B achelorthese Psychologie Thema Veiligheid en Gezondheid


Thema Veiligheid en Gezondheid



Download 1.15 Mb.
Page2/11
Date09.11.2016
Size1.15 Mb.
#1237
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

Thema Veiligheid en Gezondheid




Online Afvallen


Analyse van drie interventies


Sylvie M.P. Nederend (s0156108)


Eerste begeleider: Drs. S.M. Kelders
Tweede begeleider: Dr. J.E.W.C. Van Gemert-Pijnen

Datum: 9 juli 2009





Samenvatting
Het doel van dit onderzoeksrapport is in kaart brengen van online interventies voor afvallen en nagaan of zij een goede aanvulling kunnen bieden op de reguliere zorg die als hulp bij afvallen geboden wordt. Op beschrijvende wijze wordt geanalyseerd wat de kenmerken van de gebruikers zijn en waaraan de interventie moet voldoen. Achtereenvolgens wordt een beschrijving gegeven van de statistieken van overgewicht in Nederland, wat de determinanten van overgewicht zijn, wat er bekend is over effectiviteit van verschillende behandelstrategieën en wat er bekend is over online interventies. De manier van design en achtergrond van verschillende websites wordt nagegaan en of rekening is gehouden met verschillende componenten van cognitieve gedragstherapie en psychologische factoren, waaronder neuroticisme, consciëntieusheid en depressieve gevoelens.

Het onderzoek bestaat uit interviews met ontwikkelaars/webmasters van drie websites en enquêtes die ingevuld zijn door 91 deelnemers. Hierin is gevraagd naar verschillende factoren die belangrijk zijn bij afvallen, waaraan online interventies voor afvallen volgens de gebruikers moeten voldoen en wie de gebruikers zijn. De subschalen neuroticisme en consciëntieusheid van de NEO-FFI zijn afgenomen voor het meten van deze persoonlijkheidstrekken in de populatie. De CES-D is gebruikt voor het meten van depressie en de SUS voor het meten van de gebruiksvriendelijkheid van de websites.

De bevindingen wijzen erop dat de bestaande online interventies nog te onpersoonlijk zijn en zich te weinig richten op het psychische aspect van eten. Over de huidige invulling is men verder tevreden. Deelnemers scoren gemiddeld op neuroticisme, maar beneden gemiddeld op consciëntieusheid, wat ook zelfdiscipline impliceert en boven gemiddeld op depressie. Het is belangrijk met deze psychologische factoren rekening te houden.

Over het algemeen zijn de gebruikers tevreden over de bestaande online interventies. Er is nog wel ruimte voor verbetering. Met name op het gebied van persoonlijk contact met een professional en integratie van voeding, dieet en bewegen en psychische problematiek.


Inhoud
Samenvatting 2
1 Introductie 4

1.1 Overgewicht in Nederland 4

1.2 Determinanten 4

1.3 Behandeling 7

1.4 Online interventies 8

1.5 Doel van het onderzoek 9

1.6 Vraagstelling 10
2 Methode 11
3 Resultaten 13

3.1 Interviews 13

3.2 Enquête 17
4 Conclusies 31

4.1 Onderzoeksvragen 31

4.2 Interpretatie onderzoeksgegevens 33

4.3 Conclusie 37


Referenties 38
Bijlage A: Interviewschema 43

Bijlage B: Enquête 45

Bijlage C: Interviews 67
1 Introductie
1.1 Overgewicht in Nederland
Overgewicht is een heersend gezondheidsprobleem in de westerse samenleving. In Nederland neemt het aantal personen met overgewicht toe. Volgens de statistieken van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu [RIVM] (2008) had in Nederland in 2007 51 procent van de mannen en 40 procent van de vrouwen overgewicht, waarvan respectievelijk 10 procent en 12 procent ernstig overgewicht, ofwel obesitas. Overgewicht wordt gedefinieerd als een body mass index (BMI) van 25 of hoger en obesitas als een BMI van 30 of hoger. De BMI (ook quetelet index genoemd) wordt berekend door het gewicht (in kilogram) te delen door het kwadraat van de lengte (in meters). Volgens Bemelmans, Hoogenveen, Visscher, Verschuren & Schuit (2004) zal het aantal mensen met obesitas de komende 20 jaar met 50 procent toenemen als de huidige trend zich blijft voortzetten.

Het gevaar van overgewicht is dat het vele gezondheidsproblemen met zich meebrengt. Er is met name een samenhang met chronische aandoeningen zoals diabetes mellitus type 2, artrose en aandoeningen aan het bewegingsstelsel (Visscher, Heliövaara, Picavet, Rissanen & Seidell, 2003). Ook hartinfarcten en beroerte komen vaker voor (Gezondheidsraad, 2003). Er is zelfs een verhoogd risico op hormoongerelateerde vormen van kanker, zoals borstkanker, eierstokkanker, baarmoederkanker, prostaatkanker en kanker van de spijsverteringsorganen (Signaleringscommissie Kanker van KWF Kankerbestrijding, 2004).

Het RIVM (2008) geeft aan dat in Nederland jaarlijks circa 40.000 gevallen van hart- en vaatziekten, diabetes mellitus type 2 en kanker en circa 7.000 sterfgevallen te wijten zijn aan overgewicht. Naar verwachting geldt voor alle 40-jarige Nederlanders dat overgewicht een verlies in levensverwachting oplevert van 0,8 levensjaren (Verschuren, Hoogenveen, Kramers, Kromhout & Ocké, 2004). Behalve het verlies in levensjaren heeft overgewicht ook gevolgen op het aantal ongezonde levensjaren (Visscher et al., 2004).

Ten slotte is het terugdringen van overgewicht van belang voor de maatschappelijke kosten en de kosten in de gezondheidszorg (Visscher et al., 2004).


1.2 Determinanten
De ontwikkeling van overgewicht kent verschillende oorzaken. Onderscheid kan gemaakt worden tussen maatschappelijke factoren en persoonlijke factoren. Het RIVM (2008) definieert als belangrijkste oorzaak van overgewicht het steeds eenvoudiger worden van kiezen voor een hogere energie-inname en een lager energieverbruik. Door veranderingen in de omgeving zal dit steeds gemakkelijker worden (Van Rossum & Ocké, 2004).

Persoonlijke factoren zijn met name psychologisch en psychosociaal van aard. Relaties zijn gevonden tussen overgewicht en depressie, eetstoornissen, sociale discriminatie en slechte kwaliteit van leven (Fabricatore & Wadden, 2006). Onderzoek uit 1958 van Stunkard liet zien dat depressie een van de belangrijkste determinanten van overgewicht is, met name door het verlies van activiteit. Recent onderzoek suggereert echter dat depressie alleen bij vrouwen met overgewicht meer voorkomt dan bij mensen met normaal gewicht (Fabricatoire & Wadden, 2006).

Ook is er een associatie tussen overgewicht en emotiegerelateerd eten. Bij ongeveer driekwart van de mensen met overgewicht is sprake van een affectreducerend effect van eten, met name voor negatieve emoties zoals woede, angst, eenzaamheid, verveling en depressieve gevoelens (Ganley, 1989). Bovendien geeft Ganley in zijn review aan dat dit emotie-eten gerelateerd is aan stress en daarmee episodisch van aard is. Ook Rutters, Nieuwenhuizen, Lemmens, Born en Westerterp-Plantenga (2008) laten in hun onderzoek naar stress en eetgedrag zien dat er een relatie is tussen stress en emotie eten. Met name bij kwetsbare personen die disinhibitie van eten vertonen en gevoelig zijn voor chronische stress. Puhl en Brownell (2006) laten zien dat eten ook een veel voorkomend copingmechanisme is bij omgaan met stigmatisatie door de omgeving. Dit houdt het overgewicht in stand en men komt in een neerwaartse spiraal.

Eetstoornissen die uit onderzoek met overgewicht naar voren komen zijn binge eating disorder (BED) en night eating syndrome (NES) (American Psychiatric Associatioin [APA], 2000). Cognitieve gedragstherapie en interpersoonlijke psychotherapie bewerkstelligen een significante reductie in binges bij BED (Stunkard, 2002).

Persoonlijkheid speelt mogelijk ook een rol bij het ontwikkelen en in stand houden van overgewicht. Onderzoek van Elfhag en Morey (2007) is verricht naar de relatie tussen eetgedrag en persoonlijkheid, met behulp van de Dutch Eating Behaviour Questionnaire en de NEO PI-R (personality inventory, revised) van Costa en McCrae (1992), die de vijf persoonlijkheidsdimensies neuroticisme, extraversie, openheid, altruïsme en consciëntieusheid meet. Hieruit is gebleken dat neuroticisme, ofwel emotionele instabiliteit gerelateerd is aan emotie-eten. De interpretatie hiervoor is dat neuroticisme samenhangt met depressieve gevoelens, wat eetgedrag oproept, en impulsiviteit, wat lagere zelfdiscipline met betrekking tot eten impliceert. Mensen met overgewicht blijken meer impulsief te zijn dan mensen met normaal gewicht (Nederkoorn, Smulders, Havermans, Roefs & Jansen, 2006).

In het zelfde onderzoek van Elfhag en Morey (2007) bleek onderdrukken van eten (restrained eating) vooral gerelateerd aan hogere consciëntieusheid, en ook lager neuroticisme, meer extraversie en openheid. Consciëntieusheid hangt samen met meer zelfdiscipline en doelmatig, ambitieus, ordelijk en systematisch nastreven van doelen. Over het algemeen zijn dit personen met stabiele emoties, behoefte aan sociale interactie en openheid voor vele ervaringen. Onderdrukken van eten wordt echter ook aangenomen als risicofactor voor het ontwikkelen van eetstoornissen (Howard & Porzelius, 1999). Dit geldt met name voor mensen met normaal gewicht. Bij overgewicht blijken het positieve persoonlijkheidstrekken te zijn, die passend gedrag bewerkstelligen om af te vallen.

Provencher, Bégin, Gagnon-Girouard, Tremlay, Boivin en Lemieux (2007) hebben onderzoek verricht naar de relatie tussen persoonlijkheidskenmerken, eetgedrag en BMI met behulp van de NEO-FFI (Five-Factor Inventory) (Costa & McCrae, 1992) en de Three-Factor Eating Questionnaire. Betreft persoonlijkheidskenmerken was alleen consciëntieusheid positief gerelateerd aan BMI. Echter de personen met een hoger BMI werden ook gekarakteriseerd als meer doelbewust, vastberaden en met meer wilskracht. Consciëntieusheid was positief gerelateerd aan cognitieve dieetbeperking (cognitive dietary restraint), waarbij een hogere score op cognitieve dieetbeperking een bewuste controle van voedselinname reflecteert. Daarnaast vonden Provencher et al. (2007) een positieve correlatie tussen body-esteem appearance en BMI. Neuroticisme bleek positief gerelateerd aan disinhibitie en gevoeligheid voor honger. Negatieve relaties zijn geobserveerd tussen extraversie en disinhibitie en extraversie of ‘agreeableness’ en gevoeligheid voor honger.

Meerdere studies geven aan dat persoonlijkheidstrekken gerelateerd aan neuroticisme, of negatieve affectiviteit en emotionele instabiliteit, significante voorspellers zijn van disinhibitie en gevoeligheid voor honger (Elfhag, 2005; Gendall, Joyce, Sullivan & Bulik, 1998; Heaven, Mulligan, Merrilees, Woods & Fairooz, 2001; Van den Bree, Przybeck & Robert, 2006; Van Strien, Frijters, Roosen, Knuiman-Hijl & Defares, 1985).

Provencher et al. (2007) maken de kanttekening dat vrouwen die de algemene neiging hebben om negatieve affectiviteit te beleven, gevoelig zouden kunnen zijn om moeilijkheden in hun psychologisch functioneren te ondervinden. Neuroticisme kan aanleg tot psychologische verstoringen weergeven, wat uiteindelijk gerelateerd kan zijn aan abnormale eetgewoonten. Wanneer levenservaringen met grotere emotionaliteit beleefd worden kan het zijn dat deze mensen zich sneller depressief of ontevreden met hun uiterlijk voelen.

In een onderzoek van Larsen, Geenen, Maas, De Wit, Van Antwerpen, Brand en Van Ramshorst (2004) komt geen relatie naar voren tussen gewichtshandhaving en persoonlijkheid na een chirurgische ingreep voor morbide obesitas.



Resultaten uit onderzoek tussen persoonlijkheid en gewicht en eetgedrag zijn dus, op neuroticisme na, niet eenduidig. Hoewel persoonlijkheid een slecht beïnvloedbare determinant is, is het wellicht toch interessant hiernaar onderzoek te verrichten. De constructen neuroticisme en consciëntieusheid worden in dit onderzoek gemeten bij personen die deelnemen aan een online afvalprogramma (zie paragraaf 1.4). Neuroticisme enerzijds om na te gaan of personen met overgewicht die deelnemen aan de online interventies hoger scoren op dit construct dan de gemiddelde bevolking en anderzijds of deze personen baat hebben bij het online programma en waarom. Het aspect emotie-eten, wat zoals aangegeven door Elfhag en Morey (2007) gerelateerd is aan neuroticisme wordt niet specifiek gemeten, omdat er geen geschikt meetinstrument voorhanden is. Ook wordt gekeken hoe de online interventie met neuroticisme omgaat, omdat het mogelijk een belangrijke factor is voor succes bij de deelnemers. Consciëntieusheid wordt gemeten om te zien of personen die aan online afvalinterventies deelnemen hoger scoren op dit construct dan de gemiddelde bevolking. Bovendien is het interessant om na te gaan of meer consciëntieuze personen meer succes ervaren bij het volgen van het programma, aangezien Provencher et al. (2007) aangeven dat consciëntieusheid mogelijk een bepalende factor is voor het hebben van een goed bewustzijn over voedselinname. Ook wordt nagegaan of de online interventies zelf rekening houden met het construct consciëntieusheid. Het is van belang deze beide constructen te meten om te kunnen beoordelen of deze populatie verschilt van de gemiddelde populatie op dit gebied. In dat geval is het zeer belangrijk dat online interventies voor afvallen in ieder geval rekening houden met deze persoonlijkheidsfactoren of zelfs erop inspelen en trachten ze te modificeren.
1.3 Behandeling
De drie algemene behandelingsstrategieën voor overgewicht zijn gedragsmatig, farmacologisch en operatief. Daarbij geldt dat farmacologisch en operatief ingrijpen pas bij ernstige obesitas wordt aangeraden (National Institutes of Health [NIH], 2000). Onder gedragsmatige strategieën vallen dieet, beweging en gedragstherapie. Meest effectief blijken multidisciplinaire programma’s bestaande uit cognitieve gedragstherapie en regelmatige ontmoetingen met een professional (Powell, Calvin & Calvin, 2007). Wadden (1993) geeft de belangrijkste componenten aan van een dergelijke cognitieve gedragstherapie, namelijk zelf-monitoring, probleem oplossen, voedingseducatie, stimulus controle, cognitieve herstructurering, langzamer eten en meer beweging. Zelf-monitoring van fysieke activiteit en voedselinname, met daarbij monitoring van gedachten en emoties met betrekking tot voedsel en eten, kan een patiënt inzicht geven in het eigen gedrag en de gedachten en de vooruitgang bijhouden. Probleemoplossend vermogen kan helpen deze geïdentificeerde problemen aan te pakken. Stimulus controle houdt in dat men veranderingen in de omgeving aanbrengt die kunnen bijdragen aan afvallen. Bovendien is het belangrijk dat haalbare doelen worden gesteld (Cooper & Fairburn, 2002) zodat door behalen van deze doelen de zelf-effectiviteit en motivatie vergroot worden.

Wat betreft persoonlijkheid geven Elfhag en Morey (2007) aan dat het belangrijk is de zelfdiscipline en impulscontrole te trainen, zodat men minder snel toegeeft aan externe signalen van eten en de behoefte aan emotie-eten. Dit omdat neuroticisme en overgewicht veelal samenhangen.

Provencher et al. (2007) suggereren ook dat het belangrijk is bij een interventie voor afvallen eetgedrag en psychologische factoren te integreren. Naast persoonlijkheidsfactoren als consciëntieusheid en neuroticisme, die moeilijk modificeerbaar zijn, kunnen variabelen van psychologisch functioneren relevante klinische doelen zijn om eetgedrag aan te passen. Begin, Gagnon-Girouard, Provencher, & Lemieux (2006) geven aan dat in deze context een directe focus op dysforie (sombere grondstemming), body esteem en emotieregulatie goed in een interdisciplinair model van behandeling past.

Erg belangrijk bij gewichtsverlies is de preventie van terugval. Recente reviews suggereren dat aanvankelijk gewichtsverlies andere gedragsstrategieën vereist dan gewichtshandhaving (Wadden, Butryn & Byrne, 2004; Wing & Phelan, 2005; Jeffery, et al., 2000).

De reguliere weg om af te vallen is via de huisarts of diëtist. Echter niet iedereen met overgewicht neemt de stap om naar een professional te gaan. Redenen hiervoor zijn niet bekend. Daarom, en omdat overgewicht epidemische vormen begint aan te nemen, is er behoefte aan praktische betaalbare en schaalbare interventiestrategieën, die bovendien effectief gewichtsverlies kunnen handhaven (Svetkey, et al., 2008).
1.4 Online interventies
Een studie naar online afvallen van Harvey-Berino, Pintauro, Buzzell en Gold (2004) heeft aangetoond dat er geen verschil was in gewichtsverlies tussen een internet-based interventie en een door een therapeut geleide groep. Ook is aangetoond dat internet-based interventies een gemakkelijke, flexibele en kosteneffectieve manier zouden kunnen zijn om een grote populatie te bereiken (Glasgow, et al. (2007).

Uit onderzoek van Svetkey et al. (2008) naar handhaving van gewichtsverlies is gebleken dat persoonlijk contact significant betere resultaten op de langere termijn oplevert dan een interactief technologiegebaseerde (internet) interventie. Bovendien blijkt uit onderzoek van Harvey-Berino et al. (2002) dat bij een twaalf maanden durende internet interventie voor gewichtshandhaving, personen in de internetconditie significant meer in gewicht toenamen dan degenen die persoonlijk contact met een professional hadden. Resultaten zijn dus niet eenduidig.

In de studie van Glasgow, et al. (2007) bleek dat personen met een gediagnosticeerde chronische ziekte meer bereid zijn aan een online programma deel te nemen dan gezonde personen. Onbekend is echter of dit ook voor overige strategieën voor afvallen geldt. Aangezien obesitas ook kan worden gezien als een chronische aandoening wordt in dit onderzoek gemeten of personen met obesitas meer gemotiveerd zijn dan mensen met een BMI<30.

De Rouck, Jacobs en Leys (2008) geven aan dat e-health support nog lang niet altijd voldoende is aangepast aan de behoeften van de gebruikers. Ook Waller, Franklin, Pagliari en Greene (2006) onderkennen dit probleem. De Rouck et al. (2007) hebben een methodologisch model gepresenteerd voor het opzetten van e-health support. Daarin komt het belang naar voren van user-centered design waarbij een needs-assessment uitgevoerd dient te worden door middel van literatuurstudie en direct contact met de doelgroep. Hoewel het model gebaseerd is op homecare en telemedicine, kan deze manier van design een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van goede internetinterventies in het algemeen. Om het doel van een interventie te bereiken is het belangrijk hoe de interventie is opgebouwd en wat de gebruiksvriendelijkheid van de website is. In dit onderzoek wordt daarom de manier van design en de keuze voor de opzet van het programma van verschillende onderzochte online interventies in kaart gebracht.

In Nederland bestaan verschillende websites die hulp bieden bij afvallen. Een aantal hiervan is gratis en dus vrij toegankelijk voor iedereen. Een deel is betaald en het merendeel biedt zowel gratis als betaalde mogelijkheden. Over het algemeen bieden de (gedeeltelijk) betaalde websites getailorde services zoals persoonlijk contact via e-mail of persoonlijke voedingsplannen en bewegingsprogramma’s. Uit onderzoek blijkt dat zulke getailorde informatie, ofwel toegesneden op de behoefte en kenmerken van de gebruiker, effectiever is in het veranderen van gezondheidsgedrag (Kreuter, Farrell, Olevitch & Brennan, 2000).
1.5 Doel van het onderzoek
Het doel van dit onderzoek is nagaan of online afvallen werkt en voor wie het een goede manier is. Daarvoor worden allereerst de achtergrond, manier van design en redenen voor de gekozen opzet van het programma nagegaan. Van belang is ook wat de denkwijze achter de gekozen afvalstrategie is en of dit op een specifieke doelgroep is gericht. Vervolgens wordt gekeken of de websites rekening hebben gehouden met de verschillende factoren waarvan uit de literatuur blijkt dat ze belangrijk zijn bij afvallen. Daarin worden de componenten van cognitieve gedragstherapie zoals aangeduid door Wadden (1993) meegenomen, namelijk zelf-monitoring, probleem oplossen, voedingseducatie, stimulus controle, cognitieve herstructurering, eten en beweging en ook het stellen van haalbare doelen zoals aangegeven door Cooper & Fairburn (2002). Ook wordt gekeken of aandacht wordt besteed aan terugvalpreventie, wat erg belangrijk is zoals aangegeven door onder anderen Wadden et al. (2004). Naast cognitieve en gedragsmatige factoren wordt nagegaan of rekening wordt gehouden met psychologische factoren, waaronder de persoonlijkheidseigenschappen neuroticisme en consciëntieusheid en depressieve gevoelens.

Vervolgens wordt de gebruikers gevraagd naar de effectiviteit en hun mening over het programma. Met die informatie kan meer inzicht in de bestaande programma’s worden verkregen en mogelijk kunnen programma’s er ook mee verbeterd worden. Ook worden de persoonseigenschappen neuroticisme en consciëntieusheid en ook depressieve gevoelens in kaart gebracht. Hierbij wordt gekeken of de populatie die aan internetinterventies deelneemt hierop op een bepaalde manier scoort, of aan bepaalde eigenschappen speciaal aandacht zou moeten worden besteed en of online afvallen voor personen met bepaalde eigenschappen beter werkt dan voor anderen. Body-esteem en emotie-eten worden niet meegenomen. Dit valt buiten het bereik van dit onderzoek.



1.6 Vraagstelling
Zoals aangegeven wordt getracht in kaart te brengen wie de gebruikers zijn van de betreffende websites, welke psychologische constructen bij hen naar voren komen en wat de ervaren effecten van de online interventie zijn. De persoonskenmerken van de gebruikers worden in kaart gebracht om na te gaan of er sprake is van een specifieke populatie die gebruik maakt van online afvallen. Ook wordt nagegaan in hoeverre de websites rekening houden met en inspelen op belangrijke psychologische constructen. Bovendien wordt gekeken naar de toegevoegde waarde van de verschillende onderdelen in de interventies en op welke manier deze zijn ontwikkeld.

Op basis van de literatuurstudie zijn een aantal onderzoeksvragen opgesteld. Zowel betreft de ontwikkeling van de interventies als de kenmerken van de gebruikers en de effectiviteit voor hen.



  • Ontwikkeling van de interventie

  • Op welke manier zijn de online interventies voor afvallen ontwikkeld?

- Is er sprake van user-centered design?

  • Is er rekening gehouden met de psychologische constructen consciëntieusheid en neuroticisme en op welke manier?

  • Wordt er aandacht besteed aan psychologisch functioneren, met name dysforie, body esteem en emotieregulatie?

  • Wordt er aandacht besteed aan de volgende onderdelen: zelf-monitoring, probleem oplossen, voedingseducatie, stimulus controle, cognitieve herstructurering, langzamer eten, meer beweging, haalbare doelen stellen, zelfdiscipline en impulscontrole?

  • Is terugvalpreventie een onderdeel van de interventie en op welke manier?

    • Gebruikers

  • Wie zijn de gebruikers van online interventies voor afvallen (demografische kenmerken)?

  • Wijken zij af van de gemiddelde populatie op grond van de psychologische constructen neuroticisme en consciëntieusheid?

  • Hebben zij meer dan gemiddeld last van depressieve gevoelens en gedachten?

  • Wat is de ervaren effectiviteit van de online interventie?

  • Hoe is de ervaren gebruiksvriendelijkheid (usability) van de website?


2 Methode
Een zoekactie via Google met de trefwoorden ‘afvallen online’, ‘afvallen coach online’, ‘dieet online’, ‘dieet coach online’, ‘afvallen internet’, ‘online afvallen’, ‘afvallen online forum’ en via de websites ‘afvallen.startpunt.nl’ en ‘afvallen.favorietje.nl’ heeft 16 bruikbare Nederlandse websites opgeleverd. De inclusiecriteria waren dat de betreffende website ten minste een hulpmiddel biedt bij het afvallen, met uitzondering van het aanbieden van een bepaald dieet. Onder hulpmiddel wordt hier verstaan de mogelijkheid tot het opstellen van een persoonlijk plan, het bijhouden van een eet- en/of beweegdagboek, een discussieforum of contact met een professional. Van alle websites zijn de verantwoordelijken benaderd om deel te nemen aan een interview, telefonisch of bij hen op locatie. Bovendien is gevraagd op de website een link te plaatsen naar een online enquête waaraan de bezoekers van de website kunnen deelnemen. Drie websites waren bereid deel te nemen aan een telefonisch interview en een enquête bij de deelnemers, namelijk Nooitmeeropdieet.nl, Valtaf.nl en Weightwatchers.nl (Weightwatchers online). Hiervan zijn er twee gedeeltelijk gratis en een geheel betaald.

Nooitmeeropdieet.nl is een website die verbonden is aan een niet online programma. Het programma richt zich geheel niet op diëten, maar op onderliggende emotionele en cognitieve oorzaken die met het overgewicht samenhangen. Daarom past het toch goed in dit onderzoek. Het programma is op basis van een boek. Er worden opdrachten gedaan en daarbij is begeleiding. Men kan kiezen voor een groepstraining of e-coaching, waarbij de nadruk ligt op het onderzoeken van de oorzaak van het overgewicht. Online staan ook artikelen en is een forum en internetgroep waar deelnemers hun eigen pagina hebben.

Valtaf.nl is een online club van afvallers die geen bepaald dieet aanbeveelt. Deelnemers kunnen elk gewenst dieet volgen. Als hoofdonderdeel heeft iedere deelnemer een profielpagina met daarin een eetdagboek en beweegdagboek en een calorietabel. Ook kunnen deelnemers buddy’s maken voor steun van en aan andere deelnemers, zijn er verschillende clubs en fora en een weblog van voedingsdeskundigen. Als men gebruik maakt van een abonnement kan men vragen stellen aan een voedingsdeskundige en gebruik maken van dagmenu’s en extra informatie.

Weightwatchers.nl is een online vertaling van het niet online programma van Weightwatchers dat al jaren bestaat. Men werkt met een puntensysteem dat gelinkt is aan een voedingsdatabase. Ook hier is sprake van een eet- en beweegdagboek. Er is een forum en praktische informatie, waaronder recepten en verschillende studies en deelnemers krijgen feedback door middel van een resultatengrafiek.

Het interviewschema is terug te vinden in bijlage A. Het is opgesteld op basis van de vraagstelling. De concepten die worden uigevraagd zijn de achtergrond van de website, met welke achterliggende gedachte het programma is opgesteld, de reden van keuze voor de aangeboden onderdelen, wie de doelgroep is en of het programma hierop goed afgestemd is. Bovendien wordt gevraagd welke factoren volgens de programmamakers van belang zijn bij afvallen en of er rekening gehouden is met de factoren waarvan uit de literatuur blijkt dat ze belangrijk zijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de gedragsmatige en cognitieve factoren, de persoonlijkheidseigenschappen neuroticisme en consciëntieusheid en depressieve gevoelens. Ook wordt gevraagd naar de sterke en zwakke punten van het bestaande programma, hoe er gebruik wordt gemaakt van vormgeving en technologische mogelijkheden, wat de makers zelf vinden van de gebruiksvriendelijkheid van het programma en of er gegevens bekend zijn over effectiviteit. Naar vormgeving en met name technologische mogelijkheden wordt gevraagd om na te gaan of een online programma een meerwaarde zou kunnen bieden boven een regulier programma voor afvallen.

De enquête is ingevuld door 91 respondenten, waarvan 69 respondenten de enquête geheel hebben afgerond. Drie respondenten waren afkomstig van Nooitmeeropdieet.nl (3,3 procent), 51 van Valtaf.nl (56 procent) en 37 van Weightwatchers.nl (40,7 procent). De leeftijd varieerde van 19 tot 61 jaar met een gemiddelde van 38 en een standaarddeviatie van 10,8. De mediaan is 39 jaar. Vier respondenten waren mannelijk en 87 vrouwelijk, respectievelijk 4,4 en 95,6 procent. Betreft deze demografische gegevens was er geen verschil tussen de respondenten van de drie websites. De enquête is te vinden in bijlage B en had betrekking op de volgende onderdelen. Demografische en persoonlijke informatie, waaronder ook de motivatie om deel te nemen aan een online programma. Dit om in kaart te brengen wie de gebruikers van online interventies voor afvallen zijn. Een vragenlijst met betrekking tot de mening van de deelnemers over de verschillende onderdelen die de website aanbiedt en over onderdelen die niet aangeboden worden, maar die volgens de literatuur wel van belang zijn bij afvallen. Er wordt gevraagd naar het bijhouden van een dagboek, het bijhouden van gedachten en gevoelens in het dagboek, gebruik van een forum, de mogelijkheid tot contact met een professional, een persoonlijk dieetplan en bewegingsplan, hulp bij het stellen van haalbare doelen, feedback en wat men vindt van de aandacht die wordt besteed aan voeding, terugvalpreventie en psychologische aspecten. De subschalen neuroticisme en consciëntieusheid van de NEO-FFI (Costa & McCrae, 1992) worden afgenomen om betreffende persoonlijkheidsconstructen bij de deelnemers te meten. Depressie wordt gemeten met behulp van de Center of Epidemiologic Studies Depression Scale (CES-D) (Radloff, 1977). Voor het meten van de gebruiksvriendelijkheid (usability) van de website wordt de System Usability Scale (SUS) gebruikt (Brooke, 1986).

De interviews zijn geanalyseerd, waarbij de responsen van deelnemers van de drie websites met elkaar en met de resultaten van de literatuurstudie worden vergeleken. Ook de analyse van de gebruikers en hun mening over de programma’s wordt hiernaast gelegd, waarna geanalyseerd kan worden voor wie online afvallen een goede interventie is en of de betreffende websites aanbieden waar behoefte aan is bij de deelnemers. De verschillende onderdelen waaruit de enquête bestaat worden geanalyseerd met SPSS Versie 16 en de vragenlijsten NEO-FFI, CES-D en SUS worden getest op significantie door middel van ANOVA en t-toetsen.

3 Resultaten
3.1 Interviews
Uit de interviews bleek dat de drie websites een zeer verschillende insteek hebben wat betreft het benaderen en ook het behandelen van het probleem van overgewicht. Per uitgevraagd construct worden hier de kernpunten zoals aangegeven door de verschillende websites weergegeven. Een uitgebreid verslag van de interviews is terug te vinden in bijlage C.

Achtergrond van de website

Opvallend is dat alle drie de websites gekozen hebben voor een insteek of heel duidelijk op voeding of juist op het psychologische aspect van eten. Een combinatie komt niet voor. Valtaf.nl is eigenlijk door toeval ontstaan, door een progamma dat voor één persoon online was gezet als hulp bij het afvallen. Inmiddels is het een community website waarop men van alles wat met diëten en bewegen te maken heeft kan bijhouden. Er zit geen specifieke denkwijze achter. Het bleek een succes op internet en daarom is het gedeeltelijk gecommercialiseerd. Weightwatchers.nl is een online versie van het programma van Weightwatchers dat al jaren in groepstrainingen wordt uitgevoerd. Het gaat met name om de sociale steun van de groep. Verder is het gericht op een voedingsprogramma op basis van punten. Nooitmeeropdieet.nl richt zich op het psychologische aspect en de oorzaken en achtergrond van overgewicht of andere problemen met eten. Juist vanwege die filosofie willen zij zich niet bezig houden met diëten, maar met beter in je vel komen zitten en tegelijkertijd ook bewuster met voeding omgaan.

Zelf geven de websites verschillende factoren aan die zij belangrijk achten bij afvallen. Weightwatchers online noemt discipline, een voedingsprogramma, beweging en sociale steun. Valtaf.nl noemt sociale steun en praktische invulling in het dagelijks leven van een gezonde leefstijl. Nooitmeeropdieet.nl vindt het belangrijk dat mensen niet echt op dieet gaan en het hele eetpatroon veranderen, maar kleine stapjes nemen. Ook goed leren luisteren naar het eigen lichaam hoort daarbij en de psychologische factoren eigenliefde, eigenwaarde en zelfvertrouwen.

Opvallend is dat geen van de websites vooraf een needs-assessment heeft uitgevoerd. Weightwatchers online is overgenomen van een bestaand regulier programma. Valtaf.nl is uit toeval ontstaan en nooitmeeropdieet.nl is uit eigen visie en hulpverleningsachtergrond opgebouwd. Gedurende het bestaan van de programma’s wordt inzicht verkregen in de behoeften van de doelgroep door onder andere marktonderzoeken en tevredenheidonderzoeken.



Doelgroep

Alle drie de websites richten zich met name op vrouwen. Bij Weightwatchers online is 96 procent vrouw en bij valtaf.nl is dat 90 procent. Zij geven aan dat mannen op een andere manier met afvallen omgaan. Ook bij Nooitmeeropdieet.nl is het grootste deel vrouwen en bij Nooitmeeropdieet.nl en Weightwatchers.nl richt men zich op vrouwen tussen de 25 en 55 jaar. Allemaal werken zij niet met eetstoornissen, maar ernstige obesitas wordt wel toegelaten. Voornamelijk wordt als reden hiervoor gegeven dat deze mensen vaak al veel geprobeerd hebben en deze manier hopelijk een verbetering kan opleveren. Bij Valtaf.nl gaat men vanwege de grote gebruikersaantallen veelal uit van eigen verantwoordelijkheid en controleert er dus niet op. Wel weten zij dat deze deelnemers vaak ook bij een diëtiste in behandeling zijn. Ook bij weightwatchers online zit wel een check op eetstoornissen, een BMI lager dan 18 en zwangerschap, maar niet op morbide obesitas. Nooitmeeropdieet.nl geeft aan voornamelijk met mensen te werken die al veel diëten hebben geprobeerd en dat deelnemers een bepaalde mate van zelfreflectie moeten hebben om hun eetgedrag onder de loep te nemen. Weightwatchers online geeft bovendien nog aan dat de doelgroep qua demografische kenmerken overeen komt met de groep die deelneemt aan het reguliere niet-online programma van Weightwatchers.

De doelgroep wordt in alle gevallen voornamelijk via internet bereikt, via zoekmachinemarketing en in sommige gevallen ook via e-mailmarketing, links en banners. Het gaat dus om een groep die op internet actief is en veelal al met computers kan werken. Bovendien geven alle drie de websites aan dat de anonimiteit en de laagdrempeligheid van een internetprogramma waardevol voor de doelgroep is.

Componenten van cognitieve gedragstherapie

Alle drie de websites geven aan dat zelf-monitoring een belangrijk onderdeel is. Bij Valtaf.nl en Weightwatchers online gaat het daarbij om inzicht te krijgen in het eetgedrag en controle te houden over de energie inname en het verbruik. Dit gebeurt in beide gevallen met behulp van een online dagboek dat gelinkt is aan een systeem waarin men calorieën kan tellen. Bij Nooitmeeropdieet.nl is zelf-monitoring ook belangrijk, maar dan op het gebied van gedachten en gevoelens rondom eten, dat in een eetschema wordt bijgehouden.

Aan probleemoplossende vaardigheden wordt op een praktische manier aandacht besteed. Nooitmeeropdieet.nl geeft aan dat het hoort bij oorzaken van eetgedrag opsporen en daarbij voor jezelf oplossingen zoeken. Ook het onderzoeken van gevoelens en gedachten hoort daarbij. Valtaf.nl en Weightwatchers online geven beide praktische tips om bijvoorbeeld met moeilijke momenten om te gaan en feestjes en dergelijke. Er wordt dus niet zozeer aan probleem oplossende vaardigheden in het algemeen gewerkt, maar meer handreikingen gedaan om met veel voorkomende problemen om te gaan.

Aan voeding en beweging wordt bij Valtaf.nl en Weightwatchers online veel aandacht besteed. Wat betreft voeding gaat het met name om het bijhouden van calorieën, maar er worden ook veel artikelen online geplaatst over gezonde voeding en afslanken. Tailoring van informatie vindt bij Weightwatchers online gedeeltelijk en geautomatiseerd plaats, namelijk betreft de fase waarin de deelnemer zit. Als men bij Valtaf.nl gebruik maakt van een abonnement dan krijgt men een voedingsplan. Informatie wordt dan getailord aangeboden, dus op het leefpatroon van de deelnemer afgestemd. Nooitmeeropdieet.nl besteedt geen aandacht aan voeding, maar wel aan beweging. Naast meer beweging in het dagelijks leven brengen, zoals de trap nemen in plaats van de lift, wordt de nadruk gelegd op het vinden van een manier van bewegen waar de deelnemer plezier aan beleeft. Aan voedingseducatie wordt bewust geen aandacht besteed in verband met het loskomen van de preoccupatie met eten. Tailoring van informatie komt ook hier gedeeltelijk voor, in de vorm van kijken welke methodes goed bij een deelnemer passen.

Stimulus controle vinden alle drie de websites een belangrijk onderdeel. Bij Nooimeeropdieet.nl is dit tweeledig, namelijk enerzijds leren omgaan met onvermijdelijke stimuli in de omgeving en anderzijds het jezelf minder moeilijk maken door bepaalde stimuli uit de omgeving weg te halen.

Wat betreft cognitieve herstructurering zijn de meningen verdeeld. Valtaf.nl geeft aan hier niet veel mee te doen. Dat is volgens hen meer de psychologische kant en daar richten zij zich niet op. Weightwatchers online noemt het de basis van het programma. Deelnemers krijgen geen menu’s, maar moeten met behulp van de voedingsdatabase hun eigen voedingspatroon opnieuw gaan inrichten, waardoor een structurele gedragsverandering teweeggebracht moet worden. Bij Nooimeeropdieet.nl is het ook de achterliggende gedachte. Deelnemers werken structureel aan het veranderen van gedachtepatronen met betrekking tot voedsel en eetgedrag.

Bij het stellen van haalbare doelen worden alle deelnemers in meer of mindere mate begeleid. Weightwatchers online doet dit door middel van realistische doelen stellen voor de gewichtsvermindering. Bij Valtaf.nl geldt dit niet in het gratis gedeelte, maar bij een abonnement worden de deelnemers bij het stellen en behalen van doelen begeleid. Ook Nooitmeeropdieet.nl noemt dit als belangrijke factor. Kleine stappen maken wordt aangeraden en zichzelf belonen. Belangrijk is de succesbeleving door het behalen van de gestelde doelen.

Terugvalpreventie wordt door alle websites als een zeer moeilijk te beïnvloeden, maar belangrijke determinant gezien. Bij Nooitmeeropdieet.nl wordt getracht de gehele leefstijl en denkstijl betreft voeding blijvend te veranderen om zo terugval in oude gewoonten tegen te gaan. Bij Weightwatchers online gaat men een nieuwe fase in op het moment dat men op gewicht is om het lichaam zogezegd in een andere modus te krijgen. Dit is een nazorgprogramma van zes weken. Valtaf.nl geeft veel tips tegen terugval, maar geeft aan dat veel deelnemers niet meer op de website komen als ze op gewicht zijn.



Psychologische factoren

De psychologische achtergrond is hetgeen waar het naar eigen zeggen bij Nooitmeeropdieet.nl om gaat. Deelnemers moeten naar de oorzaak van hun eetgedrag zoeken. Men gaat met onbewuste processen en emoties aan de slag. Daarbij hoort bijvoorbeeld ook depressie. Op Valtaf.nl worden eens in de maand een column geplaatst door een psychologe, maar verder wordt geen aandacht besteed aan psychologische factoren bij afvallen. Ze zijn wel op de hoogte dat veel deelnemers last hebben van eetbuien en emotie-eten, maar hebben nog geen manier gevonden om daar online iets mee te doen. Ook bij Weightwatchers online wordt er geen aandacht aan besteed en kan men bijvoorbeeld ook geen contact hebben met een coach.

Persoonlijkheidskenmerken en dan met name neuroticisme en consciëntieusheid wordt door geen van de websites als aandachtspunt gezien. De aanpak van Nooitmeeropdieet.nl sluit hierbij mogelijk nog het meest aan, al wordt er niet expliciet aandacht aan besteed. Nooitmeeropdieet.nl noemt als aandachtspunt nog perfectionisme wat bij veel van de deelnemers voorkomt.

Sterke punten

Nooitmeeropdieet.nl noemt als sterkste punt het ontspannen met eten om leren gaan. Valtaf.nl vindt het belangrijk dat het eerste gedeelte gratis is en dus voor iedereen toegankelijk. Bovendien noemen zij het aanbieden van goede informatie en de uitgebreidheid, waardoor iedereen op zijn eigen manier van de website gebruik kan maken. Ook Weightwatchers online noemt de uitgebreidheid als sterk punt en wijst daarbij op compleetheid door de vele features.



Verbeterpunten

Wat betreft verbeterpunten noemt Weightwatchers online dat het sterke punt, namelijk de compleetheid, ook het zwakke punt is. Mensen verdwalen soms op de website. Ze geven aan wel continu met ontwikkeling bezig te zijn en dat geprobeerd wordt overbodige features te verwijderen om het overzichtelijker te maken. Ook geven zij aan dat de hoofdreden dat mensen opzeggen het missen van contact met een professional is. In de toekomst wil men daar iets mee doen door eventueel geautomatiseerde semipersoonlijke berichten of werkelijk persoonlijk contact. Ook Valtaf.nl noemt het missen van persoonlijk contact als grootste verbeterpunt. Vooral in verband met de motivatie van deelnemers. Ook zij zoeken naar een oplossing om er in de toekomst iets mee te kunnen doen. Bovendien zouden ze nog beter afgestemde dagmenu’s willen aanbieden, dus meer tailoring. Nooitmeeropdieet.nl geeft juist aan dat het daadwerkelijk afvallen nog een probleem is. Vanuit hun filosofie willen ze geen aandacht aan diëten besteden, maar merken ook dat deelnemers, ondanks hun betere verhouding met eten, niet of niet voldoende afvallen. Dat is wel het doel, maar men weet nog niet hoe dit aan te kunnen pakken. Wel wordt gewerkt aan een boek voor ouders en kinderen om de basis van de relatie met eten al in de kindertijd goed te krijgen. Ook zouden zij graag nog meer aandacht gaan besteden aan het spirituele in verband met het zoeken naar blokkades.



Gebruiksvriendelijkheid en effectiviteit

Door Weightwatchers online wordt elk half jaar een klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd. Zij geven aan dat jongere en meer reguliere gebruikers over het algemeen het meest tevreden zijn over het gebruik van de website. Wel blijkt dat veel mensen het ingewikkeld vinden om elke dag het dagboek in te vullen en veel mensen haken daarom binnen drie weken af. Na drie weken krijgt men er meer handigheid in en haakt ook minder snel af. Wat betreft de effectiviteit zijn geen directe gegevens bekend, maar men geeft aan dat uit onderzoek in Amerika is gebleken dat afvallen in een groep drie keer zo effectief blijkt te zijn als alleen. Ook Valtaf.nl geeft aan dat het programma ingewikkeld kan zijn voor mensen die niet heel goede computervaardigheden hebben. Er zijn iets te veel features. Ze proberen daarom zoveel mogelijk hulpteksten te plaatsen. Betreft de klanttevredenheid wordt aangegeven dat die heel goed is en dat online een warm gevoel heerst. Nooitmeeropdieet.nl laat deelnemers een evaluatieformulier invullen en geeft aan dat zij vaak heel tevreden zijn. Wel is de tevredenheid hoger bij de groepstraining die zij ook aanbieden dan bij de e-coaching. Ook is de uitval bij de e-coaching wat hoger. Wat betreft het verbeteren van de gebruiksvriendelijkheid vindt op het moment ontwikkeling plaats. Er wordt vooral aandacht besteed aan meer persoonlijk contact via de e-mail en interactiviteit door middel van webinars, een internetgroep en chatsessies. Wel wordt genoemd dat enige handigheid met internet vereist is, maar door de kleinschaligheid kan veel persoonlijk uitgelegd worden. Betreft effectiviteit boekt men zoals aangegeven goede resultaten op het gebied van psychologische aspecten, maar minder goed wat betreft afvallen zelf.



Technologische mogelijkheden en vormgeving

Bij Nooitmeeropdieet.nl wordt internet puur als ondersteuning gezien, omdat het extra mogelijkheden kan bieden. Zij vinden het prettig dat mensen op meerdere vlakken terecht kunnen, maar zien internet niet als de enige of belangrijkste manier. Valtaf.nl noemt hier weer het min of meer toevallig ontstaan van de website. Het bleek aan te slaan, maar er is niet met opzet van specifieke technologische mogelijkheden gebruik gemaakt. Wel wijzen ze erop dat het een belangrijke ontwikkeling voor de toekomst is waar rekening mee gehouden moet worden, omdat steeds meer via internet zal gaan. Weightwatchers.nl geeft aan dat internet puur is gebruikt om mensen beter te kunnen bereiken en dat dit vooral in Nederland door de hoge internetpenetratie een goed middel is. Ook noemen ze de voedingsdatabase en het dagboek dat juist doordat het online is goed te gebruiken is.


3.2 Enquête
Allereerst moet opgemerkt worden dat slechts drie respondenten afkomstig waren van Nooitmeeropdieet.nl. De resultaten zijn wat Nooitmeeropdieet.nl betreft dus niet erg betrouwbaar. Er is toch getracht deze responsen in de analyse mee te nemen, maar zij moeten voorzichtig geïnterpreteerd worden.
Demografische gegevens

Een overzicht van de demografische gegevens is te vinden in tabel 1. De gemiddelde lengte van alle respondenten is 170,6 centimeter. Het minimum is 154 centimeter en het maximum 190 centimeter. De standaarddeviatie is 6,9 centimeter. Het gemiddelde gewicht is 82,9 kilogram met een standaarddeviatie van 18,3 kilogram. De range loopt van 40 kilogram tot 126 kilogram. De gemiddelde BMI is 28,44 met een standaarddeviatie van 5,93. De laagst waargenomen BMI is 13,84 en de hoogste is 42,87. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu [RIVM] (2008) geeft aan dat bij een gezond gewicht een BMI hoort van 18,5 tot 25. Onder de 17,5 is sprake van ernstig ondergewicht en boven 30 van ernstig overgewicht ofwel obesitas. Bij 60,5 procent van de respondenten is sprake van overgewicht, waarvan 33 procent ernstig overgewicht heeft. Opvallend is wel dat 37,4 procent een gezond gewicht heeft en bij 1,1 procent van de respondenten is sprake van ernstig ondergewicht. De gemiddelde BMI is significant hoger dan de maximale gezonde waarde van 25 (t(89) = 5,508, p<0,001).

Het opleidingsniveau van het grootste gedeelte van de deelnemers is hoog (HEAO, HTS, HBO en universitair), namelijk 52,8 procent. 28,6 procent heeft een middelbare opleiding (HAVO, VWO en MEAO, MTS, MBO) en 17,6 procent een lagere opleiding

Het gemiddeld aantal maanden dat respondenten van de enquête op dit moment bezig zijn met het programma is 10,2 maanden. Het loopt uiteen van net begonnen (0 maanden) tot al 60 maanden bezig (5 jaar). De respondenten van Valtaf.nl zijn gemiddeld het langst bezig, namelijk 16,2 maanden. Bij Nooitmeeropdieet.nl is dit 3,3 maanden en bij Weightwatchers.nl 2,7 maanden.

Er is een significant verschil in lengte van deelname tussen de websites, F(2,87) = 11,38, p<0,001. Er is geen verschil tussen Nooitmeeropdieet.nl en Valtaf.nl of Weightwatchers.nl (waarschijnlijk door de kleine steekproef bij Nooitmeeropdieet.nl, want het verschil in maanden is wel groot). De respondenten van Valtaf.nl zijn significant langer lid dan van Weightwatchters.nl (95% BI van 6,45 tot 20,51). Dit lijkt niet samen te hangen met hoe tevreden men over het programma is.

Het grootste gedeelte van de respondenten maakt ten minste dagelijks (‘dagelijks’ en ‘meerdere keren per dag’) gebruik van de website, namelijk 44 + 41,8 = 85,8 procent. De deelnemers zijn dus zeer actief met het online programma.

Er is een significant verschil tussen de websites betreft hoe vaak men van de website gebruik maakt, F(2,88) = 18,044, p<0,001. Het verschil zit tussen Nooitmeeropdieet.nl en beide anderen, waarbij deelnemers van Nooitmeeropdieet.nl veel minder gebruik maken van de website (95% BI Valtaf.nl – Nooitmeeropdieet.nl = 1,62 – 4,07 en 95% BI Weightwatchers.nl – Nooitmeeropdieet.nl = 1,81 – 4,28). Hier is niet echt een goede uitspraak over te doen doordat slechts 3 respondenten van Nooitmeeropdieet.nl afkomstig zijn.
Tabel 1




Totaal (n=91)

gemiddeld



Nooitmeeropdieet.nl (n=3) gemiddeld

Valtaf.nl (n=51)

gemiddeld



Weightwatchers.nl (n=37) gemiddeld

Leeftijd (jaar)

38

39

37,1

39,2

Lengte (cm)

171

178

171

170

Gewicht (kg)

82,9

92,7

80,8

84,9

BMI

28,4

29,3

27,6

29,5

Opleiding

Laag: 17,6%

Midden: 28,6%

Hoog: 52,8%


Laag: 33,3%

Midden: 33,3%

Hoog: 33,3%


Laag: 21,6%

Midden: 33,4%

Hoog: 43,3%


Laag: 10,8%

Midden: 21,6%

Hoog: 67,5%


Maanden lid

10,2

3,3

16,2

2,7

Gebruik website

Dagelijks

2 x per week

Dagelijks

Dagelijks

Demografische gegevens

Overgewicht

Van de 91 respondenten geeft 8,8% aan geen overgewicht te hebben. Dit correleert absoluut niet met het berekende BMI, waaruit blijkt dat 37,4 procent een gezond gewicht heeft. Na verwijdering van de acht respondenten die aangeven geen overgewicht te hebben kan toch een analyse gedaan worden naar de zelfperceptie van de redenen van het eigen overgewicht. De overige respondenten vinden immers dat zij teveel wegen en kunnen redenen voor de oorzaak bedenken.

Van hen noemt 45,8 procent de factor ongezond eten als oorzaak van hun overgewicht. 74,7 procent noemt te veel eten. Weinig beweging wordt door 60,2 procent van de respondenten genoemd. Zes procent noemt ziekte, 21,7 procent stress en 20,5 procent noemt andere psychische factoren. Zie tabel 2. Te veel eten en te weinig beweging zijn dus volgens de respondenten zelf de belangrijkste factoren. Vervolgens komt ongezond eten. Stress en andere psychische factoren lijken ook een belangrijke plaats in te nemen. 34,9 procent noemt ofwel stress ofwel psychische factoren of beide. Door 12 respondenten worden nog andere redenen genoemd. Daaruit komt geen factor naar voren. Mogelijk speelt voor enkelen alcoholgebruik een rol, dat door drie respondenten genoemd wordt.

Op geen enkele factor van reden van overgewicht bestaan significante verschillen tussen de websites.


Tabel 2




Totaal

Nooitmeeropdieet.nl

Valtaf.nl

Weightwatchers.nl

Ongezond eten

45,8%

33,3%

47,7%

44,4%

Te veel eten

74,7%

33,3%

84,1%

66,7%

Weinig beweging

60,2%

66,7%

61,4%

58,3%

Ziekte

6,0%

0%

6,8%

5,6%

Stress

21,7%

33,3%

22,7%

19,4%

Psychische factoren

20,5%

66,7%

15,9%

22,2%

Redenen overgewicht
Eerder afgevallen

Slechts 4,4 procent van de respondenten heeft nooit eerder een afvalpoging gedaan. Verreweg het grootste gedeelte van de deelnemers is dus al eens afgevallen en teruggevallen. Na verwijderen van degenen die niet eerder een poging hebben gedaan blijkt dat opvallend veel mensen het eerder op eigen houtje hebben geprobeerd (66,7 procent) en in verhouding vrij weinig via een professional (huisarts en/of diëtist), namelijk 28,7 procent (zie tabel 3). Zestien respondenten noemt nog een andere manier van eerder afvallen. 9 daarvan noemt eerder lid van Weightwatchers te zijn geweest (online of groepsbijeenkomsten niet bekend).

De manier waarop men eerder afvalpogingen heeft gedaan verschilt niet tussen respondenten van de verschillende websites.

Bij 17,2 procent van degenen die eerder hebben geprobeerd af te vallen is eerder afvallen niet gelukt, bij 54 procent gedeeltelijk en bij 28,7 procent naar wens. Het grootste gedeelte is het dus niet heel succesvol geweest.


Tabel 3




Totaal

Nooitmeeropdieet.nl

Valtaf.nl

Weightwatchers.nl

Via huisarts

4,6%

0%

2,1%

8,3%

Via diëtist

26,4%

66,7%

20,8%

30,6%

M.b.v. specifiek dieet

42,5%

66,7%

45,8%

36,1%

Op eigen houtje

66,7%

100%

66,7%

63,9%

Samen met iemand anders

6,9%

0%

6,2%

8,3%

Eerder afvallen
Reden van deelname

82,4 procent van de respondenten geeft aan dat de reden van deelname aan de website afvallen is. 49,5 procent noemt gezonder leven, 19,8 procent noemt inzicht krijgen in leefstijlgewoonten en 53,3 procent wil zich lekkerder in zijn vel voelen. Zie tabel 4 voor een overzicht. Elf van de 91 deelnemers geeft nog een geheel eigen reden om af te vallen aan. De antwoorden verschillen. Er komt één duidelijke factor naar voren, namelijk lichamelijke klachten die samenhangen met overgewicht.


Tabel 4




Totaal

Nooitmeeropdieet.nl

Valtaf.nl

Weightwatchers.nl

Afvallen

82,4%

33,3%

80,4%

89,2%

Gezonder leven

49,5%

66,7%

52,9%

43,2%

Inzicht in leefstijlgewoonten

19,8%

0%

23,5%

16,2%

Lekkerder in vel zitten

53,8%

100%

54,9%

48,6%

Reden van deelname aan Nooitmeeopdieet.nl, Valtaf.nl of Weightwatchers.nl
Er is wat betreft redenen voor deelname een verschil tussen de respondenten van de drie websites. Dit is significant voor afvallen als motivatie voor deelname F(2,88) = 3,274, p<0,05. Namelijk tussen Nooitmeeropdieet.nl en Weightwatchers.nl. Bij Weightwatchers.nl wordt deze reden vaker genoemd (95% BI= 0,01 – 1,11). Bij Nooitmeeropdieet.nl wordt het door een van de drie respondenten genoemd (33,3 procent), bij Valtaf.nl door 80,4 procent en bij weightwatchers door 89,2 procent. Dit verschil spreekt in principe voor zich, want Nooitmeeropdieet.nl houdt zich niet met diëten bezig, hoewel afvallen wel de bedoeling is uiteindelijk. Voor de overige factoren bestaat geen verschil tussen de websites.
Reden van online afvallen

Van alle respondenten noemt 38,5 procent tijd als belangrijke factor om afvallen met behulp van een online interventie te doen, 67 procent noemt gemak, 40,7 procent anonimiteit, 45,1 procent sociale steun en slechts 6,6 procent noemt dat men andere methodes al heeft geprobeerd. Gemak lijkt dus de belangrijkste factor te zijn. Echter voor deelnemers van Weightwatchers.nl is tijd ook een belangrijke factor (64,9 procent) en sociale steun voor deelnemers van Valtaf.nl (62,7 procent). Zie tabel 5 voor een overzicht. Zestien van de 91 deelnemers noemen nog een andere reden voor het deelnemen aan een online programma. De meest opvallende factor die daaruit naar voren komt (door 7 van de 16 respondenten genoemd) is ‘bijhouden en overzicht’. Men noemt het kunnen bijhouden van calorieën en eetgedrag handig en krijgt een goed overzicht over het eetpatroon en het afvallen. Veel respondenten noemen dat dit motiverend werkt.


Tabel 5




Totaal

Nooitmeeropdieet.nl

Valtaf.nl

Weightwatchers.nl

Tijd

38,5%

0%

21,6%

64,9%

Gemak

67%

66,7%

58,8%

78,4%

Anonimiteit

40,7%

66,7%

43,1%

35,1%

Sociale steun

45,1%

33,3%

62,7%

21,6%

Andere methodes al geprobeerd

6,6%

0%

9,8%

2,7%

Redenen voor online afvallen
Er is een verschil tussen de websites. Over de factor tijd denken respondenten verschillend betreft motivatie voor deelname aan een online programma. Dit verschil is significant, F(2,88) = 11,55, p<0,001. Door respondenten van Weightwatchers.nl wordt het veel vaker genoemd dan bij Valtaf.nl (95% BI = 0,20 – 0,67).

Ook is er betreft de factor sociale steun een significant verschil tussen websites, F(2,88) = 8,56, p<0,001. Dit wordt door respondenten van Valtaf.nl veel vaker genoemd dan bij Weightwatchers.nl (95% BI = 0,67 – 2,62), wat eigenlijk vreemd is, omdat sociale steun bij Weightwatchers.nl een van de hoofdpijlers is. Het wordt daar maar door 21,6 procent van de respondenten genoemd en bij Valtaf.nl door 62,7 procent.

Betreft de overige factoren bestaan geen significante verschillen tussen de respondenten van de verschillende websites.
Keuze voor specifieke website

49,5 procent van de respondenten noemt als reden voor de keuze voor de betreffende website dat het gratis of niet duur is. 42,9 procent noemt dat de gekozen website veel informatie over voeding geeft, 16,5 procent noemt informatie over beweging. 69,2 procent vindt de mogelijkheid tot het bijhouden van een dagboek belangrijk, 67 procent noemt de aanwezigheid van een forum en 16,5 procent de mogelijkheid tot contact met een professional. 9,9 procent geeft aan dat een persoonlijk plan belangrijk was (zie tabel 6).



Twintig van de 91 respondenten geeft nog een andere reden aan. Redenen lopen uiteen. Vier personen noemt dat ze het belangrijk vinden alles te kunnen bijhouden (vergelijkbaar met de factor dagboek), vier noemen sociale steun, vier succesverhalen van anderen en vijf personen noemt eerdere ervaring met het programma (dit zijn alle vijf deelnemers van Weightwatchers.nl).
Tabel 6




Totaal

Nooitmeeropdieet.nl

Valtaf.nl

Weightwatchers.nl

Gratis/niet duur

49,5%

0%

78,4%

13,5%

Veel info over voeding/dieet

42,9%

33,3%

47,1%

37,8%

Veel info over beweging

16,5%

33,3%

15,7%

16,2%

Dagboek

69,2%

33,3%

62,7%

81,1%

Forum

67%

66,7%

64,7%

70,3%

Contact professional

16,5%

33,3%

21,6%

8,1%

Persoonlijk plan

9,9%

0%

13,7%

5,4%

Keuze voor website
Er is een significant verschil voor de factor prijs tussen websites, F(2,88) = 33,277, p,0,001. Voor respondenten van Valtaf.nl is deze factor veel belangrijker dan bij Nooitmeeropdieet.nl (95%BI = 0,23 – 1,34) en dan bij Weightwatchers.nl (95%BI = 0,45 – 0,85). Er is geen verschil tussen Nooitmeeropdieet.nl en Weightwatchers.nl. Waarschijnlijk is dit belangrijk geweest voor de keuze van deelnemers van Valtaf.nl, omdat dat de enige website is waarbij je geheel gratis een groot deel van het programma kunt volgen (betaald deel is optioneel en bij de anderen meer verplicht wil je echt een programma volgen). Er is geen verschil tussen de websites voor de overige factoren.
Voordeel van online afvallen

Van de respondenten die eerder hebben geprobeerd af te vallen noemt 52,9 procent de factor tijd als een voordeel van het online afvalprogramma in vergelijking met andere manieren, 29,9 procent noemt geld, 42,5 procent anonimiteit, 23 procent effectiviteit, 28,7 procent de andere manier van aanpak en 2,3 procent vindt dat het geen voordelen heeft (zie tabel 7). Negen deelnemers noemen nog een ander voordeel. Opvallende factor daarin is het contact met lotgenoten (4 respondenten). Men ziet het als een handige manier om met lotgenoten in contact te komen.


Tabel 7




Totaal

Nooitmeeropdieet

Valtaf

Weightwatchers

Tijd

52,9%

66,7%

41,7%

66,7%

Geld

29,9%

0%

41,7%

16,7%

Anonimiteit

42,5%

66,7%

43,8%

38,9%

Effectiviteit

23,0%

33,3%

20,8%

25,0%

Andere aanpak

28,7%

66,7%

20,8%

36,1%

Geen voordelen

2,3%

0%

4,2%

0%

Voordelen online
Er is alleen een significant verschil tussen de groepen betreft de factor geld, F(2,84) = 3,939, p<0,05. Dit verschil zit tussen Valtaf.nl en Nooitmeeropdieet.nl. Voor de respondenten van Valtaf.nl is zoals reeds genoemd geld een belangrijker factor (95%BI = 0,02 – 0,98).
Nooitmeeropdieet.nl

Helaas is maar door een respondent de pagina met vragen over de website en het programma van Nooitmeeropdieet.nl ingevuld. Hieruit kunnen dus geen betrouwbare conclusies getrokken worden. Toch even een kort overzicht van de responsen.

De respondent is over het algemeen zeer ontevreden over het programma. Dit met name omdat zij graag in contact wil komen met lotgenoten voor sociale steun. Zij geeft aan dat ze dit niet kan vinden bij Nooitmeeropdieet.nl en dat dit komt doordat nauwelijks gebruik wordt gemaakt van het forum. Dat is mogelijk ook de reden dat deze enquête nauwelijks ingevuld is, gezien de plaatsing van de oproep op het forum. Sociale steun blijkt dus hier een belangrijke factor.

Naar de mening van de respondent wordt te weinig aandacht besteed aan dieet, recepten, bewegen, sociale steun, moeilijke momenten, terugvalpreventie en psychische problemen. De aandacht die wordt besteed aan emotie-eten vindt zij voldoende. De mailtjes en dus het contact met een professional vindt zij positief. Het zorgt voor stimulatie en motivatie en ze geeft aan het prettig te vinden hulp te krijgen van iemand met verstand van zaken. Het negatieve en verbeterpunt vindt zij dus het forum en de ‘maatjes’ die zij graag meer zou willen hebben. Het lijkt erop dat de respondent de behandeling te eenzijdig vindt gericht op de emotie en deze zou meer aandacht voor onder andere dieet en afvallen willen, zoals ook door maker zelf aangegeven dat dit een heikel punt is. Zij geeft ook aan naast het programma zelf een eetdagboek bij te houden, dus daar blijkt ook behoefte aan te zijn.


Valtaf.nl

42 respondenten hebben de vragen over de website en het programma van Valtaf.nl ingevuld. Over het algemeen is men tevreden (61,9 procent van de respondenten geeft dit aan) tot zeer tevreden (31 procent) over het programma. Slechts 7,1 procent is niet ontevreden en niet tevreden en niemand is ontevreden of zeer ontevreden. Op een vijfpuntsschaal is de gemiddelde score een 4,2. Dit houdt in dat men tevreden is.

Valtaf.nl biedt door middel van een abonnement de mogelijkheid om contact te hebben met een professional. 11,9 procent van de respondenten geeft aan hiervan gebruik te maken. Het grootste deel van de respondenten doet dit dus niet (88,9 procent). Echter 64,3 procent geeft aan dit wel een toegevoegde waarde te vinden. Financiële redenen weerhouden de meesten ervan om zich te abonneren. Velen geven ook aan dat het overige programma voldoende voor hen is en vinden het niet nodig om hulp van een professional te krijgen. Sommigen zien geen toegevoegde waarde of hebben zelfs geen vertrouwen in de professionele hulp die geboden wordt. Degenen die er wel gebruik van maken doen dit met name om antwoord te krijgen op specifieke vragen en soms voor ondersteuning. Abonnees geven een gemiddelde score van 3,6 op een vijfpuntsschaal. Men is er dus redelijk tevreden over. Men geeft aan dat de professionals over het algemeen adequaat en begripvol reageren en goed proberen te helpen.

Alle respondenten geven aan gebruik te maken van het forum. Dit is logisch gezien de enquête op forum is geplaatst. Het grootste gedeelte (85,7 procent) neemt hieraan actief deel en plaatst dus zelf berichten. Het gaat hen daarbij vooral om steun krijgen en geven en om het uitwisselen van ervaringen en informatie. Het lijkt erop dat velen de informatie die men anders bij een professional zou zoeken van het forum halen. De mate van sociale steun die men van het forum ervaart wisselt. 21,4 procent geeft aan een beetje steun te ondervinden, 19 procent niet veel en niet weinig, 31 procent redelijk veel en 26,2 procent veel. Alle respondenten vinden het forum een toegevoegde waarde. Ze voelen zich verbonden met anderen en zien het als een stimulans om samen af te vallen.

61,9 procent van de respondenten maakt gebruik van het dagboek. Degenen die ervan gebruik maken geven aan dit vooral te doen om inzicht en overzicht te krijgen of te behouden betreft hun eigen eetgedrag en voor controle. De respondenten die er geen gebruik van maken noemen vooral tijdrovendheid en omslachtigheid als redenen. Ook het calorieën tellen, waarop het dagboek gebaseerd is, wordt door sommigen als prettig en door anderen als vervelend ervaren. Dit is dus zeer persoonsgebonden. Echter gebruikers noemen het makkelijk in gebruik. De mate van tevredenheid verschilt. De gemiddelde score is 4,14 op een vijfpuntsschaal. Gemiddeld genomen is men dus tevreden. Geen enkele respondent gaf aan zeer ontevreden te zijn.

66,7 procent van de respondenten geeft aan dat de website hulp biedt bij het stellen van haalbare doelen. 33,3 procent zegt dat dit niet het geval is. Betreft tevredenheid wordt gemiddeld een 3,86 gescoord op een vijfpuntsschaal, tevreden dus. Over het algemeen is in de responsen te vinden dat de deelnemer zelf doelen stelt betreft gewichtsverlies en men in een grafiek kan zien hoeveel men op het moment afgevallen moet zijn. Echter men mist hulp om de doelen haalbaar te maken en geïnformeerd te worden over gezond afvallen.

Wat betreft feedback op voortgang was wat onduidelijkheid. Meeste respondenten hebben geen abonnement en krijgen dus geen feedback van een professional, maar ook niet automatisch van het programma. Velen ervaren de feedback die zij wel van andere deelnemers (buddy’s) krijgen als zeer positief en motiverend. Betreft tevredenheid wordt gemiddeld een 3,31 gegeven op een vijfpuntsschaal. Deze gemiddelde score is niet ontevreden en niet tevreden.

De aandacht die door de website wordt besteed aan dieet, recepten en moeilijke momenten vinden de respondenten over het algemeen ruim voldoende tot goed. Aan bewegen en sociale steun vindt men dat voldoende tot ruim voldoende aandacht wordt besteed. Terugvalpreventie, emotie-eten en psychische problemen scoren van te weinig tot voldoende. Het lijkt er dus op dat men meer behoefte heef aan de belichting van de psychologische kant van voeding en gewicht. Echter 19 procent heeft geen mening over de factor psychologische problemen, dus wellicht vinden zij het niet belangrijk om er aandacht aan te besteden. Degenen die wel belangrijk vinden, vinden dat er te weinig aandacht aan wordt besteed. Over het dieetgedeelte is men tevreden.

Het percentage respondenten dat verschillende onderdelen van toegevoegde waarde vindt is terug te vinden in tabel 8. Er is naar verschillende onderdelen gevraagd, ongeacht of deze aanwezig zijn of niet. Naast het forum hecht men aan het eetdagboek de meeste waarde. Dit is ook aanwezig. Er zijn geen onderdelen die men niet waardevol zou vinden.
Tabel 8




Percentage toegevoegde waarde

Opmerkingen

Contact professional

64,3%

Vooral behulpzaam wanneer niet veel kennis over voeding en afvallen

Forum

100%

Voelen zich verbonden met anderen en stimulans om samen af te vallen

Eetdagboek

88,1%




Gedachten en emoties bijhouden in eetdagboek

66,7%




Persoonlijk dieetplan

61,9%

Sommige respondenten zouden het prettig vinden, anderen willen zelf de regie hebben

Persoonlijk bewegingsplan

66,7%

Zie persoonlijk dieetplan

Hulp bij het stellen van haalbare doelen

66,7%




Feedback op de voortgang

76,2%




Toegevoegde waarde van verschillende factoren
Over het algemeen zijn volgens de respondenten de positieve punten van de website de steun van buddy’s en het forum, dat het gratis is, men vindt het prettig om een eetdagboek bij te houden, het gewicht te zien in grafiek, de vele mogelijkheden, de calorieëntabel en de informatie die gegeven wordt.

Als negatieve punten worden genoemd de onoverzichtelijkheid van de website, dat er geen privacy is voor deelnemers zonder abonnement, dat contact met een professional en ook toegang tot sommige artikelen niet gratis is, dat zeer magere mensen ook deel kunnen nemen en dat het mogelijk is om onrealistische afslankplannen te maken. Sommigen zijn niet tevreden over de inhoud van de artikelen en spelfouten.


Weightwatchers.nl

33 respondenten hebben de vragen over de website en het programma van Weightwatchers online ingevuld. De meerderheid van de respondenten is tevreden (48,5 procent) tot zeer tevreden (30,3 procent) over het programma. Toch geeft 12,1 procent aan zeer ontevreden te zijn en is 9,1 procent niet ontevreden en niet tevreden. De meningen verschillen dus sterk. Op een vijfpuntsschaal is de gemiddelde score een 3,85.

Het eetdagboek wordt door 97 procent van de respondenten gebruikt. Men geeft als reden met name aan dat het inzichtelijk is en houvast biedt. Betreft tevredenheid is de gemiddelde score op een vijfpuntsschaal 4,44. Over het algemeen is men er tevreden (30,3 procent) tot zeer tevreden over (60,6 procent). 6,1 procent is hierover ontevreden. Velen noemen het gemakkelijk, gebruiksvriendelijk en overzichtelijk. Ook de vrijheid om zelf het dieet binnen de beschikbare punten in te vullen vindt men prettig, ook in verband met de mogelijkheid tot snoepen. Alle deelnemers vinden het eetdagboek een toegevoegde waarde.

Iets meer dan de helft van de respondenten, namelijk 57,6 procent ziet geen toegevoegde waarde in het bijhouden van gedachten en emoties in het dagboek. De meningen zijn erg verdeeld. Een aantal respondenten dat zichzelf als emotie-eter omschrijft zou het prettig vinden, anderen willen zich daar absoluut niet mee bezig houden (zij “willen afvallen, niet in therapie”) en weer anderen delen reeds gedachten en gevoelens op het forum.

Ook een persoonlijk dieetplan zou iets meer dan helft van de respondenten (57,6 procent) geen toegevoegde waarde vinden. De meeste respondenten geven aan het prettig te vinden zelf te kunnen bepalen wat ze eten binnen het aantal beschikbare punten. Toch blijft er nog een groot aantal respondenten over dat het wel prettig zou vinden.

Een even groot deel van de respondenten (57,6 procent) zou een persoonlijk bewegingsplan wel een toegevoegde waarde vinden. De meningen erover zijn niet erg duidelijk en zeer verdeeld.

Alle respondenten maken gebruik van het forum. Dit is in principe logisch, omdat de oproep voor de enquête op het forum geplaatst is. Er valt dus geen conclusie uit te trekken betreft het percentage deelnemers dat gebruik maakt van het forum. 66,7 procent neemt actief deel en plaatst berichten. De meesten doen dit omdat ze het prettig vinden sociale steun te ontvangen en te geven. Ook wordt het uitwisselen van tips genoemd.

Betreft sociale steun die men ervaart wordt gemiddeld een 3,33 gescoord op een vijfpuntsschaal. Dit houdt in niet veel en niet weinig. De responsen lopen dan ook zeer uiteen, van geen, een beetje (27,3 procent) tot veel (24,2 procent) ervaren steun. 97 procent van de respondenten vindt dat het forum wel een toegevoegde waarde biedt. De mate van ervaren steun is vergeleken tussen de websites. Bij een gehanteerd significantieniveau van 0,05 is er geen significant verschil (F(2,72) = 2,601, p = 0,081).

81,8 procent van de respondenten zou de mogelijkheid om contact te hebben met een professional een toegevoegde waarde vinden. Velen geven aan dat te missen bij het programma. Ze zien dat veel vragen op het forum worden gesteld waar ze graag het antwoord van een professional op zouden krijgen. Ook wordt toezicht en controle op eetgedrag genoemd als reden om een professional erbij betrokken te willen hebben.

78,8 procent geeft aan dat de website hen hulp biedt bij het stellen van haalbare doelen. Men wordt geadviseerd om kleine stappen te nemen betreft gewichtsverlies, zodat realistische en dus beter haalbare doelen gesteld worden. Velen missen hierbij echter wel de personal touch. Het zijn computergestuurde en vrij standaard berichten die men ontvangt. Betreft tevredenheid wordt op een vijfpuntsschaal een 3,91 gescoord. Men is dus gemiddeld genomen toch tevreden hierover. 63,3 procent van de respondenten vindt hulp bij het stellen van haalbare doelen een toegevoegde waarde. Reacties komen met name van respondenten die aangeven het niet nodig te vinden. Zij wijzen vooral op eigen verantwoordelijkheid en geven te kennen dat op de website wel tips worden gegeven zoals niet meer dan 10 procent afvallen.

Betreft de feedback die men krijgt op de voortgang geeft men gemiddeld een 3,06 op een vijfpuntsschaal. Dit is ‘niet ontevreden en niet tevreden’. De meeste respondenten geven aan dat het er eigenlijk niet is. Alleen geautomatiseerd in de vorm van sterren en een automatische boodschap. Men mist wederom een persoonlijke boodschap. 69,7 procent geeft aan feedback op de voortgang een toegevoegde waarde te vinden. Echter uit opmerkingen blijkt vooral dat men dit alleen vindt als de feedback persoonlijker wordt, bijvoorbeeld door iemand mee te laten kijken in het dagboek en professioneel commentaar te laten leveren.

Gemiddeld vindt men dat ruim voldoende aandacht wordt besteed aan dieet, recepten, bewegen en sociale steun. Moeilijke momenten scoort voldoende en terugvalpreventie, emotie-eten en psychische problemen te weinig, hoewel bij de factor psychische problemen een grote groep (27,3 procent) ‘geen mening’ aangaf, waaruit blijkt dat zij dit mogelijk geen belangrijk onderwerp vinden om aandacht aan te besteden.

Wederom is gevraagd naar de gepercipieerde toegevoegde waarde van alle mogelijke factoren (zie tabel9).
Tabel 9




Percentage toegevoegde waarde

Opmerkingen

Contact professional

81,1%




Forum

97%




Eetdagboek

100%

Dit is het hoofdonderdeel van Weightwatchers online

Gedachten en emoties bijhouden in eetdagboek

42,4%




Persoonlijk dieetplan

42,4%




Persoonlijk bewegingsplan

57,6%




Hulp bij het stellen van haalbare doelen

63,3%

Is aanwezig in geautomatiseerde vorm, als te onpersoonlijk beschouwd

Feedback op de voortgang

69,7%

Zie hulp bij haalbare doelen

Toegevoegde waarde van verschillende factoren
Positieve punten van Weightwatchers online zijn volgens de respondenten het dagboek dat wordt omschreven als een overzichtelijk puntendagboek, de gewichtsgrafiek waarin men het resultaat kan volgen, veel informatie over voeding en over bewegen, het forum en dat het in de eigen tijd te gebruiken is.

Als negatieve punten wordt genoemd dat het onpersoonlijk is. Men zou graag persoonlijk contact willen, bijvoorbeeld via e-mail. De informatie uit folders van de Weightwatchers cursussen zou men graag op de website aangeboden zien voor betalende online leden. Er is nu te weinig informatie. Verder wordt nog aangegeven dat het forum onoverzichtelijk is, er fouten in programmatuur zitten en er te weinig recepten zijn en variatie in recepten is.

Qua verbeterpunten wordt ten slotte genoemd dat het gebodene vrij summier is voor wat men betaald, namelijk in principe alleen het dagboek. Er is behoefte aan een persoonlijke coach, advies van een deskundige en meer support, meer recepten en weekmenu’s en gebruiksvriendelijker forum.
Persoonlijkheid

De persoonlijkheidseigenschappen neuroticisme en consciëntieusheid zijn gemeten met behulp van de NEO-FFI van Costa & McCrae (1992). De vragenlijst is ingevuld door 71 respondenten. Voor beide schalen is een betrouwbaarheidsanalyse uitgevoerd. De neuroticismeschaal heeft een goede interne consistentie (cronbach’s alfa 0,88). De interne consistentie van de schaal consciëntieusheid is redelijk (cronbach’s alfa 0,69). Deze kan echter niet verbeterd worden door verwijdering van items. Bovendien is de schaal betrouwbaar en valide gebleken in de literatuur.

De scores op beide schalen zijn vergeleken met de normgroep vrouwen algemeen. De enige mannelijke respondent is derhalve uit de data verwijderd. Helaas zijn er geen normen beschikbaar gedifferentieerd naar gewicht. De gemiddelde score op neuroticisme is 32,94. Dit wordt afgerond op 33 en omgerekend in een stanine van 5, wat een gemiddelde score is. Er is geen significante afwijking van 5 (t(70) = 0,963, p = 0,339). Er is geen verschil in score op deze persoonlijkheidseigenschap tussen de respondenten van de verschillende websites (F (2,68) = 0,635, p=0,533).

De gemiddelde score op de factor consciëntieusheid is 43,24. Dit is afgrond op 43 en omgerekend in een stanine van 4. Deze score is beneden gemiddeld voor de normgroep vrouwen, maar niet sterk afwijkend. De afwijking van 5 is significant (t(71) = -3,640, p=0,001 met een 95% BI van -1.23 tot -0,36). Er is geen verschil tussen de websites betreft consciëntieusheid (F(2,68) = 1,223, p=0,301).

Ook zijn een regressieanalyse van neuroticisme op BMI en consciëntieusheid op BMI uitgevoerd. De correlatie tussen BMI en score op neuroticismeschaal is 0,12. Er is geen samenhang tussen neuroticisme en de hoogte van het (BMI F(1,69) = 1,016, p=0,317). Ook de correlatie tussen consciëntieusheid en BMI is laag (-0,13). Er is geen samenhang tussen consciëntieusheid en hoogte van de BMI.
Depressie

Depressie is gemeten met de Center of Epidemiologic Studies Depression Scale (CES-D) (Radloff, 1977)). De vragenlijst is ingevuld door 69 respondenten. Een betrouwbaarheidsanalyse voor interne consistentie is uitgevoerd. Cronbach’s alfa is 0,905, een erg goede interne consistentie.

Scores op de CES-D kunnen liggen tussen 0 en 60. Het afkappunt voor depressie is een score van 16. De scores van de respondenten lopen uiteen van 0 tot 42 met een gemiddelde van 10,07. Dit ligt significant onder het afkappunt van 16 (t(68) = -5,592, p<0,001, 95% BI van -8,04 tot -3,81).

16 van de 69 respondenten heeft een score van 16 of hoger. Dit is 23,19 procent. Vergeleken met normgroepen van aselecte steekproeven is dit percentage hoog. Het hoogst waargenomen percentage uit een aselecte steekproef van n = 2768 is 19,5 procent. Andere aselecte steekproeven kwamen op 12,7 en 12,4 en 12,8 procent (Bouma, Ranchor, Sanderman & Van Sonderen, 1995).

Er zijn geen significante verschillen in score op depressieschaal tussen de websites (F(2,66) = 1,086 met p=0,343). De correlatie tussen BMI en de score op de depressieschaal is zeer laag (0,13). BMI is niet afhankelijk van mate van depressiviteit (F(1,66) = 1,14, p=0,290).

Gebruiksvriendelijkheid

Voor het meten van de gebruiksvriendelijkheid (usability) van de websites is de System Usability Scale (SUS) gebruikt (Brooke, 1986). De vragenlijst is ingevuld door 70 respondenten. Een betrouwbaarheidsanalyse voor interne consistentie is uitgevoerd. De interne consistentie is goed (cronbach’s alfa is 0,86).

Scores op de SUS kunnen liggen tussen 0 en 100. De scores van de respondenten lopen uiteen van 35 tot en met 100 met een gemiddelde van 74,11. Dit is een ruim voldoende score.

Slechts een respondent is afkomstig van Nooitmeeropdieet.nl. Deze geeft een gebruiksvriendelijkheidscore van 67,5. De 37 respondenten van Valtaf.nl geven 78,9 gemiddeld en de 32 respondenten van Weightwatchers.nl geven gemiddeld een 68,8. Er is een significant verschil tussen de websites. Nooitmeeropdieet.nl is vanwege de enkele respons niet in deze analyse opgenomen. Bij Valtaf.nl wordt de gebruiksvriendelijkheid significant beter beoordeeld dan bij Weightwatchers.nl (F(1,67) = 10,716, p<0,01). Het verschil is 10 punten. Aangezien beide websites niet door dezelfde personen zijn beoordeeld kunnen hier geen stellige conclusies uit getrokken worden.


4. Conclusies
4.1 Onderzoeksvragen
Ontwikkeling van de interventie

Een aantal onderzoeksvragen zijn opgesteld en onderzocht met betrekking tot de ontwikkeling van de interventie. Deze zijn beantwoord met behulp van de antwoorden uit de interviews die met de ontwikkelaars en verantwoordelijken van de drie online interventies gehouden zijn.



Op welke manier zijn de online interventies voor afvallen ontwikkeld? Is er sprake van user-centered design?

De websites zijn op verschillende manieren ontwikkeld, zoals op basis van een bestaand niet-online programma, bij toeval ontstaan door veel gebruik van online applicatie en op basis van psychologische achtergrond. Echter er is in geen van de gevallen een needs-assessment uitgevoerd en geen sprake van user-centered design. De programma’s worden hooguit aangepast en gebruiksvriendelijker gemaakt op basis van klanttevredenheidsonderzoek.



Is er rekening gehouden met de psychologische constructen consciëntieusheid en neuroticisme en op welke manier?

In geen van de online interventies wordt rekening gehouden met persoonlijkheidseigenschappen.



Wordt er aandacht besteed aan psychologisch functioneren, met name dysforie, body-esteem en emotieregulatie?

Alleen bij Nooitmeeropdieet.nl wordt eigenlijk echt aandacht besteed aan de onderliggende psychologische problematiek van overgewicht. Hierop is het programma gebaseerd. Het gaat hierbij niet specifiek om dysforie, body-esteem en emotieregulatie. De andere twee websites besteden er geen aandacht aan.



Wordt er aandacht besteed aan de volgende onderdelen: zelf-monitoring, probleem oplossen, voedingseducatie, stimulus controle, cognitieve herstructurering, langzamer eten, meer beweging, haalbare doelen stellen, zelfdiscipline en impulscontrole?

Over het algemeen wordt er weinig gebruik gemaakt van factoren waarvan uit verscheidene studies is gebleken dat ze belangrijk zijn voor succesvol afvallen. Zelf-monitoring is wel een heel belangrijke factor voor alle drie de online interventies. Voor Valtaf.nl en Weightwatchers.nl is ook voedingseducatie een belangrijke. Cognitieve herstructurering wil men vooral impliciet bereiken doordat deelnemers moeten proberen anders met eten om te gaan en erover te denken. Voor deze en de overige factoren is echter waarschijnlijk meer begeleiding nodig wil men dit bij deelnemers kunnen bewerkstelligen.



Is terugvalpreventie een onderdeel van de interventie en op welke manier?

Terugvalpreventie wordt door alle drie de online interventies als belangrijke determinant gezien, maar volgens hen zeer moeilijk te beïnvloeden. Bij nooitmeeropdieet.nl probeert men terugval tegen te gaan door beïnvloeding van leefstijl en denkstijl, bij Weightwatchers online past men het voedingsprogramma aan na het afvallen om terugval tegen te gaan en bij Valtaf.nl worden enkel tips gegeven. Het is dus een onderdeel, maar wellicht is meer onderzoek geïndiceerd voor methoden van terugvalpreventie.


Gebruikers

Met behulp van antwoorden uit de enquêtes kunnen de onderzoeksvragen met betrekking tot de gebruikers van de online interventies voor afvallen beantwoord worden.



Wie zijn de gebruikers van online interventies voor afvallen (demografische kenmerken)?

De groep gebruikers is overwegend vrouwelijk en hoger opgeleid in de leeftijdscategorie van 20 tot 60 jaar. Bij 60 procent van hen is sprake van overgewicht.. Hoger opgeleiden zijn sterk oververtegenwoordigd in deze onderzoeksgroep (53 procent is hoger opgeleid). Uit het Jaarboek onderwijs in cijfers 2009 van het Centraal bureau voor de statistiek [CBS] (2008) blijkt dat 32 procent van de totale beroepsbevolking een hogere opleiding heeft, 45 procent een middelbare opleiding en 23 procent een lagere opleiding. Voor de totale bevolking van 15 tot 65 jaar is het opleidingsniveau gemiddeld lager, namelijk lager = 32%, middelbaar = 42% en hoger = 25%. Deze oververtegenwoordiging van hoger opgeleiden komt overeen met andere online interventies. Bijvoorbeeld bij de internetbehandeling Alcoholdebaas.nl is 50 procent van de deelnemers hoger opgeleid, terwijl van de cliënten die zich bij de reguliere behandeling van Tactus Verslavingszorg melden 15 procent hoog opgeleid is (Postel, Ter Huurne, De Haan & De Jong, z.d.). Redenen waarom met name door hoger opgeleiden gebruik wordt gemaakt van online interventies zijn niet bekend. Wel is het iets om rekening mee te houden bij de ontwikkeling van deze interventies.



Wijken zij af van de gemiddelde populatie op grond van de psychologische constructen neuroticisme en consciëntieusheid?

Betreft de persoonlijkheidseigenschap neuroticisme verschilt deze populatie niet van de gemiddelde vrouwelijke bevolking. Op het construct consciëntieusheid scoort men beneden gemiddeld in vergelijkding tot de gemiddelde vrouwelijke bevolking.



Hebben zij meer dan gemiddeld last van depressieve gevoelens en gedachten?

Op basis van de CES-D blijkt 23 procent last te hebben van depressieve gevoelens. Dit is duidelijk meer dan gemiddeld.



Wat is de ervaren effectiviteit van de online interventie?

Over de effectiviteit kan niet in strikte zin een uitspraak worden gedaan, aangezien de groep respondenten dan over langere tijd gevolgd zou moeten worden en nagegaan hoeveel men is afgevallen en hoe het zit met terugval. Wel is in dit verband nagegaan hoe tevreden respondenten zelf zijn over de programma’s. Over het algemeen is men tevreden tot zeer tevreden over de bestaande programma’s.



Hoe is de ervaren gebruiksvriendelijkheid (usability) van de website?

De gemiddelde score op de usabilityschaal SUS is 74 van 100. Hoewel er dus ruimte voor verbetering blijft, is men vrij tevreden over de gebruiksvriendelijkheid van de programma’s.


4.2 Interpretatie onderzoeksgegevens
Belangrijke onderdelen van online interventies voor afvallen

Uit de resultaten is gebleken dat de verschillende onderdelen die aangeboden worden op de websites overwegend als nuttig worden bestempeld door de deelnemers. Men is over het algemeen tevreden over de bestaande programma’s. Er zijn echter een aantal factoren die men mist en die veelal niet gemakkelijk online te realiseren zijn.

Het grootste voordeel van het online zijn van de interventies is dat deelnemers er dagelijks aandacht aan kunnen besteden en actief mee bezig kunnen zijn. De meesten doen dit ook. Uit de resultaten blijkt dat 86 procent van de respondenten ten minste dagelijks gebruik maakt van het programma. Mogelijk is hier een vertekend beeld geschetst, daar het zeer goed mogelijk is dat de respondenten van de enquête de meest actieve deelnemers zijn. Respondenten zijn namelijk geworven via een link op het forum. Er bestaat een verschil tussen de websites betreft hoe vaak men ervan gebruik maakt. De deelnemers van Nooitmeeropdieet.nl maken minder gebruik van de website dan de deelnemers van de andere twee websites. Hoewel de gegevens slechts van drie respondenten afkomstig zijn lijkt logisch dat deelnemers minder vaak van de website van Nooitmeeropdieet.nl gebruik maken, omdat Nooitmeeropdieet.nl meer niet-online programmaonderdelen heeft in vergelijking met de twee andere websites, zoals een boek en opdrachten.

Opvallend gegeven is dat er geen correlatie bestaat tussen het percentage respondenten dat aangeeft overgewicht te hebben (91,2 procent) en het percentage dat werkelijk overgewicht heeft als uitgegaan wordt van de BMI (62,6 procent). De perceptie van het eigen lichaam klopt wellicht niet helemaal bij een groot aantal respondenten. Zij vinden zichzelf te dik en denken dat er sprake is van overgewicht, maar dit is in strikte zin niet het geval. Ook blijkt dat opvallend veel mensen eerder op eigen houtje hebben geprobeerd af te vallen (66,7 procent) en in verhouding vrij weinig via een professional (huisarts en/of diëtist), namelijk 28,7 procent. Mogelijk heeft men hier dus met een populatie te maken die niet graag naar professional stapt voor het probleem en deze online oplossing zou voor hen een goede uitkomst kunnen zijn. Het is immers zeer laagdrempelig. Online afvallen kan dus ook een uitkomst bieden voor mensen die geen overgewicht hebben, maar toch willen afvallen.

Te veel eten en te weinig bewegen zijn de belangrijkste oorzaken van hun overgewicht volgens de deelnemers. Toch geven ook velen aan (35 procent) dat psychische factoren een rol spelen. De voornaamste reden van deelname aan de online interventies is afvallen, dus moet het ook vooral daarop gericht zijn. Deelnemers zijn zeer positief over de daarvoor bestaande dagboekfunctie voor bijhouden en overzicht op twee van de onderzochte websites. Ook gezonder leven en het psychische aspect van zich lekkerder in zijn vel voelen zijn belangrijk voor deelnemers. De combinatie van psychologische aspecten en diëten, gezonde voeding en beweging lijkt belangrijk. Dit wordt met name door de deelnemers aangegeven. Op de websites die op voeding en afvallen zijn gericht mist men de aanpak van psychologische problematiek en daar waar juist de psychologische achtergrond wordt belicht mist men de aandacht voor afvallen en dieet. Dit wordt ook door een van de websites als mogelijk verbeterpunt aangedragen.

Het gemak van online afvallen is voor veel deelnemers erg belangrijk. Daarnaast spelen prijs, tijd en sociale steun een grote rol. Betreft de factor tijd als motivatie voor deelname aan een online programma bestaat een verschil tussen de websites. Door respondenten van Weightwatchers.nl wordt het veel vaker genoemd dan bij Valtaf.nl. Mogelijk doordat Weightwatchers ook een niet-online programma heeft waar men voor kan kiezen. Degenen die daar niet voor kiezen, maar voor de online versie doen dat mogelijk doordat tijd voor hen een belangrijke rol speelt. Ook is er betreft de factor sociale steun een significant verschil tussen websites. Dit wordt door respondenten van Valtaf.nl veel vaker genoemd dan bij Weightwatchers.nl, wat eigenlijk vreemd is, omdat sociale steun bij Weightwatchers.nl een van de hoofdpijlers is. Het wordt daar maar door 21,6 procent van de respondenten genoemd en bij Valtaf.nl door 62,7 procent. Deelnemers komen bij Weightwatchers online blijkbaar niet zozeer voor sociale steun, maar voor andere onderdelen van het programma.

Zelf-monitoring vinden zowel de webmasters als de deelnemers een belangrijk onderdeel en zoals aangegeven vindt men het dagboek goed. Ook vindt men het prettig om gebruik te kunnen maken van een forum zolang dit overzichtelijk ingericht is. Dit neemt de vorm aan van lotgenotencontact en wordt zowel door de deelnemers als de websites als belangrijk bestempeld. Dit is een trend die op internet veel gezien wordt, waarbij men op websites gemakkelijk in contact kan komen met lotgenoten op allerlei gebied. Veel deelnemers gebruiken het forum naast het vinden van sociale steun voor het uitwisselen van informatie. Informatie die men anders bij een professional zou zoeken. Het zou goed zijn als wordt nagetrokken of de uitgewisselde informatie ook klopt, bijvoorbeeld door een professional te laten meelezen. Respondenten geven ook aan dat ze dit prettig zouden vinden. Velen zouden het ook prettig vinden om persoonlijke feedback te krijgen, ze willen graag betere hulp bij het stellen van haalbare doelen en persoonlijk contact met een professional. Dit wordt ook door de websites zelf aangegeven als verbeterpunt. Uit onderzoek van Svetkey et al. (2008) komt ook naar voren dat persoonlijk contact significant betere resultaten op de langere termijn oplevert dan een interactief technologiegebaseerde interventie. Een integratie waarbij de voordelen van zowel persoonlijk contact als het internet kunnen worden gecombineerd zou grotere tevredenheid en betere resultaten kunnen bieden bij deelnemers, terwijl toch een grote groep kan worden bereikt. Bij valtaf.nl is er de mogelijkheid tot contact met een professional. Veel respondenten zien dit als toegevoegde waarde, maar maken er geen gebruik van omdat men ervoor moet betalen. Het zou mooi zijn als iets dergelijks kosteloos aangeboden zou kunnen worden. Dit lijkt echter moeilijk te realiseren, tenzij bijvoorbeeld zorgverzekeraars het zouden vergoeden.

Veel van de onderdelen die niet door de websites worden aangeboden, zoals gevoelens en gedachten bijhouden, meer getailorde informatie en persoonlijke plannen worden door iets meer dan de helft van de respondenten als toegevoegde waarde bestempeld. Het is dus niet iets waar iedereen behoefte aan heeft. Het zou aangeboden kunnen worden in de vorm van keuzeopties. Probleem daarbij is mogelijk dat de diversiteit op de website en alle onderdelen waaruit men kan kiezen nu al voor onoverzichtelijkheid zorgt. Dit wordt door de websites zelf en de deelnemers aangegeven en is dus iets wat tegen elkaar afgewogen moet worden.

De tips voor een praktische invulling van een gezondere leefstijl in het dagelijks leven wordt door de deelnemers als zeer prettig ervaren. Ze zouden hier graag een verdere uitbreiding van zien in de vorm van weekmenu’s. Echter de mogelijkheid tot vrije invulling binnen een vastomlijnd kader wordt ook zeer gewaardeerd.
Psychologische aspecten

De persoonlijkheidseigenschappen neuroticisme en consciëntieusheid en ook depressie zijn gemeten. Betreft neuroticisme wijkt de gemiddelde score van respondenten niet af van gemiddelde vrouwelijke bevolking. Aangezien er volgens Provencher et al. (2007) samenhang bestaat tussen neuroticisme en psychologische verstoringen zoals depressieve gevoelens zou men verwachten dat ook de mate van depressie in deze populatie gemiddeld is. Echter uit de metingen blijkt bij 23,19 procent van de respondenten sprake te zijn van depressie, wat hoger is dan in verscheidene aselecte steekproeven en op zich zorgelijk. Depressie lijkt hier dus niet samen te hangen met neuroticisme. Stunkard (1958) gaf al wel aan dat depressie een van de belangrijkste determinanten van overgewicht is en Fabricatoire & Wadden (2006) toonden aan dat depressie bij vrouwen met overgewicht meer voorkomt dan bij mensen met normaal gewicht. De onderzoeksresultaten komen hiermee overeen. Provencher et al. (2007) geven ook aan dat de genoemde psychologische verstoringen gerelateerd kunnen worden aan abnormale eetgewoonten. Volgens veel respondenten is te veel eten de oorzaak van hun overgewicht. Hier lijkt mogelijk een verband te bestaan tussen depressie en overeten, vaak omschreven als emotie-eten. 34,9 procent van de respondenten noemt inderdaad ook stress en andere psychische factoren als oorzaak van hun overgewicht. Voor een deel van de populatie die gebruik maakt van online interventies voor afvallen zou het dus zeer behulpzaam kunnen zijn om aandacht te besteden aan onderliggende psychologische problematiek. Slechts door een van de drie deelnemende websites wordt hieraan aandacht besteed. Deze besteed echter geen aandacht aan afvallen. Een combinatie van beide zou voor veel deelnemers een uitkomst kunnen zijn. 66,7 procent van de respondenten van Valtaf.nl zou het prettig vinden om gedachten en emoties in het eetdagboek te kunnen bijhouden. 42,4 procent van de respondenten van Weightwatchers.nl is het daarmee eens. Aangezien 23 procent helemaal geen behoefte heeft aan een belichting van de psychologische kant is het wellicht verstandig het als keuzeoptie te implementeren. Voor de grote groep deelnemers met depressieve verschijnselen zou internetbehandeling waarbij depressieve klachten en eetgedrag gecombineerd worden behandeld mogelijk in de toekomst uitkomst kunnen bieden.

Consciëntieusheid is in de onderzochte groep beneden gemiddeld. Men zou verwachten dat deelnemers die aan een programma meedoen waarbij men veel zelf moet doen en zelfdiscipline moet hebben in ieder geval gemiddeld of hoger scoren op de persoonlijkheidstrek consciëntieusheid dan de gemiddelde bevolking. Dit lijkt een belangrijke factor om te slagen en wordt bijvoorbeeld door Weightwatchers.nl ook als zodanig benoemd. Het is ook mogelijk dat meer consciëntieuze personen het op eigen houtje aan kunnen en helemaal geen gebruik maken van een hulpmiddel. Er zijn helaas geen normen beschikbaar voor mensen met overgewicht, maar het is niet ondenkbaar dat vrouwen met overgewicht over het algemeen minder consciëntieus zijn, dus minder ordelijk en systematisch in het nastreven van doelen, meer last hebben van disinhibitie en impulsiviteit, wat tot overgewicht zou kunnen lijden bij hoge prikkelgevoeligheid. Lage consciëntieusheid kan een van de oorzaken zijn van overgewicht. Bij minder consciëntieuze personen is sprake van meer disinhibitie, wat leidt tot impulsiviteit en gerichtheid op onmiddellijke gevoelens, zoals beloning op korte termijn, in tegenstelling tot uitgestelde beloning. Het is in ieder geval een gegeven waar online interventies voor afvallen rekening mee zouden kunnen houden, bijvoorbeeld in de vorm van meer ondersteuning en het blijven attenderen op lange termijn doelen.

Bogg en Roberts (2004) laten in hun meta-analyse van consciëntieusheid en gezondheidgerelateerd gedrag zien dat er correlatie (r = 0,25) bestaat tussen consciëntieusheid en ongezond eten. Echter samenhang tussen consciëntieusheid en gewicht of obesitas werd niet gevonden (r = 0,02). Zij geven aan dat de voorspelling van fysiologische gevolgen van consciëntieusheid-gerelateerde eigenschappen hoogst waarschijnlijk gecompliceerd is door andere factoren, zoals genetica en fysiologie wat ook invloed heeft op gewicht. Dus of iemand die laag scoort op consciëntieusheid en ongezond eet daadwerkelijk overgewicht ontwikkeld is afhankelijk van meerdere factoren dan deze persoonlijkheidstrek alleen. Chalmers, Bowyer, & Olenick (1990) toonden aan dat zelfcontrole, een van de facetten van consciëntieusheid, wel samenhangt met minder problemen met overgewicht. Opvallend blijft dat de gemeten populatie, die op grond van BMI gezien kan worden als te zwaar, beneden gemiddeld scoort op deze trek, wat zou kunnen betekenen dat dit indicatief is voor mensen met overgewicht. Echter er blijkt geen correlatie te zijn tussen de hoogte van het gewicht en de mate van consciëntieusheid.

Het is niet duidelijk hoe dit probleem precies aangepakt kan worden. Bogg en Roberts (2004) speculeren dat gedragsverandering de mate van consciëntieusheid zou kunnen beïnvloeden dan wel dat toename van consciëntieusheid de mate van risicovol gezondheidsgedrag kan laten afnemen. Ook geven zij aan dat meer onderzoek naar deze relatie geïndiceerd is. Succesbeleving is misschien belangrijk in dit opzicht. De cirkel begint dan bij gezonder gedrag, waardoor men succesbeleving heeft in de vorm van afvallen, consciëntieusheid neemt daardoor toe, waardoor men weer beter in staat is gezond gedrag te kunnen volhouden. Meer persoonlijke begeleiding is mogelijk een goede strategie voor deze populatie die minder zelfdiscipline heeft.
Discussiepunten

Zoals reeds opgemerkt waren slechts drie respondenten afkomstig van Nooitmeeropdieet.nl en heeft slechts een hiervan de vragen over de website beantwoord. Hieruit kunnen geen betrouwbare conclusies getrokken worden en de gegevens zijn dan ook met voorzichtigheid geïnterpreteerd.

Ook moet opgemerkt worden dat de respondenten geworven zijn middels een oproep op het forum. Hierdoor zijn geen respondenten geworven die van het forum geen gebruik maken. Dit heeft mogelijk implicaties voor de onderzoeksgegevens en het is niet ondenkbaar dat de gebruikers van het forum actiever gebruik maken van het programma dan andere gebruikers. Dit neemt niet weg dat juist zij zich mogelijk het meest brede beeld van de website hebben kunnen vormen en een gedifferentieerde mening kunnen geven.

Doordat gebruik is gemaakt van indirecte meetmethoden, zoals interviews en enquêtes, is de daadwerkelijke effectiviteit van de online interventies niet gemeten. Om de effectiviteit objectief te kunnen meten zal een steekproef van gebruikers gedurende langere tijd gevolgd moeten worden, waarbij gemeten wordt hoeveel zij zijn afgevallen na volgen van een online interventie en hoeveel terugval er uiteindelijk is. In het huidige onderzoek wordt op meer beschrijvende wijze nagegaan waar gebruikers zelf behoefte aan hebben, wat evenwel niet onbelangrijk is voor de effectiviteit van een interventie. Voor vervolgonderzoek zou het interessant zijn de objectieve effectiviteit te meten. Bovendien zou het interessant zijn meer onderzoek te doen naar interventies die psychologische aspecten van afvallen in ogenschouw nemen.


4.3 Conclusie

Aldus kan worden geconcludeerd dat de bestaande online interventies voor afvallen grotendeels naar tevredenheid van de deelnemers zijn, maar dat er nog veel ruimte is voor verbetering. Dit met name op het gebied van persoonlijk contact, waarbij een integratie van de reguliere manier met behulp van een diëtist en de technologiegebaseerde manier waarmee een grote groep mensen kan worden bereikt uitkomst zou kunnen bieden. Ook de integratie van voeding, dieet en bewegen en psychologische factoren is iets waar veel behoefte aan is en die vanuit de beschikbare literatuur ook beide als belangrijk bestempeld worden bij gewichtsverlies.


Referenties
American Psychiatric Association (2000). Diagnostic and statistical manual of mental disorders-text revision (4ed). Washington, DC: Author.
Begin, C., Gagnon-Girouard, M. -P., Provencher, V., & Lemieux, S. (2006). Traitement de l'obésité: soutenir l'individu dans l'appropriation de sa démarche. Canadian Psychology/Psychologie Canadienne, 47, 316−332.
Bemelmans, W.J.E., Hoogenveen, R.T., Visscher, T.L.S., Verschuren, W.M.M., & Schuit, A.J. (2004). Toekomstige ontwikkelingen in matig overgewicht en obesitas. Inschatting effecten op volksgezondheid. RIVM-rapport nr. 260301003/2004. Bilthoven: RIVM.
Bogg, T., & Roberts, B.W. (2004). Conscientiousness and health related behaviors: A meta-analysis of the leading behavioural contributors to mortality. Psychological Bulletin,130(6), 887-919.
Bouma, J., Ranchor, A.V., Sanderman, R., & Van Sonderen, E. (1995). Het meten van symptomen van depressie met de CES-D, een handleiding. Noordelijk Centrum voor Gezondheidsvraagstukken. Rijksuniversiteit Groningen.
Brooke, J. (1986). SUS – A quick and dirty usability scale. Digital Equipment Corporation.
Centraal Bureau voor de Statistiek [CBS] (2008). Jaarboek onderwijs in cijfers 2009. Den Haag/Heerlen: CBS.
Chalmers, D.K., Bowyer, C.A., & Olenick, N.L. (1990). Problem drinking and obesity: A comparison in personality patterns and life-style. International Journal of the Addictions, 25, 803-817.
Cooper, A., & Fairburn, C. G. (2002). Cognitive-behavioral treatment of obesity. In T. A. Wadden & A. J. Stunkard (Eds.), Handbook of obesity treatment (pp. 465–479). New York: Guilford Press.
Costa, P.T., & McCrae, R.R. (1992). Revised NEO Personality Inventory (NEO-PI-R) and the NEO Five-Factor Inventory (NEO-FFI) professional manual, Psychological Assessment Resources, Odessa, FL.
De Rouck, S., Jacobs, A. & Leys, M. (2008). A methodology for shifting the focus of e-health support design onto user needs; A case in the homecare field. International Journal of Medical Informatics, 77, 589-601.
Elfhag, K. (2005). Personality correlates of obese eating behaviour: Swedish universities Scales of Personality and the Three Factor Eating Questionnaire. Eating and Weight Disorders, 10, 210−215.
Elfhag, K., Morey, L.C. (2008). Personality traits and eating behaviour in the obese: Poor self-control in emotional and external eating but personality assets in restrained eating. Eating Behaviors, 9, 285-293.
Fabricatore, A.N., & Wadden, T.A. (2006). Obesity. Annual Review of Clinical Psychology, 2, 357-377.
Ganley, R.M. (1989). Emotion and Eating in Obesity: A Review of the Literature. International Journal of Eating Disorders, 8(3), 343-361.
Gendall, K. A., Joyce, P. R., Sullivan, P. F., & Bulik, C. M. (1998). Personality and dimensions of dietary restraint. International Journal of Eating Disorders, 24, 371−379.
Gezondheidsraad (2003). Overgewicht en obesitas (publicatie nr. 2003/07). Den Haag: Gezondheidsraad.
Glasgow, R.E., Nelson, C.C., Kearney, K.A., Reid, R., Ritzwoller, D.P., Strecher, V.J., et al. (2007). Reach, engagement, and retention in an internet-based weight loss program in a multi-site randomized controlled trial. Journal of Medical Internet Research, 9 (2), e11.
Harvey-Berino, J., Pintauro, S., Buzzell, P., et al. (2002). Does using the internet facilitate the maintenance of weight loss? International Journal of Obesity and Related Metabolic Disorders, 26, 1254-60.
Harvey-Berino, J., Pintauro, S., Buzzell, P. & Gold, E.C. (2004). Effect of internet support on the long-term maintenance of weight loss. Obesity Research, 12(2), 320-329.
Heaven, P. C., Mulligan, K., Merrilees, R., Woods, T., & Fairooz, Y. (2001). Neuroticism and conscientiousness as predictors of emotional, external, and restrained eating behaviors. International Journal of Eating Disorders, 30, 161−166.
Howard, C. E., & Porzelius, L. K. (1999). The role of dieting in binge eating disorder: etiology and treatment implications. Clinical Psychology Review, 19, 25−44.
Jeffery, R.W., Drewnowski, A., Epstein, L.H., Stunkard, A.J., Wilson, G.R., Wing, R.R., et al. (2000). Long-term maintenance of weight loss: current status. Health Psychology, 19, 5-16.
Kreuter, M., Farrell, D., Olevitch, L., Brennan, L. Tailoring health messages: Customizing communication with computer technology. Mahwah. 2000: Lawrence Erlbaum associates.
Larsen, J.K., Geenen, R., Maas, C., De Wit, P., Van Antwerpen, T., Brand, N. & Van Ramshorst, B. (2004). Personality as a predictor of weight loss maintenance after surgery for morbid obesity. Obesity Research, 12 (11).
National Institutes of Health. (2000). National Heart Lung and Blood Institute Obesity Education Initiative Expert Panel. The practical guide: Identification, evaluation, and treatment of overweight and obesity in adults. NIH Pub. 00–4084.
Nederkoorn, C., Smulders, F. T., Havermans, R. C., Roefs, A., & Jansen, A. (2006). Impulsivity in obese women. Appetite, 47, 253−256.
Postel, M., Ter Huurne, E., De Haan, H., & De Jong, C. (z.d.). Internetbehandeling alcoholdebaas.nl. De ervaringen na drie jaar online hulpverlening voor probleemdrinkers. Amersfoort: GGZ Nederland, Resultaten Scoren.
Powell, L. H., Calvin, J. E., III, & Calvin, J. E., Jr. (2007). Effective obesity treatments. The American Psychologist, 62, 234–246.
Provencher, V., Bégin, C., Gagnon-Girouard, M., Tremblay, A., Boivin, S. & Lemieux, S. (2008). Personality traits in overweight and obese women: Associations with BMI and eating behaviors. Eating Behaviors, 9, 294-302.
Radlof, L.S. (1977). A self-report depression scale for research in the general population. Applied Psychological Measurement, 1(3), 385-401.
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu [RIVM] (2008). Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM,

Download 1.15 Mb.

Share with your friends:
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11




The database is protected by copyright ©sckool.org 2022
send message

    Main page