Zij vreesden, dat de predikers de Heilige Schrift als fundamentum et fontem concionis zouden loslaten en van de Heilige Schrift afwijkende meningen in de gemeente des Heeren zouden geïmporteerd worden onder de schijn van met de Heilige Schrift in overeenstemming te zijn. Om de gevaren van zulk een syn­thetische methode af te wenden, behoeft men echter niet tot de streng analytische methode of tot de homilie terug te keren. Er is een weg die uitnemender is, die de voordelen van beide verbindt en aan de nadelen van beide ontkomt. Deze is de analytisch-synthetische methode.



Download 2.06 Mb.

Share with your friends:
1   ...   17   18   19   20   21   22   23   24   ...   29




The database is protected by copyright ©sckool.org 2022
send message

    Main page