Engels derde graad tso Boekhouden-Informatica handel Informaticabeheer



Download 0.51 Mb.
Page1/12
Date09.11.2016
Size0.51 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12

engels

derde graad tso
Boekhouden-Informatica
handel
Informaticabeheer





LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS

September 2004



LICAP – BRUSSEL D/2004/0279/056





Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs

Guimardstraat 1, 1040 Brussel






engels

derde GRAAD tso
boekhouden-Informatica
handel
informaticabeheer





LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS

LICAP – BRUSSEL D/2004/0279/056

September 2004

(vervangt leerplannen 1992)


ISBN-nummer: 90-6858-368-9


Inhoud

1 Situering van het leerplan 6

1.1 Beginsituatie voor Engels in de derde graad TSO- studiegebied Handel behalve Secretariaat-talen 6

1.2 Eindtermen, vakoverschrijdende eindtermen en leerplannen 6

1.3 Het begrippenarsenaal in de eindtermen 7

1.4 Besluit 9

2 Algemene doelstellingen 9

3 Leerplandoelstellingen, leerinhouden en pedagogisch-didactische wenken 10

3.1 De communicatieve vaardigheden 11

3.2 De interculturele component 48

3.3 De ondersteunende/functionele vaardigheden 50

3.4 Leerautonomie 58

4 Evaluatie 62

4.1 Evaluatie en rapportering tegenover eindtermen en leerplan 62

4.2 Evaluatie, opvoedingsproject en leerplan 63

4.3 Evaluatie en leren 64

4.4 Communicatieve en ondersteunende vaardigheden 64

4.5 Criteria voor evaluatie 65

4.6 Meting 67

4.7 De evaluatie van de toets 67

4.8 Evaluatie van de communicatieve vaardigheden 69

5 Minimale materiële vereisten 74

6 Gebruikte afkortingen en codes 76

7 Bibliografie 76

7.1 Algemeen 76

7.2 Lezen 78

7.3 Luisteren 79

7.4 Spreken 79

7.5 Spel en drama (expressie) 80

7.6 Schrijven 81

7.7 Grammatica 81

7.8 Woordenschat 83

7.9 Cultuur 84

7.10 Literatuur 84

7.11 Jeugdliteratuur 85

7.12 Media 86

7.13 Evaluatie 88

7.14 Zelfstandig leren 88

8 Eindtermen 91

Vakgebonden eindtermen moderne vreemde talen Frans-Engels derde graad TSO 91

8.1 Luisteren 91

8.2 Lezen 92

8.3 Spreken/gesprekken voeren 93

8.4 Schrijven 94




LEESWIJZER

In dit leerplan vind je doelstellingen, leerinhouden, pedagogisch-didactische wenken en richtlijnen i.v.m. de evaluatie voor het leerplan Engels van de sector Handel binnen de derde graad TSO, meer bepaald voor de richtingen Boekhouden-informatica, Informaticabeheer, en de richting Handel. Deze leerlingen hebben minimum 2 uren Engels in de basisvorming, maar dit basispakket kan uitgebreid worden met een uur (Handel, Boekhouden-informatica). Alleen de richting Informaticabeheer heeft meteen 3 uren Engels in het tweede leerjaar van de derde graad.

De doelstellingen worden zo geformuleerd dat ze de wettelijk vastgelegde vakgebonden en specifieke eindtermen "dekken" en zijn bindend, dus een instrument van controle door de inspectie. Wij hebben daarbij telkens verwezen naar het nummer van de daarbij horende eindterm. Die eindtermen hebben we overigens in bijlage achteraan ter referentie overgenomen.

Ook de leerinhouden zijn bindend, behalve wanneer we ze expliciet formuleren als een (niet-exhaustieve) lijst waaruit je kunt kiezen.

Net zoals in de tweede graad is dit leerplan open. Dit houdt in dat leraren binnen het kader van de wettelijke eindtermen vrij kunnen bepalen met welke inhoudelijke thema's of taalsituaties ze de leerplandoelstellingen willen verwezenlijken. Die concrete invulling wordt dus aan de deskundigheid van het lerarenteam en de vakgroep overgelaten.

De pedagogisch-didactische wenken daarentegen zijn aanbevelingen en bron voor inspiratie en vernieuwing, geen verplichte methodische aanpak. In de pedagogisch-didactische wenken vind je concrete mogelijkheden om de leerplaninhouden boeiend en leerlinggericht te brengen.



De richtlijnen voor de evaluatie ten slotte vormen het sluitstuk van dit leerplan. Er worden voorbeelden van toetsvormen aangereikt.

De vereisten voor uitrusting en didactisch materiaal zijn als verplichting te lezen.

*********

Deze brochure bevat het leerplan AV Engels voor de studierichtingen binnen de sector Handel van de derde graad TSO: Handel, Boekhouden-informatica, Informaticabeheer.

Deze richtingen hebben twee uren Engels, maar zij kunnen ook drie uren Engels hebben: twee uren vanuit het fundamentele gedeelte en een uur vanuit het complementaire gedeelte. Alleen de richting Informaticabeheer heeft meteen drie uren Engels in het tweede leerjaar van de derde graad. Schematisch geeft ons dit:

Richting

Uren Engels in het eerste leerjaar van de derde graad

Uren Engels in het eerste leerjaar van de derde graad

Handel

2 (+ 1)

2 (+ 1)

Boekhouden-informatica

2 (+ 1)

2 (+ 1)

Informaticabeheer

2 (+ 1)

3

Dit leerplan beschrijft de basisdoelstellingen voor de twee-urige cursus. In de scholen waar een extra uur Engels vanuit het complementaire gedeelte voorzien wordt en waar de leerlingen bijgevolg drie uren Engels per week hebben, realiseren we ook de leerplandoelstellingen die in dit leerplan met (U) uitbreiding aangeduid staan.



  1. Situering van het leerplan

    1. Beginsituatie voor Engels in de derde graad TSO- studiegebied Handel behalve Secretariaat-talen

Dit leerplan is bestemd voor leerlingen die in de derde graad SO gedurende twee jaar minimum twee uren Engels volgen binnen de lessentabel van het fundamentele gedeelte. Dit aantal uren kan aangevuld worden met een extra uur Engels uit het complementaire gedeelte.

De leerlingen die dit leerplan volgen, hebben in principe drie jaar Engels naar rato van twee lesuren per week achter de rug, al dan niet aangevuld met een extra uur vanuit het complementaire gedeelte in de tweede graad. Slechts binnen twee lessentabellen tweede graad TSO gelden er andere lessentabellen. In de tweede graad van de TSO-richting Toerisme staan drie uren Engels per week in het fundamentele gedeelte geprogrammeerd. En de tweede graad van de richting Handel-talen heeft minimum vier uren Engels in het eerste studiejaar en minimum drie uren Engels in het tweede studiejaar.

Als voorkennis nemen we aan dat het minimum van de doelstellingen van het leerplan Engels TSO tweede graad is bereikt.

In de tweede graad werd in het algemeen aandacht besteed 1 aan beschrijvende taaltaken op het niveau van de vier communicatieve vaardigheden (luister-, lees-, spreek- en schrijfvaardigheid) en aan de ondersteunende vaardigheden (voor aspecten van woordenschat, grammatica en cultuur). De leerlingen leerden omgaan met korte en eenvoudig geformuleerde en gestructureerde tekstsoorten, m.n. informatieve, prescriptieve, narratieve, maar niet of in beperkte mate met artistiek-literaire teksten.

De aanbreng en inoefening van basisgrammatica en lexicale elementen verliep in functie van de communicatieve vaardigheden.

Via aangepast tekstmateriaal kwamen de leerlingen in contact met de Engelstalige leefwereld.

De leerlingen leerden een aantal basistechnieken om taalautonomie en taalleervaardigheid . Ze gebruikten daarbij communicatiestrategieën en leerstrategieën, zowel voor de receptieve vaardigheden (luisteren en lezen) als voor de productieve (spreken en schrijven). Ze leerden eveneens traditionele en elektronische hulpbronnen te raadplegen.

We kunnen er nochtans niet vanuit gaan dat alle leerlingen even vertrouwd zijn met de bovengenoemde vaardigheden en kennis. Integendeel, we houden er best rekening mee dat er heel grote verschillen zijn binnen de groep. Deze situatie vormt een uitdaging voor de leerkracht om de beginsituatie van de leerlingen in acht te nemen, maar toch ook om een groep zo ver mogelijk te brengen. Dit kan bv. door modellen aan te reiken, door een einddoelstelling stapvoets op te bouwen, misschien door hier en daar verschillende opgaven bij eenzelfde tekst te voorzien of dan weer verschillende teksten ter beschikking te stellen. Voorwaar geen gemakkelijke opgave, maar misschien toch het nastreven waard.



    1. Eindtermen, vakoverschrijdende eindtermen en leerplannen

In de doelstellingen van dit leerplan zijn de – bij decreet – verplicht te bereiken eindtermen Moderne Vreemde Talen voor de derde graad KSO/TSO opgenomen. Het leerplan vult de eindtermen (ET) echter aan en kadert ze in een eigen perspectief. Voor de scholen geldt dat de goedgekeurde leerplannen voorrang hebben op de eindtermen.

Naast de eindtermen per vak zijn er ook vakoverschrijdende eindtermen (VOET). In de taalvakken komen vooral de VOET leren leren, sociale vaardigheden en de artistiek-muzische component aan bod. Daarnaast kunnen we ook werken aan andere VOET, afhankelijk van het schoolwerkplan, de afspraken binnen de vakgroep en over de verschillende vakgroepen heen. Ten slotte kunnen ook eerder toevallige factoren bepalend zijn voor de realisatie van VOET binnen een taalvak: het handboek, de persoonlijke belangstelling van de leerlingen en de leerkracht. Binnen dit leerplan gaan we daar verder niet op in.



    1. Het begrippenarsenaal in de eindtermen

De eindtermen voor de derde graad sluiten zowel qua concept als formulering nauw aan bij deze voor de tweede graad. Het leren van een taal volgt immers een ononderbroken ontwikkelingslijn. De verschillen met de tweede graad hebben onder meer te maken met de graad van complexiteit van de taaltaken die de leerlingen moeten kunnen uitvoeren. Het is logisch dat die in de derde graad complexer zijn dan in de tweede graad.

Bij de formulering van de eindtermen komen de volgende begrippen voor: tekstsoorten, tekstkenmerken taaltaken en verwerkingsniveaus. Aangezien dit leerplan de eindtermen als basis heeft, volgt hierna een kleine toelichting bij het gebruikte begrippenarsenaal.



      1. Tekstsoorten

Er zijn informatieve, prescriptieve, argumentatieve, narratieve en artistiek-literaire teksten. Het dominante kenmerk van de tekst bepaalt de tekstsoort. Informatieve teksten brengen informatie over (schema, tabel, krantenartikel, …). Prescriptieve teksten sturen rechtstreeks het handelen van de ontvanger (instructie, opschrift, gebruiksaanwijzing). Argumentatieve teksten bouwen een redenering in functie van een stellingname op (discussie, debat, betoog, …). Narratieve teksten geven feiten en gebeurtenissen weer (bv. reportage, interview, verhaal, feuilleton, …). En ten slotte: in artistiek-literaire teksten is de esthetische dimensie expliciet aanwezig (gedicht, chanson, kortverhaal, strip, …). Schematisch voorgesteld:

Tekstsoort

Omschrijving: teksten met hoofddoel

Voorbeelden

informatieve teksten

het overbrengen van informatie

schema, tabel, krantenartikel, nieuwsitem, mededeling, folder, verslag, formulier, brief, e-mail, documentaire, interview, gesprek, uiteenzetting (door de leerkracht), recensie

prescriptieve teksten

het rechtstreeks sturen van het handelen van de ontvanger

instructie (ook m.b.t. klasgebeuren), opschrift, waarschuwing, gebruiksaanwijzing, handleiding, publieke aankondiging, reclameboodschap

argumentatieve teksten

het opbouwen van een redenering

pamflet, betoog, essay, discussie, debat

narratieve teksten

het verhalend weergeven van feiten en gebeurtenissen

reportage, scenario, relaas, interview, hoorspel, verhaal, film, feuilleton, reisverhaal

artistiek-literaire teksten

het expliciet voorkomen van een esthetische component

gedicht, kortverhaal, roman, toneel, stripverhaal, chanson/song

      1. Tekstkenmerken

Tekstkenmerken, zoals de formulering en de structurering, bepalen mee de moeilijkheidsgraad van taaltaken. De verschillende graden van complexiteit worden als volgt benoemd: zeer eenvoudig, eenvoudig, niet al te complex, relatief complex en complex.

Het volgende schema situeert de verschillende graden van complexiteit die de eindtermen hanteren, in het voornoemde continuüm.2

zeer eenvoudig

eenvoudig

niet al te complex

relatief complex

complex

















Niet alleen de tekstsoort bepaalt d
e moeilijkheidsgraad van een concrete tekst, maar ook enkele intrinsieke kenmerken die o.a. recente documenten van de Raad van Europa en van ALTE (Association for Language Testing in Europe) ons aanreiken.




Van

Tot

  1. Formulering

  2. Structurering

  3. Lengte

  4. Visuele ondersteuning

  5. Vertrouwdheid met de inhoud

  6. Abstractieniveau

  7. Afwijking t.o.v. de standaardtaal

  8. Spreektempo en articulatie

eenvoudig

eenvoudig

kort

veel


veel

concreet


weinig

laag en duidelijk



complex

complex


lang

geen


geen

abstract


veel

hoog en minder duidelijk

      1. Taaltaken en verwerkingsniveaus

        Verwerkingsniveau

        Taaltaken

        Luisteren/Lezen

        Spreken

        Schrijven

        Beschrijvend

        d.w.z. leerlingen geven de informatie onveranderd weer



        1. globale onderwerp bepalen

        2. hoofdgedachte achterhalen

        3. spontane mening vormen

        4. gedachtegang volgen

        5. relevante info selecteren

        6 tekststructuur en samenhang herkennen

        1. informatie geven/vragen

        2. navertellen

        3. spontane mening geven

        4. beschrijven

        1. invullen

        2. inhoud globaal weergeven

        3. spontane mening geven

        4. mededeling schrijven

        5. beschrijven

        Structurerend

        d.w.z. leerlingen hebben een actieve inbreng in de manier waarop ze de informatie opnemen of presenteren



          1. info op overzichtelijke en persoonlijke wijze ordenen

        1. samenvatten

        2. verslag uitbrengen

        3. uitleg geven

        1. samenvatten

        2. verslag/brief schrijven

        Beoordelend

        d.w.z. leerlingen confronteren de informatie met een 2de perspectief: vergelijken met andere bronnen of met eigen voorkennis



          1. info beoordelen

        1. argumenten formuleren

        2. becommentariëren

        3. gefundeerde standpunten naar voor brengen

        1. argumenten formuleren

        2. gefundeerde standpunten naar voor brengen

    1. Besluit

Het is duidelijk dat niet één parameter, maar het samenspel van de drie bepalend is voor de moeilijkheidsgraad van taaltaken en teksten. Echt taalvaardigheidsonderwijs brengt leerlingen in contact met een gevarieerd aanbod aan teksten én met uitdagende taaltaken. Combinaties van moeilijkere tekstsoorten met eenvoudiger verwerkingsniveaus of omgekeerd kunnen best zinvol zijn.

  1. Algemene doelstellingen

De lessen Engels beogen op de eerste plaats communicatieve vaardigheid: de leerlingen taalkundige kennis en vaardigheden bijbrengen. In het TSO krijgt deze doelstelling, net zoals in de tweede graad, in de eerste plaats een pragmatische invulling, d.w.z. het onderwijs Engels is afgestemd op de praktische behoeften van de studierichting en van de leerlingen. De leerlingen kunnen zelfstandig functioneren in courante communicatiesituaties die relevant zijn voor hun omgeving, hun leefwereld en hun ontwikkelingsniveau. Dat impliceert: adequaat luisteren en lezen; actief deelnemen aan rechtstreekse en telefonische gesprekken; gesproken en geschreven mededelingen doen. Net zoals in de tweede graad zal de nadruk sterker liggen op receptieve vaardigheden. Maar waar er, via het complementair gedeelte, een derde uur Engels wordt aangeboden, komt dit ten goede aan de productieve vaardigheden en aan de richtingspecifieke invulling.

Samen met de andere vakken van de studierichtingen draagt het vak Engels bij tot de algemene vorming. Door het omgaan met concepten en begrippen in de vreemde taal, wordt het analytisch en synthetisch denkvermogen van de leerlingen ontwikkeld, door het lezen van teksten wordt hun denken en voelen verrijkt en verruimd. Omwille van die vormende waarde mag de keuze van teksten niet aan het toeval worden overgelaten, maar toetsen we ze aan het christelijk opvoedingsproject van de katholieke secundaire school.

Een voldoende beheersing van het Engels maakt ook wezenlijk deel uit van de verwachte praktische vorming in functie van studie, beroep. Omdat voor het latere beroepsleven een aantal attitudes ten opzichte van het werk zelf, de collega’s, de directie, van fundamenteel belang zijn om optimaal te functioneren, zal de leraar Engels doorheen alle taalactiviteiten volgende facetten tot ontplooiing proberen te brengen:


  • contactvaardigheid en zin voor samenwerking;

  • nauwgezetheid en verantwoordelijkheidszin;

  • zelfstandigheid;

  • zelfcontrole;

  • flexibiliteit;

  • correcte en accurate uitvoering van een opdracht;

  • streven naar optimale kwaliteit;

  • bereidheid tot permanente vorming.

Talenkennis is vaak een belangrijk criterium bij aanwerving of promotie. De verwachte vaardigheden variëren naargelang van de functie, de instelling of het bedrijf: functionele teksten lezen, rechtstreekse gesprekken en telefoongesprekken voeren, eenvoudige zakelijke brieven of e-mails schrijven, enz. De cursus Engels mag dus niet theoretisch-grammaticaal zijn, maar moet door de leerlingen als concreet bruikbaar worden ervaren. Door het verwerven van leerstrategieën zullen de leerlingen in staat zijn om de communicatieve vaardigheden te ontplooien in het latere beroepsleven. We proberen bij de leerlingen dus een vorm van taalleervaardigheid te doen groeien. Het onderwijs van het Engels moet niet enkel Engels bijbrengen, maar ook inzicht verschaffen in de manier waarop we best Engels of een vreemde taal leren. Op die manier kunnen de leerlingen zelfstandig en efficiënt hun taalvaardigheid in het Engels verder ontwikkelen.

Ook persoonlijke verrijking is essentieel: Engels lijkt ook in het leven van elke dag onmisbaar te zijn geworden: computerspelletjes, gebruiksaanwijzingen ook van eenvoudige toestellen, de media bewijzen dit telkens opnieuw. Leerlingen hebben ook persoonlijke verwachtingen t.a.v. het vak Engels. Zij willen in contact treden met Engelstaligen, iets kopen, inlichtingen vragen, een vakantie bespreken, enz. Een vreemde taal biedt tevens een kans tot een bredere interculturele en culturele ontplooiing.

Het onderwijs van het Engels vergroot ook de interculturele competentie want het verschaft toegang tot de cultuur van zovele landen waar Engels wordt gesproken, en tot groepen en individuen over de hele wereld die Engels hebben leren gebruiken als lingua franca. Daardoor krijgen de leerlingen meer voeling met en inzicht in de taal en de cultuur van de landen waar de doeltaal wordt gesproken. Ook versoepelt hun houding tegenover andere culturen. Uitwisselingsprojecten creëren extra mogelijkheden op dit gebied.


  1. Leerplandoelstellingen, leerinhouden en pedagogisch-didactische wenken

De doelstellingen werden geformuleerd binnen het kader van de wettelijk vastgelegde vakgebonden eindtermen en zijn bindend. Net zoals in de tweede graad is dit leerplan open. Dit houdt in dat leraren binnen het kader van de eindtermen en leerplandoelstellingen vrij kunnen kiezen met welke leerinhouden of taalsituaties zij de leer-
plandoelstellingen verwezenlijken. De concrete invulling is dus een zaak van de leraar en de vakgroep. De pedagogisch-didactische wenken kan je lezen als goede raad, aanbevelingen en bron voor inspiratie en vernieuwing.

De doelstellingen voor de derde graad zijn niet allemaal nieuw. Ze hernemen ook doelstellingen van de tweede graad en bouwen ze verder uit. Het verschil met de tweede graad uit zich onder meer in een toenemende moeilijkheidsgraad. Bij de leerplandoelstellingen voor de vier communicatievaardigheden geeft dit leerplan dat verschil telkens vetjes en schuin aan. Tussen haakjes verwijzen we in cursief naar de eindtermen. Achteraan in het leerplan vind je een opsomming van alle eindtermen Moderne Vreemde Talen derde graad KSO/TSO.



    1. De communicatieve vaardigheden

Er zijn vier vaardigheidsvelden: lezen, luisteren, spreken (zowel gespreksvaardigheid als spreekvaardigheid) en schrijven.

      1. Luisteren

Download 0.51 Mb.

Share with your friends:
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12




The database is protected by copyright ©sckool.org 2020
send message

    Main page