Gereformeerde homiletiek door dr. T. Hoekstra wageningen z. J. 3e druk



Download 2.06 Mb.
Page14/29
Date09.11.2016
Size2.06 Mb.
#1226
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   ...   29

A. De adventtijd.

De Zondagen in December, die aan Kerstmis voorafgaan, heten in het kerkelijk spraakgebruik adventzondagen. In dezen tijd worden teksten genomen, die naar het heilsfeit van de geboorte des Heeren heen wijzen en de gemeente voor de her­denking van het feit van Bethlehem voorbereiden. Uit verschillende soorten van stoffen kan gekozen.

1 °. Profetieën uit het Oude Testament, die de komst van Christus aankondigen of die in het algemeen het grote heil beschrijven dat onder de nieuwe Dag zal aanbreken, b.v.: Gen. 3 : 15; 22 : 18; Num. 24 : 15-19; Deut. 18 : 15; 2 Sam. 23 : 2-4; Psalm 2; 40:79; 45 : 4-6; 45 : 7 en 8; 72 : 12-14; Jesaja 9 : 5 en 6; II : I-5; 11 : 10: 33 : 17; 33 : 20-24; 40 : 3-5; 42 : 1-4; 6o : 1-3; 61 : 1-3; 63 : r-6; Jeremia 23 : 5 en 6; 31 : 31-34; Ezech. 21 : 25-27; Daniël 2 : 44 en 45; 7 : 13 en 14; Micha 5 : 1-3; Haggaï 2 : 10; Zacharia 3 : 8 en 9; 9 : 9; Mal.3 : 1 ; 4 : 1-3. De prediker mag deze profetieën niet zó behandelen, alsof Christus nog komen moest, maar hij tone aan, dat in Christus de profetie is vervuld.

2°. Teksten, die de heerlijkheid van het Nieuwe Verbond tekenen in tegenstelling met het schaduwachtig, wettisch, beperkt, nationaal karakter van de Oude Bedeling, b.v. Matth. 13 : 16 en 17; 2 Kor. 3 : 7 en 8; 3 : 9-11; 3 : 17; Gal. 3 : 8 en 9; 3 : 24 en 25; Hebr. 8 : 6 en 7; 8 : 8-13:10 : 1-4; 11 : 13; 11 : 39 en 4o; 1 Petrus I : 10-12.

3°. Gedeelten van de heilshistorie, die onmiddellijk voorafgaat aan de geboorte van de Heiland, beschreven in Matth. I en Lukas r b.v. de aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper, en van de Heere Jezus; de lofzangen van Maria en van Zacharias.

4°. De proloog in het Evangelie van Johannes, die zich uitnemend voor drie of vier vervolgstoffen leent.

5°. Het leven van Johannes de Doper als wegbereider van de Christus Gods.258

B. Kerstmis.

Het is gewenst op de morgen van de eerste Kerstdag een tekst te kiezen uit het evangelie, waarin de geboorte des Heilands wordt verhaald, en allen nadruk te leggen op het feit, b.v. Matth. 1 : 22 en 23; Lucas 1 : 78 en 79; 2 : 1-7; 2: 7; 2 : 10-12; Joh. 1 : 14. Omdat de stof in Lukas 2 : 1-7 ontzaglijk rijk is, kan over dezen tekst enige malen gepreekt worden, zonder telkens het vroeger gezegde te herhalen of in de fout van de mottoprediking te vervallen. Het onderwerp is: De geboorte van Jezus. Wanneer men de tekst op de voet volgt, bieden zich deze gedachten aan:

1. de tijd, toen Jezus geboren werd;

2. de plaats, waar Jezus geboren werd;

3. de omstandigheden, waaronder Jezus geboren werd:

4. de betekenis van het feit, dat Jezus geboren werd.
De geboorte van Jezus is ook te beschouwen onder het gezichtspunt: keizer Augustus en Koning Jezus;259 om dan aan te tonen dat de Koning de keizer overtreft:


  1. In afkomst en geboorte

  2. In machte en heerschappij

  3. In eer en waardering

  4. In schatten en goederen.

De geschiedenis van de geboorte des Heeren liet Ds. G. Elzenga de gemeente eens zien onder het gezichtspunt van Vier wegen naar Bethlehem.

1. de weg van Rome naar Bethlehem;

2. de weg van Nazareth naar Bethlehem;

3. de weg van de hemel naar Bethlehem;

4. de weg van ons hart naar Bethlehem.


Voor de beide andere diensten op de Kerstdagen zijn teksten te nemen uit het vervolg van de Kerstgeschiedenis,260 b.v. Lukas 2 : 13 en 14; 2 : 15-17; 2 : 18-20. Ook laten zich uit andere hoofdstukken van de Schrift teksten kiezen, die de geboorte van Christus van een bepaalde zijde belichten. Zo is de geboorte van Christus een gave van de liefde Gods, Joh. 3 : 16; de vervulling van de profetie, Matth. 1 : 22 en 23, Gal. 4 : 4 en 5; het begin van Zijn diepe vernedering, 2 Kor. 8 : 9, Fil. 2 : 5-7; in beginsel een overwinning op Satan, Openb. 12 : 1-6; het middel tot onze behoudenis, Matth. 1 : 21, 1 Tim. 1 : 15, 1 Joh. 4 : 9; het begin van de weg die tot de Middelaarsheerlijkheid voert, 1 Tim. 3 : 16; de aanvang van de hoogste openbaring Gods, Hebr. 1 : 1.

Op de Zondag na Kerstmis blijft de gemeente in de ge­dachtesfeer van 's Heeren komst in het vlees, wanneer gepreekt wordt over teksten als Matth. 2 : 1-1 2; 2 : 13- 18 ; Lukas 2 : 25-32; 2 : 36-38; 2 : 41-51 ; 2 : 52.


C. Van Kerstfeest tot de Lijdensweken.
Al naar gelang Pasen vroeg of laat valt, loopt deze periode over vier tot acht Zondagen. De dienaar van het Woord maakt in deze tijd de overgang van de geboorte tot het lijden van de Heere Jezus en ontleent daartoe teksten aan het evan­gelie.261

Omdat de stof overstelpend rijk is, valt het niet moeilijk voor voldoende afwisseling te zorgen. Toch is aan te raden de teksten zó te kiezen, dat ze met elkander in verband staan, en op de laatsten Zondag vóór de lijdensweken het in deze periode behandelde in vogelvlucht te overzien. Als voorbeelden zijn te noemen:

1°. belangrijke episoden uit het leven van Jezus: zijn doop, de verzoeking in de woestijn, zijn eerste optreden te Nazareth. de apostelkeuze, zijn houding tegenover de Farizeeën, zijn ge­sprek met Nicodémus, enz.

2°. enkele gedeelten uit de leer van Jezus; stukken uit de bergrede (Matth. 5-7) en perikopen uit de capita 3-ro van het Johannes-evangelie.

3°. enige gelijkenissen.

4°. de wonderen van de Zaligmaker, waarbij Hij getekend wordt in zijn profetische, koninklijke en priesterlijke werkzaamheid.


D. De Lijdensweken.
In de laatste twee eeuwen is het in de Gereformeerde kerken in Nederland vrij algemeen de gewoonte geweest op de zeven Zondagen, die aan Pasen voorafgaan, over teksten te preken, die verband houden met het lijden van onzen Zaligmaker. Dit gebruik is niet af te keuren, daar in Christus' lijden en sterven de grond ligt voor onze behoudenis, Rom. 4 : 25. Het Evan­gelie is een Evangelie des kruises, 1 Kor. r : 18, 21, Gal. 3 : 1. De prediking van het lijden en sterven des Heeren zal eerst dan tot haar recht komen wanneer telkens op het borgtochtelijk karakter er van wordt gewezen en de nevenfiguren in de lijdensgeschiedenis zó worden belicht, dat de Hoofdpersoon, het Lam Gods, op de voorgrond treedt.

Omdat de lijdensstoffen ieder jaar terugkeren, is het nodig voor voldoende afwisseling te zorgen en naar een van te voren vastgesteld schema van teksten te preken.262

Men kan nemen:

1 °. teksten uit het Oude Testament, die beenwijzen naar het lijden van Christus, b.v. Gen. 3 : 15; 22 : 1-14; Ex. I2 : I-I1; Num. 19 : 1-1 o; 21 : 6-9; Psalm 3 : 2 en 3; 16: 10; 41 :6-10; 42 : 7-12; 69 : 2-5; 89 :39-46; Zach. 13 : 7 enz. Vooral Psalm 22 en Jesaja 53 bieden uitnemende stoffen voor de lijdensprediking.

2°. teksten uit het Nieuwe Testament, die het lijden van Christus van verschillende zijden laten zien, b.v. Joh. 12 : 24 en 25; Hand. 3 : 13-15a; 3 : 17 en 18; 4 : 27 en 28; Rom. 4 25; 5 19; 6: 3 en 4; 1 Kor. 1 : 18; 6: 20; 1 Kor. 15 : 3; 2 Kor. 5 : 15; 5 : 2I; Gal. 1 : 4 en 5; Ef. 2 : 14-16; Hebr. 2 : 10; 2 : 14 en 15; 5 : 7-9; 1 Petrus 3 : 18a; I Joh. 4 : 10; Openb. 12 : 11.
3°. de geschiedenis van het lijden, zoals het in het Evangelie wordt verhaald. Verschillende seriën zijn saam te stellen, b.v.

Serie I.

1. De eerste aankondiging van het lijden, Matth. 16 : 21-23.

2. De gelijkenis van de goddeloze landlieden, Matth. 21 : 33-45.

De zalving ten dode, Matth. 26 : 6-13.

De zielsworsteling in Gethsémané, Matth. 26 : 37-46.

De belijdenis voor Kájafas, Matth. 26 : 59-64.

Jezus en Barabbas, Joh. 18 : 39 en 40.

De kruisiging, Markus 16 : 25-28.



Serie II.

1. De voetwassing, Joh. 13 : 1-15.

2. Jezus betreedt zingende de lijdensweg, Matth. 26 : 30.

De gevangenneming, Matth. 26 : 47-56.

De goede belijdenis voor Pontius Pilatus, Joh. 18 : 33-38.

De geseling en bespotting, Joh. 19 : 1-5.

Op weg naar Golgotha, Lukas 23 : 26-31.

De klederen verdeeld, Joh. 19 : 23, 24.



Serie III.

1. Jezus' beschrijving van Zichzelf als de goeden herder, die zijn leven voor de schapen stelt, Joh. 10 : 1 I .

2. Jezus' zelfgetuigenis aangaande het Hem door de Vader opgedragen werk, Joh. 17 : 4-6.

Jezus en Petrus, Lukas 22 : 31-34 en 56-62.

Jezus en Judas, Matth. 26 : 25, 49, 50a en 27 : 3-5.

Jezus voor Pilatus, Matth. 27 : 15-26.

Het opschrift boven het kruis, Joh. 19 : 19-22.

De bespotting op Golgotha, Matth. 27 : 39-44.



Serie IV.

De zeven kruiswoorden.


Op de Goede Vrijdag past een stof, die betrekking heeft op het sterven van de Heiland, Zijn begrafenis of Zijn verblijf in de staat des doods.
E. Pasen.
Pasen is van de vroegste tijd af d e gedenkdag van de christelijke kerk geweest. Boven het lijden gaat de opstanding uit. Christus is het die gestorven is, ja, wat meer is, Die ook is opgewekt, Rom. 8 : 34. Op Pasen worden, zulke teksten gekozen en de gekozene op zodanige wijze behandeld, dat de gestalte van Christus, die de dood verwon, in het volle licht treedt.

Op de morgen van de eerste Paasdag dient gepreekt te worden over het feit van de opstanding des Heeren. Er is, evenals bij de stof voor de morgen van de eerste Kerstdag, in de prediking over het feit van 's Heeren verrijzenis voldoende afwisseling te brengen. Pasen is rijk aan grote ideeën en de stof kan uit verschillend gezichtspunt beschouwd worden.263

Bij de prediking over Matth. 28 : 1-8, De opstanding van Jezus, past als verdeling:

1. de voorbereiding voor de opstanding;

2. het feit van de opstanding;

3. de verkondiging van de opstanding.

Dezelfde tekst laat zich met de omschrijving van het thema als: Pasen of de opstanding van Jezus ook behandelen met deze verdeling:

r. het Paasfeit;

2. de Paasprediking;

3. de Paaszegen.

Een ander maal is de tekst te bezien van het standpunt, welke indruk de opstanding van Jezus maakt.

1. Op de vijanden;

2. Op de vrienden des Heeren.

Een onderdeel van genoemde perikoop, Matth. 28 : 5-7, kan genomen worden met het thema De eerste Paaspredikatie en de verdeling;

1. de inleiding tot deze predikatie, vers 5;

2. de hoofdinhoud van deze predikatie, vers 6a;

3. de toepassing in deze predikatie, vers 6b en 7.
In de twee volgende beurten - want in de meeste kerken wordt op Paas- en Pinksterzondag, terecht, niet over de Catechismus gepreekt - komen in behandeling:

1°. de verschijningen, bij welke niet mag vergeten, dat de Christus in het centrum moet staan en bediening van het Woord niet mag ontaarden in een karakterontleding van Maria Mag­dalena, Thomas of Petrus. Liefst kome de beheersende posi­tie. die de verrezen Heiland in het Evangelie heeft, ook tot uitdrukking in thema en verdeling, zoals in een preek van Dr. S. O. Los over Joh. 20 : 24-29. Thema: Jezus' Ler­schijning aan Thomas, waarbij Hij openbaar wordt 1. in zijn Goddelijke alwetendheid, 2. in zijn Goddelijke majesteit, 3. in zijn Goddelijke trouw.264

2°. teksten uit het Oude Testament, die de verrijzenis uit de doden en de heerlijkheid van Christus aankondigen b.v. Job 19 : 25-27; Psalm 16 : 10 en 11; 22 : 26 seq.; 68:21; 72; 118 : 22, 23; Jesaja 53 : 10; 53 : 12; 63 : 1-6; Hosea 13 : 14.

3 °. teksten uit het Nieuwe Testament die de betekenis van de opstanding van Christus naar verschillende zijden beschrijven en aangeven van hoe grote waarde het Paasfeit voor de gemeente des Heeren is en waartoe het geloof in dit wonder haar verplicht, Lukas 24 : 46-48; Joh. 10 : 17 en 18; 11 : 25-27; 11 :43 en 44; 14 : 19b; Joh. 17 : 1-3; 17:3; Hand. 2:24; 2:25-32; 3:15; 3:26; Rom. 1 : 4; 4 : 25; 5 : 10; 6 : 8-11; 10 : 8-10; 14 : 7-9; 1 Kor. 15: 12-20; 15 : 42-44; 15 : 49; 15 : 54; 15 : 55 57; Ef. 1 : 20; 2 : 5 en 6; Kol. 3 : 1 en 2; 2 Tim. 1 : 10; 1 Petrus 1 : 3 en 4; Openb. 1 : 17 en 18.


F. Van Pasen tot Pinksteren.
In deze periode gaat de gemeente in de blijde gedachtegang voort, die bij Pasen is begonnen. Thans komen teksten, die de heerlijkheid van Christus tekenen of de heer­lijkheid van de heilgoederen, die de gelovigen in deze bedeling en in de toekomende eeuw ontvangen, b.v. Psalm 73 : 23 en 24; Joh. 14 : 1-3; 16 : 7; 1 7 : 24; Rom. 8 : 1 r ; 8 : 22 en 23; 8 : 31 en 32; 8 : 33 en 34; Ef. r : 20-23; Ef. 4 : 10; Hebr. 4 : 14 en 15: 1 Joh. 2 : 1; Openb. 5 : 1-7; 5 : 8-10; 7 : 9 en 10; vele plaatsen uit Openb. 21 en 22.

Op de Hemelvaartsdag wordt gepreekt over het heilsfeit zelf of over de betekenis, die het voor de christelijke kerk in het algemeen en voor de gelovige individueel heeft, b.v. Lukas 24 : 50-53; Hand. 1 : 9-11; 3 : 21; Psalm 24 : 7-10; 47 : 6-8; 68 : 19; Hebr. 6: 19 en 20; 9 : 24; Openb. 3 : 11; 22 : 20.


G. Pinksteren.

Op de Pinksterdag werd de Heilige Geest door Christus van de Vader gezonden. De gemeente verkrijgt nu een eigen levensprincipe, zij treedt zelfstandig en vrij op, en heeft de nationale beperkingen afgelegd. Van volkskerk is zij wereldkerk geworden. Zij heeft in beginsel te niet gedaan hetgeen eens kinds was en treedt, Gal. 4, als een volwassen zoon op.265

De morgengodsdienstoefening is weder aan het heilsfeit gewijd, beschreven in Hand. 2 : 1-4. Het verhaal van Lucas volgende predikt men over De uitstorting van de Heilige Geest 2). met de delen

1. De voorbeschikte Pinkstertijd;

2. De gepaste Pinksterstemming;

3. De zinnebeeldige Pinkstertekenen;

4. De rijke Pinkstergenade,

óf over De uitstorting van de Heilige Geest, met de elementaire verdeling:266

1. het feit van de uitstorting van de Heilige Geest;

2. de betekenis van de uitstorting van de Heilige Geest.


Ook is de uitstorting van de Heilige Geest te beschouwen onder het gezichtspunt van Het feest van de vervulling, met de verdeling:

1. de dag, die vervuld werd;

2. het huis, dat vervuld werd;

3. de mensen, die vervuld werden.

Teksten als Hand. 2 : 17-21 en Hand. 2 : 33 bieden eveneens geschikte stof voor de morgenpreek.
Voor de twee volgende beurten is ruime keus:

1°. stoffen uit de heilsgeschiedenis, die volgt op het Pinksterwonder, b.v. Hand. 2 : 5-11; 2 : 12 en 13; 2 : 37-39; 2:41; 2 : 42; Hand. 3 : 1-10; 4 : 1-4; 4 : 24-31; 4 : 32-37; 10 : 44-48.

2°. teksten uit het Oude Testament, die op de persoon en de werkingen van de Heilige Geest betrekking hebben, b.v. Gen. 1 : 2b; Num. 11 : 26-29; Psalm 51 : 13 en 14; 143 : 10; Jesaja 11 : 2; 32 : 15; 40 : 12-14; 42 : 1; 44 : 2-5; 59 : 19; 61 : I-3; 63 : 7-14; Ezech. 37 : 12-14; Joël 2 : 28-32; Zach. 4 : 6 en 7; 12 : 10.

3 ° teksten uit het Nieuwe Testament, die de persoon en het werk van de Heilige Geest beschrijven, b.v. Matth. 12 : 31 en 32; Joh. 3 : 5 en 6; 7 : 37-39; 14 : 16 en 17; 16 : i2-14; Hand. 19 : 1-7; vele plaatsen in Rom. 8; 1 Kor. 2 : 12 en 13; 2 : 14 en 15; 12 : 3; 12 : 4-6; 12 : 11; Gal. 5 : 22; Ef. 3 : 16; 4 : 30; 1 Thess. 5 19; 2 Petrus 1 : 20 en 21; 1 Joh. 5 : 6; Openb. 2 : 2 a; 5: 6.

4°. teksten die betrekking hebben op de toebrenging van de volken tot de gemeente Gods,267 b.v. Gen. 22 : 17 en 18; Psalm 22 : 28 en 29; 67; 68 : 31 en 32; 72 : 9-11; 87; 96; Jesaja 1.1 : io; 18 : 7; 19 : 18-25; 25 : 6-8; 42 : 1 4; 45 : 22; Jerem. 3 : 17; Amos 9 : 11 en 12; Zef. 3 : 9 en 10; Haggaï 2 : 7 en 8; Zach. 2 : 10 en 11; 8 : 20-23; 14 : 16; Matth. 24 : 14; 28 : 19; Lukas 24 : 47; Joh. 8 : 12; 12 : 20-24; Hand. 2 : 8-11; 8 : 26-39; 9 : 15 en 16; 10 : 44-48; 13 : 1-3; de zendingsreizen van Paulus; de brieven van Paulus, passim; Openb. 7 : 9 en 10; 21 : 13.

HET TWEEDE SEMESTER
In het tweede semester van het kerkelijk jaar is de dienaar van het Woord geheel vrij in de keuze van de tekst. Hij is nu in de gelegenheid zijn individuele charismata ten volle te ont­plooien en preken te houden, die in b i j z o n d e r e mate het stempel van de actualiteit dragen. Terwille van de gemeente mag deze vrijheid niet worden tot willekeur. De dienaar van het Woord is gelijk aan een wijs huisvader die met overleg de spijzen uitkiest, welke voor zijn gezin het meest geschikt zijn. Zo kiest de dienaar van het Woord met zorg die teksten en in die volgorde, welke het meest bevorderlijk zijn aan de bloei van de gemeente. In de tekstkeuze moet systeem zijn. Er moet een draad door lopen. Wie te hooi en te gras zijn teksten neemt en naar invallen te werk gaat, kan onder de zegen des Heeren nog wel enig nut stichten, maar beantwoordt niet aan de eis, dien een goede bediening van het Woord stelt.268

De volgende punten zijn van de overweging waard:

1 °. In de eerste weken na Pinksteren kunnen gekozen wor­den perikopen uit de Handelingen van de apostelen of teksten die het werk van de Heilige Geest beschrijven. De laatste zijn van bijzonder belang en het is nodig op deze stoffen de aandacht te vestigen, omdat sommige dienaren van het Woord veel vaker teksten nemen over het werk dat Christus voor ons heeft ge­daan dan over hetgeen de Heilige Geest in ons tot stand brengt. Het werk van de Heilige Geest komt in tekstkeuze en prediking wel eens op de achtergrond. Toegegeven wordt, dat deze teksten in de regel niet tot de gemakkelijkste behoren en het inspan­ning vraagt bij verklaring en toepassing in de diepte van het zieleleven in te dringen, de draden van het weefsel van de Heilige Geest in onze harten nauwkeurig te onderscheiden en de ge­nadewerkingen zó te tekenen, dat leden van de gemeente het beeld van hun geestelijk leven duidelijk herkennen. Evenwel: nil sine labore. Wie zich in deze heilige kunst oefent, krijgt steeds groter vaardigheid.
2°. Het is niet ongeschikt in de zomermaanden Juli en Augustus, wanneer door de invloed van de warmte vele een­voudigen het specifiek didactische niet zo gemakkelijk assimi­leren, met de tekstkeuze in de sfeer van het concrete te blijven en historische stoffen te nemen, b.v. een gedeelte van de heilige geschiedenis of een serie teksten die zich om een belangrijke persoonlijkheid in de geschiedenis van de Godsopenbaring groe­peren. De vruchten van de bestudering van de historia revelati­onis komen dan de prediker te stade. Uitzicht op de levenshoogten en inzicht in de levensdiepten van de Bijbelheiligen werkt sterkend op het geloofsleven van Gods kinderen. Voorbeelden: Abraham 2), Mozes 3), David 4), Elia 5), Elisa 6), Jere­mia 7), Petrus 8), Paulus 9) .

2) Cf. J. Ridderbos. Hoofdartikelen in de Bazuin. Jaargang 1925. 3) Cf. J. Douma. Mozes de man Gods. Kampen. 4) Cf. F. B. Meyer. David. London. s.a.; 5) Cf. J. J. Knap Czn. Ongewone Krachten. Kampen. 1924. F. W. Krummacher. Elia. Leiden. 1902. 6) Cf. F. W. Krummacher. Elisa de profeet. Utrecht. s.a. 7) Cf. J. Douma. Jeremia de profeet. Kampen. 1921. 8) Cf. J. Dekker. Simon Petrus. Kampen. 1899. 9) Cf. G. Wielenga. Paulus in zijn leven en werken. Kampen. 1917.


3°. Vruchtbaar is voor het tweede trimester een serie teksten te zoeken, die, in samenhang genomen, de rijkdom van een dogma in het licht stellen. De voorkeur verdienen dogmata, die in de Catechismus slechts even ter sprake komen, b.v. Gods wezen en eigenschappen (er zijn vele teksten die de deugden Gods op een heerlijke wijze beschrijven, zodat hun homi­letische interpretatie de kennis vermeerdert en bevorderlijk is aan de praktijk van de godzaligheid), de triniteit, de raad Gods, het verbond van de genade, roeping en wedergeboorte, de volharding van de heiligen, de kerk, de Heilige Schrift. Natuurlijk is hierbij de gouden regel van het m u 1 t u m, non m u 1 t a niet te vergeten.
4°. De dienaar van het Woord kan een serie teksten samenstel­len, die een onderwerp uit het geestelijke leven behandelen en van onderscheiden kant belichten, b.v. het gebedsleven, de geestelijke oefening, de zekerheid des geloofs, voortgaande ellendekennis gepaard met innerlijke drang naar heiligmaking, de geestelijke meditatie, de gemeenschap met God, de krankhe­den van het geestelijke leven, enz. De historische boeken, de Psalmen en de Zendbrieven bieden hier een schat van teksten.
5°. Het is zeer profijtelijk voor de gemeente een gedeelte van de Heilige Schrift in vervolgstoffen te behandelen, hetzij een klein boek, hetzij enkele capita, die samen een afgerond geheel vormen. Capita uit de profetieën, het evangelie van Johannes, de Zendbrieven, de brieven aan de zeven gemeenten in Klein Azië (Openb. 2 en 3) lenen zich hiervoor zeer goed. Ook is de verklaring van enkele psalmen aan te raden. Het nut van de vervolgstoffen is boven reeds aangewezen.

Thans nog de opmerking, dat de prediker, vóór hij met de vervolgstoffen begint, het ganse stuk nauwkeurig exegetiseren en indelen moet, en dus van te voren weten, welke en hoeveel teksten aan de orde zullen komen. Zonder overzicht geen inzicht.

Wie zich bij de tekstkeuze door vaste beginselen laat leiden, behoedt zichzelf en de gemeente er voor zich binnen een cirkeltje van teksten te blijven bewegen, bearbeidt een stuk van de rijken bodem van de Schrift, dat voor velen braak ligt en heel het leven braak blijft liggen, veroudert niet, en kweekt onder Hoger zegen een geslacht, dat, gevoed met de gezonde leer, toenemen zal in kennis en godzaligheid.

GELEGENHEIDSTEKSTEN
A. De viering van het Heilig Avondmaal.

In de Gereformeerde kerken van Nederland wordt overeen­komstig Art. 63 van de kerkorde gewoonlijk vier à zesmaal per jaar het Heilig Avondmaal gevierd. In de morgengods­dienstoefening van de Zondag die aan de Avondmaalszondag voorafgaat, wordt de voorbereidingspredikatie gehouden; op de Avondmaalsdag wordt des morgens over een tekst gepreekt, die in betrekking staat tot de viering van het Avondmaal (in enkele kerken, waar zeer veel Avondmaalgangers zijn, wordt niet gepreekt, maar alleen het formulier gelezen, omdat anders de dienst te lang duurt wegens het groot getal „tafels”) en 's namiddags over een tekst, die de gemeente een leidraad in de hand geeft bij de nabetrachting op het Avondmaal (in enkele kerken wordt des namiddags naar de Catechismus gepreekt, hetgeen als vaste regel niet aan te bevelen is, daar niet elke afdeling van de Catechismus geschikte stof biedt voor nabe­trachting).

Het is gewenst, dat de drie teksten voor voorbereiding, bediening en nabetrachting in een zakelijk verband staan (b.v. Psalm 32: 5, Jesaja 43 : 25, Psalm 103 : 15), zodat heel de bediening van het Woord, die met Avondmaalsbediening verbonden is, een eenheid vormt en de gemeente door in te leven in deze gedachte-eenheid, gebouwd wordt in het geloof. Wanneer de prediker drie teksten kan vinden, die niet alleen in zakelijke samenhang staan, maar tegelijk in hetzelfde verband voorkomen (b.v. Psalm 116 : 3 en 4; vers 13; vers 17-19) is dit voortreffelijk,269 maar hij wachte zich voor verwringing van een Schriftuurplaats door met behulp van allegorie of fantasie haar een betekenis te geven die ze blijkens het verband niet kan hebben. Wie voor voorbereiding, bediening en nabetrachting de teksten Hand. 27 : 34a; vers 35 en 36; vers 44b kiese), verknoeit de tekst, en bedient het Woord van God n i e t. 270

Het is goed, wanneer de Avondmaalsteksten in betrek­king staan tot de stoffen, die in die tijd van het jaar aan de orde zijn. Voor voorbereiding, bediening en nabetrachting tegen Pasen komen in aanmerking teksten over het lijden en sterven van de Zaligmaker b.v. Matth. 26 : 26-28; Joh. 19 : 30; Rom. 6 : 5-7; of: Rom. 5 : 6; vers 8; vers 9. Voor voorberei­ding, bediening en nabetrachting omstreeks Pinksteren: Hand. 2 : 42; vers 46; vers 47a; en tegen Kerstfeest Lukas : 68-71; vers 72 en 73a; vers 73b-75.




1. Teksten voor de voorbereiding.

In de voorbereidingspreek271 moet aangedrongen worden op zelfonderzoek naar de wijze, aangegeven in de Catechismus (Zondag 30) en het Avondmaalsformulier. De keuze en behandeling van de tekst wordt enigermate bepaald door het aspect, dat de gemeente in geestelijk opzicht vertoont. Het maakt verschil, of de jonge leden in de adolescentieperiode over het algemeen belijdenis des geloofs afleggen en daarna ongeveer voor de helft ten Avondmaal komen, dan wel of de geloofsbe­lijdenis eerst op rijperen leeftijd wordt afgelegd en haast nie­mand die belijdenis deed de Avondmaalsbediening verzuimt. Naar de geestelijke constellatie richt zich de tekstkeuze. De dienaar van het Woord stelt zich door middel van geregeld huisbezoek en het voeren van religieuze gesprekken op de hoogte van de geestelijken toestand zijner gemeenteleden, om, in verband met typerende verschijnselen, het Woord van God op de rechte wijze te bedienen. Hij richte de tekstkeuze zó in, dat het Avondmaal onder die gezichtspunten valt, welke voor de ge­meente het meest profijtelijk zijn. Zulke gezichtspunten zijn:

1°. Of we Avondmaal zullen vieren of niet, hangt niet van ons believen af maar is een eis des Heeren, Die catego­risch, tot Zijn jongeren zei: Doet dat tot Mijn gedachtenis.

2°. Krachtens de afgelegde geloofsbelijdenis is ieder mondig lid van de gemeente verplicht tot de Dis te komen.

3°. De genadeweldaden, die in het sacrament worden aangeboden, zijn zo heerlijk, dat de beschrijving van die weldaden in de prediking de zielen lokt om het heil te ontvangen.

4°. Het Avondmaal is ingesteld tot versterking van ons geloof; hen die nog niet ver­zekerd zijn van het kindschap, zwak zijn in het geloof, en toch de dienst des Heeren van harte liefhebben, roept de Heere juist tot Zijn Dis.

5°. Traditionele misverstanden en uitvluchten houden velen terug.

6°. Alleen zij, die zich beproefd hebben en tot oprechte belijdenis van zonden zijn gekomen, mogen toetreden tot het heilig sacrament.

7°. Men kan geen gemeenschap hebben met de tafel des Heeren en de tafel van de duivelen.

8°. Wie in onmin met zijn naaste leeft, kome eerst tot verzoening vóór hij nadert om van het heilige brood te eten.


Teksten voor de voorbereiding geschikt, zijn b.v.: Deut. 12 : 11; 18 : 13; 2 Kron. 30 : 6-9; Psalm 15; 16 : 5 en 6; 19 . 13-15; 22 : 27; 25 : 6 en 7; 25 : 15-18; 27 :4; 32:5; 38 : 19; 45: 3; 51 : 19; 63 : 2; 72 : 12-14; 84 : 6-8; 119 : 4 en 5; 119 : 176; 130 : 1-4; 133; 138 : 6; Spr. 9 : 4-6; 28 : 13; Jes. 1 : 18; 40 : 9; 49 : 14 en 15; 55 : 1-3; 57 : 15; 61 : 1-3; Jerem. 3 : 22; Klaagl. 3 : 39 en 40; Ezech. 36 : 31; Hosea 5 : 15 en 6 : 1; Micha 7 : 18-20; Zach. 3 : 1-5; een zaligspreking uit de Bergrede; Matth. 7 : 1-5; 7 : 7 en 8; 7 : 24-27; 22 : 1-14; Markus 8 : 35; Lukas 22 : 31 en 32; Joh. 6 : 35; 6 : 66-71; 14 : 27; 15 : 14; Rom. 2 : 28 en 29; 14 : 23b; 1 Kor. 10:21; 1 Kor. 11 : 23-26; 11: 27-29; Ef. 3 : 14-16; Hebr. 4 : 1 en 2; 7 : 26 en 27; 10 :19-25; 13 : 8; I Petrus 5 : 5b; 5 : 10; I Joh. 2 : 4 en 5; 1 Joh. 5 : 3; Openb. 19 : 7 en 8; 19 : 9; 21 : 7 en 8.

Download 2.06 Mb.

Share with your friends:
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   ...   29




The database is protected by copyright ©sckool.org 2022
send message

    Main page