B achelorthese Psychologie Thema Veiligheid en Gezondheid


Interview Angèle Bakker - Nooitmeeropdieet.nl



Download 1.15 Mb.
Page11/11
Date09.11.2016
Size1.15 Mb.
#1237
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

Interview Angèle Bakker - Nooitmeeropdieet.nl

Maandag 4 mei, 14.00 uur.

S= Sylvie

A= Angèle


S: Als eerste wil ik het graag hebben over de achtergrond van de website. Wilt u een omschrijving geven van wat het precies is?

A: Nooit meer op dieet is een training voor mensen die worstelen met dieet, met diëten. Het gaat niet zo zeer over voeding, maar meer over het psychologische aspect van eten. Dus het is een groepstraining of een e-coachings programma die mensen volgen waarin ze heel erg op zoek gaan naar de oorzaken van hun, hun overgewicht, of te veel eten, of het dwangmatig stuk van eten, dus in ieder geval het stuk probleem wat ze met eten hebben.

S: Wie is de oprichter van de website?

A: Ik


S: En is dat vrijwillig, particulier of

A: Ik ben gewoon in 2004 mijn eigen bedrijf gestart, eigenlijk uit eigen dieetervaring. Ik ben als puber altijd wat dikker geweest. Ik ben nooit heel veel te dik of heel veel te dun geweest maar wel altijd die strijd met eten dat het anders zou moeten. En ik kom oorspronkelijk uit de hulpverlening dus ik heb veel met meiden met eetstoornissen gewerkt en in die hoek hebben wij heel veel cursussen gehad over eetstoornissen maar daarin ook bekeken van goh wat is de achtergrond van etengedrag. Dat wordt bij meiden met eetstoornissen namelijk veel meer uitgediept. Bij gewoon dieet is het ook belangrijk om te ontdekken, waarom heb je dit gedrag en waarom doe je het op deze manier.

S: Dus de directe aanleiding of het doel voor het oprichten van de website, wat is dat nou precies geweest?

A: Nou, ik vooral dat ik merkte, ik was zelf op een gegeven moment met diëten gestopt en ik merkte dat dat me heel veel rust opleverde en ik zie om me heen, ik zag en ik zie, nog steeds heel veel mensen die aan het worstelen met diëten zijn, die dat hun hele leven lang aan het doen zijn en er uiteindelijk helemaal niks mee opschieten. Ik voel het als een soort missie om mensen te laten zien, goh, ga nou niet met een dieet aan de slag maar ga kijken wat de werkelijke oorzaak is en zoek dat op.

S: Waarom is bij dit doel nou gekozen voor deze vorm, voor ook bijvoorbeeld een online programma?

A: Nou ja, als ik mensen moet adviseren geef ik ze altijd het advies om het groepsprogramma te doen, omdat dat gewoon wat meer resultaten biedt. Je bent dan wat actiever bezig en ook met mensen onderling geeft dat heel veel steun. Ik zit in Utrecht en in Delft en een beetje regio Utrecht dus ik merkte dat ik steeds meer vragen kreeg van mensen buiten regio Utrecht die ook met het programma aan de slag wilden. Dus daarvoor heb ik een online versie gemaakt.

S: Dus als ik het goed begrijp zijn er twee programma’s die los staan van elkaar.

A: Ja, ze staan los van elkaar maar dezelfde theorie zeg maar dus je kan zelf kiezen, doe je het in de groep of doe je het thuis.

S: Wat betreft de inhoud op de website en de vormgeving. Is daar nog een specifieke gedachte achter?

A: Nee, qua vormgeving heb ik met een grafische ontwerper gedaan. De afbeelding die je ziet is een paspop wat meer de betekenis heeft van, wees tevreden met hoe je bent. Dat vind ik een heel belangrijk stuk want ik heb veel mensen in de training die eigenlijk niet zo veel overgewicht hebben maar daar wel heel erg mee aan het strijden zijn.

S: Hoe wordt het gefinancierd?

A: Dat doe ik allemaal zelf.

S: Moeten de deelnemers ervoor betalen?

A: Ja, die betalen voor de cursus.

S: Betalen ze ook nog voor dingen op de website?

A: Nee op zich niet nee. Als ze de groepstraining doen betalen ze voor de groepstraining en als ze de e-coaching doen betalen ze voor de e-coaching.

S: Zijn er ook gratis onderdelen op de website?

A: Ja, ik heb een aantal gratis artikelen die je kan aanvragen. Ik ben bezig met een gratis mini-cursus, maar die staat er nog niet op. Die komt er dus aan. Nu kunnen ze al wel een gratis les aanvragen, die kunnen ze dan invullen en ingevuld opsturen en daar krijgen ze dan een reactie van mij op, over hoe ze er mee bezig zijn. En die wordt ietsje uitgebreid naar een soort mini-cursus.

S: Oke, op die manier. En hoe lang bestaat de website al, of het programma?

A: 2004 ben ik gestart.

S: Dat is het reguliere programma. En het online programma, is dat tegelijkertijd gestart?

A: Ja, dat is tegelijk gestart.

S: De doelgroep, wie zijn dat precies?

A: Dat zijn vooral vrouwen van ongeveer tussen de 25 en 55 jaar. Ik heb toevallig net een marktonderzoek gedaan. Ik heb redelijk zicht op de doelgroep, maar het is niet helemaal te specificeren. Het zijn zowel getrouwde vrouwen als single vrouwen, het zijn zowel gezinnen als werkende vrouwen of gewoon thuis. Daar zit niet zoveel verschil in. Wat ik wel merk is dat mensen in ieder geval al veel diëten hebben geprobeerd, maar ook wel een bepaalde mate van zelfreflectie moeten hebben, omdat ze wel bereid moeten zijn om naar zichzelf te kijken en naar hun eigen eetgedrag.

S: Is het nog speciaal gericht op mensen die daarvoor niet naar een huisarts of diëtiste gaan?

A: Meestal zijn ze al een keer naar de huisarts of een diëtist geweest, maar voor het e-coaching programma is het vaak wel dat het een wat lagere drempel is. Als mensen niet echt toegeven van ik heb een probleem en ik zit ergens mee, dan is dit wel een veilige en anonieme manier om ermee aan de slag te gaan. Ik heb veel mensen die al veel geprobeerd hebben dus ook huisarts en diëtist.

S: Merkt u ook dat er veel mensen zijn die het prettig vinden dat het anoniem is of die dat juist daarvoor doen?

A: Ja, vooral in het begeleidingsstukje. Mensen sturen hun opdrachten door en daarin zijn ze vaak heel open in de dingen die ze ervaren of waar ze tegenaan lopen en dat is vooral ook omdat het anoniem is. Ze kennen mij niet en dat maakt ’t makkelijker om meer te vertellen.

S: Hoe wordt de doelgroep precies bereikt?

A: Dat is vooral via internet. Mijn website doet het goed, die wordt goed gevonden. Het grootste deel van de mensen komt via internet. Verder via via, dus mensen die het doorvertellen. Ik heb een boek geschreven die in oktober is uitgekomen, ook daar komen mensen vandaan. Verder, in januari stond er een stukje in de telegraaf, laatst een stukje in de metro. Dat zijn van die publiciteitsdingen waar veel mensen dan op reageren.

S: Zoals op internet, dat is dan zoekmachine marketing?

A: Ja, vooral google wordt het meeste aangegeven, dat ze me daardoor vinden.

S: De verschillende onderdelen van de website, wat zijn die precies? Ik heb gezien dat er een boek is, groepstraining en e-coaching. Wat voor dingen zijn er nog meer?

A: Ik heb toevallig nu wat dingen eruit gegooid omdat ik opnieuw bezig ben met het programma te vernieuwen. 17 mei heb ik daar een startworkshop van. Wat ik wel weet en dat komt er misschien wel weer in is een skatecursus, een hardloopcursus, een keer een allerlei sporten cursus omdat ik ook het sportgedeelte heel erg belangrijk vind, een weekend aanbod hebben we. Maar ik ben nu even terug naar het basisprogramma, en van daaruit willen we weer wat meer modules gaan aanbieden om te kijken van goh, dat mensen zich wat meer kunnen specialiseren in het stuk waar zij tegenaan lopen zeg maar. Ik heb nu een aantal onderdelen eruit gegooid.

S: Er is ook een forum?

A: Ja, ik heb een forum en ik heb een internetgroep. Het forum was niet zo heel interactief dus ik heb er een internetgroep van gemaakt. Dat is dan vooral voor de mensen die e-coaching doen of groepstraining. Die kunnen zich aanmelden en die kunnen daar hun eigen pagina dingetjes bijhouden, bloggen, prikbord, dat soort zeg maar. En binnenkort, dat hoort bij het e-coaching programma maar daar moet ik nog dingetjes in veranderen, is webinars. Webinars zijn online workshops, daar kunnen mensen zich voor opgeven en dan kunnen ze, bijvoorbeeld op dinsdagavond om 19.00 uur doen ze mee, krijgen ze een mailtje met een link, kunnen ze die link openen en dan krijgen ze mijn scherm te zien. Dan geef ik een presentatie, kunnen ze me horen en kunnen ze zelf via de chat vragen stellen of op dingetjes reageren. Dus dat zijn wat extra dingen die ik voor de online mensen, de e-coachings mensen vooral doe, omdat het soms lastig is om thuis alleen aan de slag te blijven. Dit maakt het dan wat interactiever waardoor ze wat meer gemotiveerder raken.

S: Wat de onderdelen betreft. Waarom is voor deze onderdelen gekozen?

A: De groepstraining is in principe de beste vorm. Dat werkt goed. De mensen die geven zich daarvoor op en gaan dan ook heel actief met het programma aan de slag. Ze kunnen elkaar daarin ook ondersteunen. E-coaching heb ik verteld is voor de mensen die het of aan de ene kant anoniemer en veiliger vinden of aan de andere kant ze wonen te ver weg, ik heb zelfs mensen die in het buitenland, wel Nederlandse mensen, die dan graag aan de slag willen ,daar is dan het e-coaching programma goed voor.

S: Wat houdt het precies in?

A: Het e-coaching?

S: Ja.

A: Het boek met e-coaching. Ze krijgen het boek thuisgestuurd en ze krijgen elke week een mailtje over het hoofdstuk waar ze mee bezig zijn. Ze kunnen dan zelf aan de slag met alle opdrachten uit het boek en ze kunnen meedoen met de webinars. Ze kunnen een maatje aanvragen zodat ze met elkaar het programma doen. Ze kunnen op de internetgroep hun reactie geven en ze mogen per hoofdstuk hun conclusie doormailen en daar reageer ik dan weer op. Dus dat is pure thuisstudie.



S: En de groepstraining? Gaat dat ook van het boek uit?

A: Ja, ze zijn allebei aan de hand van het boek.

S: U was nog aan het vertellen waarom gekozen is voor de verschillende onderdelen.

A: Dat was de e-coaching en groepstraining. We hebben dus nog de onderdelen de webinar, de chat. Ik ben nu bezig maar ik moet nog even kijken want het nieuwe programma is nog niet helemaal klaar, een telefonisch spreekuur, dat zijn eigenlijk vormen die ik heb gekozen om de mensen die thuis bezig zijn wat meer te ondersteunen, want als je thuis bezig bent is de neiging groter om te zeggen ach, weet je, ik doe even vandaag of deze week niks want ik kom er niet aan toe of ik vergeet het. Ik ben nu aan het kijken zodat mensen het wat beter kunnen volhouden.

S: Is er een soort van needs assessment gedaan, een behoefteanalyse?

A: Nee.


S: U heeft het wel gehad over een marktonderzoek. Is het daarin misschien nog meegenomen?

A: Ja, in het marktonderzoek hebben we dat laatst wel gedaan. Wat daar uitkomt is de doelgroep die ik binnen krijg dat zijn vooral mensen die problemen hebben met, het afvallen gaat vaak wel, maar het eraf houden. Ze vallen vaak terug in oud gedrag, en ook in oud gewicht, de kilo’s die er weer bijkomen. Dus het blijvend afvallen is eigenlijk het grootste probleem.

S: Wordt daar nog iets mee gedaan

F: Nou we hebben nu het programma aangepast juist aan de hand van het marktonderzoek, omdat dat vaak het probleem is. Een dieet daar ben je dan een aantal maanden of weken mee bezig en dan gaan de kilo’s er wel af, maar vervolgens vallen alle mensen weer terug op een paar procent na. Dat is vooral het grote probleem. In het programma wat ik aanbied, wat nu verbeterd wordt, gaan we veel meer in op inderdaad de oorzaken van, en goed kijken van hoe komt het nou, waar zit het ‘m in. Pas als je dat kan veranderen kan je ook werkelijk blijvend iets veranderen. Maar dat kost wel wat meer tijd.

S: Wat zijn volgens u de belangrijkste factoren die van invloed zijn op afvallen en hoe is daar rekening mee gehouden?

A: Wat ik belangrijk vind is dat mensen niet te snel moeten willen afvallen. Bij mij in de training mogen ze best een beetje opletten of controle houden of in die zin iets. Maar ze moeten niet hun hele eetpatroon gaan veranderen want je gaat op een gegeven moment weer gewoon eten en dan komen al die kilo’s er weer bij. Ik probeer in de training ook heel erg te bekijken van, probeer met kleine veranderingen te beginnen. Dus, een sapje minder of geen toetje na het eten of niet altijd of geen suiker in de koffie. Hele kleine veranderingen die op jaarbasis best wel kilo’s kunnen schelen. Maar dat mensen niet door hebben van goh, ik ben op dieet of ik ben heel erg aan het veranderen. Daarnaast wil ik dat ze leren om goed te luisteren naar, waar heb ik nou eigenlijk zin in. Mensen die heel erg met diëten zijn bezig gegaan hebben heel erg de neiging om altijd zin te hebben in ongezond eten, want dat mag eigenlijk niet. Alles wat niet mag wordt aantrekkelijker. Als ze nu weer gewoon gaan bedenken, oke, ik mag alles weer eten maar ik moet wel goed voelen, heb ik er eigenlijk zin in, dan zullen ze op een gegeven moment ontdekken dat ze eigenlijk soms veel meer zin hebben in wat gezonds te eten omdat ze merken dat dat lekkerder voelt in hun lichaam. Als ze dat ervaren gaan ze eigenlijk van nature gezonder eten en niet omdat het moet. Dat is eigenlijk de basis. Als mensen dat leren, dat is wel een lange weg hoor, maar als mensen dat leren kunnen ze inderdaad voelen, oke, ik heb niet altijd zin in chips of dingen, nee, ik kan goed voelen van een sinaasappel kan net zo lekker smaken.

S: Dus daar wordt specifiek aandacht aan besteed. En is er ook aandacht voor andere psychologische factoren die van belang kunnen zijn bij overgewicht en afvallen zoals depressie of body esteem wordt het genoemd? Of emotieregulatie. Het gaat soms ook over emotie-eten.

A: Ja, dit zijn de dingen waar het in de training om gaat. Als we op zoek gaan naar de oorzaak van hun eetgedrag, komen ze bij een stukje emotie. Soms is het depressie, soms is het gewoon de verveling, soms verdriet, soms boosheid. Soms zit er een patroon achter van vroeger. Ik werk met een medetrainster die familieopstellingen doet. Dus daar komt heel erg bij, wat heb je overgenomen van je ouders of van je moeder vaak in dit geval. Dus we gaan heel erg met die onbewuste processen en emoties de degelijke aan de slag.

S: Wordt er ook nog rekening gehouden met persoonlijkheid?

A: Hoe bedoel je?

S: Uit mijn literatuurstudie kwamen persoonlijkheidseigenschappen als neuroticisme en consciëntieusheid naar boven als belangrijk. Ik weet niet hoe daar precies rekening mee gehouden kan worden, maar ik ben heel benieuwd of daar iets mee gedaan wordt.

A: Wat ik in mijn training merk wat wel een specifiek kenmerk is is perfectionisme, dat is een typisch iets wat heel veel vrouwen hebben. Ze zorgen voor iedereen behalve voor zichzelf en uit die frustratie gaan ze soms eten. Er zijn wel een aantal oefeningen die daar dan weer op ingaan, van goh welke doelen heb je , wat is haalbaar. Vooral het positieve punt, ik heb zelf NLP gedaan, dus ik doe veel met positiviteit. Mensen kunnen altijd heel goed kijken wat ze allemaal niet goed doen maar niet zo goed wat ze wel goed doen. Dat is wel een heel belangrijk onderdeel in de training om inderdaad te kijken van oke, ga nu maar eens benoemen wat je wel goed doet.

S: De volgende vraag gaat over terugvalpreventie, hoe men daar op wordt voorbereid, maar wat ik uit uw verhaal begrijp is dat hett vooral gaat om het veranderen van de levensstijl.

A: Ja, het gaat inderdaad over het hele stuk. Het stuk lekker in je vel. Als je goed voor jezelf zorgt, met aandacht eet, tijd neemt, dan gaat dat afvallen dus makkelijker.

S: Er kwamen nog een paar andere dingetjes uit de literatuur naar voren. Ik ben benieuwd of die er ook in voorkomen, dat is bijvoorbeeld self monotoring gericht op eten maar misschien ook op gevoelens.

A: Ja, dat is een belangrijke. Ik begin altijd met eetschema en dat is iets waarvan ik denk, dat moet je niet te lang doen want dat maakt ook soms dat ze te dwangmatig met ’t eten aan de gang gaan, maar ik werk heel veel met schema’s, dus heel veel bijhouden. Dan gaat het niet om wat ze eten maar meer om de gedachtes en gevoelens rondom eten. Als je een keer gesnoept hebt, wat voor gedachtes had je. Vaak zijn het gedachtes van, zal ik het wel nemen, zal ik het niet nemen. Het mag niet, ach ik doe het lekker toch, eentje maar. Dat moeten ze dan allemaal opschrijven. Wat maakt het dat je iets wel neemt, wat maakt het dat je iets niet neemt. Hoe kun je jezelf daarin remmen. In welke situaties lukt het wel en in welke situaties lukt het niet. Dat moeten ze heel erg bijhouden in verschillende schema’s. in het begin begin ik met het eetschema en later gaat het vaak, bijvoorbeeld een opdacht aanleiding zoeken dat ze gaan kijken als ze teveel gegeten hebben, waar zit het ‘m in. Wat voor gedachtes had ik, wat voor situatie, wat gebeurde er, wie was erbij, dat soort dingen zeg maar. Dat maakt wel dat men veel bewuster wordt. Het gaat eerst om bewustwording voordat ze iets kunnen veranderen.

S: En zoals probleemoplossende vaardigheden? Wordt daar iets mee gedaan?

A: Ja, die horen er een beetje bij. Als ze aan de slag gaan met ’t stuk wat de aanleiding geeft tot eten dan gaan we ook aan de slag met, zou je daar een oplossing voor jezelf in kunnen vinden. Soms is het een oplossing in de zin van even afleiding zoeken of even iets anders doen. Vaak is het ook een oplossing van ga eens onderzoeken waarom je dat gevoel hebt of wat dat gevoel je wil zeggen, want als je dat ontdekt is het soms van oh, ik eet om die frustratie of om die boosheid enzovoorts.

S: Voeding op zich zeg maar, zoals van voedingseducatie, wordt daar nog aandacht aan besteed?

A: Nee, in principe niet. Dat doe ik bewust niet, want ik heb zelf geen voedingsachtergrond, maar mijn visie is ook dat mensen er eerst van los moeten komen. Ik wil niet dat ze gaan bedenken van, oh, dit is gezond dus dit eet ik wel en dit is ongezond dus dat eet ik niet. Ik wil dat ze gaan voelen van, waar heb ik nu eigenlijk zin in. Alles mag als je er echt zin in hebt en als je er dan zin in hebt ga dan rustig zitten, ga rustig proeven en ga niet een hele reep achterovergooien, want daar heb je eigenlijk geen zin in als het om de smaak gaat. Ik wil juist dat ze niet zoveel gaan bekijken van ik ga gezond eten. De mensen in mijn training hebben vaak meer verstand van voeding dan ik Soms vinden ze het eng en gaan ze zeggen ik kan toch niet zomaar alles gaan eten wat ik wil, want dan eet ik veel te veel. Ze mogen best nog een beetje de controle houden, maar het gaat meer over het idee dat ze meer gaan voelen, waar heb ik nu eigenlijk zin in. Want soms eten we automatisch of omdat het toevallig tijd is om te eten of omdat het wordt aangeboden. Mensen moeten leren, nee, ik ga niet meer automatisch eten, ik ga goed voelen, heb ik er eigenlijk wel zin in. En dan merken ze soms dat ze veel minder gaan eten omdat ze bedenken, ik heb eigenlijk helemaal geen honger. We eten vaak zonder honger.

S: En wat ook voorkwam is stimulus controle, niet de dingen opzoeken zeg maar. Wordt daar wat mee gedaan?

A: Ja, dat is een beetje dubbel Aan de ene kant zeggen ze altijd van, het is goed om met die stimulus om te gaan want ik bedoel, je komt overal eten tegen. Je kan wel zeggen, ik ga het uit de weg maar dat gaat niet altijd lukken. Dus hoe ga je ermee om, ik bedoel, als er gebak op je werk is en je hebt er niet zo’n zin in vinden mensen het soms ook vervelend om het af te slaan of onbeleefd. Daar hebben we het dan over, wat ga je dan zeggen zonder dat je zegt, ik ben aan de lijn of nee, ik heb er geen zin in. Aan de andere kant, heel veel mensen hebben soms een pot drop op hun werk. Eigenlijk is dat zonde want dan word je steeds geconfronteerd met dropjes terwijl als het er niet staat wordt je er ook niet mee geconfronteerd. Dus dat zijn dingen, in huis ook, zet dan geen lekkers in huis, zet gewoon fruit in huis, dat is prima, want doordat je het ziet ga je er over nadenken of je er misschien zin in hebt. Maar als je het niet ziet hoef je er ook niet over na te denken. Dus dat is een beetje dubbelop. Ze moeten ermee leren omgaan maar ze moeten ook kijken van hoe kan ik mijn omgeving zo maken zodat ik er niet steeds mee in aanraking kom.

S: Ook een hele belangrijke was, cognitieve herstructurering. Dus dat de hele gedachte erover moet veranderen. Maar daar heeft u al wat over verteld.

A: Ja.


S: Beweging, wordt daar ook aandacht aan besteed geloof ik?

A: Ja, ik heb zelf wat programma’s met skaten en met hardlopen. In het boek moeten ze ook het beweegschema invullen. Wat ik ook belangrijk vind is dat ze gewoon in het dagelijks leven wat meer gaan bewegen. Dat zijn van die standaard tips zoals wat vaker de trap, ga een blokje om tijdens je werk. Dat zijn vaak huiswerk opdrachten en dan probeer ik ook te bekijken ga vooral iets doen wat ze leuk vinden. Dat is wel een groot verschil. Soms ik het zo van, ja dan moet ik weer naar de sportschool en dat houden ze drie keer vol en dan zijn ze er klaar mee. Dan ga ik met mensen brainstormen, er zijn vele miljoenen vormen van bewegen en iedereen vindt wel iets leuk. Bij de een is dat makkelijker dan bij de ander. Vaak komen ze dan op een stukje dansen of je gaat ‘s ochtend met Nederland in beweging meedoen of wat vaker wandelen of met het gezin iets doen. Dus het gaat erom, doe vooral iets wat je leuk vind want dan hou je het langer vol.

S: Het stellen van haalbare doelen. Hoe pak je dat aan?

A: Ja, dat is een hele belangrijke. Mensen willen een heleboel, ze willen een heleboel bereiken en in mijn programma is het vooral lange termijn werk. Ik geef als voorbeeld dat ik al 10 jaar een vrij stabiel eetpatroon heb, maar ook nog wel eens een keer teveel eet of anders eet waarvan ik denk, jee, dat had niet gehoeven. Dus we moeten niet verwachten dat het met drie maanden anders is en daar ben ik wel heel veel mee bezig want dat maakt soms dat ze wat ongemotiveerd raken. Zo van ,oh, zie je, het lukt me niet, het gaat gewoon met stapjes vooruit maar ook met een stapje terug. Dat hoort er gewoon bij, want eten is er altijd en overal, is belangrijk en heeft een heleboel functies. Daar kan je niet zomaar in veranderen. Zeker niet als mensen daar al hun hele leven mee aan het stoeien zijn. Dus ik probeer altijd te kijken van maak een doel, maak kleine tussenstappen, vier het als je het hebt gehaald. Dan niet met eten maar beloon jezelf. Hoe kleiner hoe beter want het gaat erom dat ze het halen. In de groepstraining is het vaak ook wel, het gaat niet zo goed want zus en zo en dan noemen ze eigenlijk een heleboel goeie dingen op en dan geef ik ze altijd terug van kijk eens wat je wel hebt gehaald. Dan is het van oh ja. En kijk eens hoe je de training begon, oh ja, dan heb ik eigenlijk best wel veel geleerd. Daar moet je ze wel altijd mee helpen want van nature kijken ze vooral van dit lukt nog niet en dat lukt nog niet. Dus dat is wel een belangrijk stukje.

S: Wordt er ook getailorde informatie aangeboden, dus dingen afgestemd op de persoon.

A: Dat is vaak in de training wel. Ik geef heel veel voorbeelden en dingetjes die handig zijn om te doen, maar daarin kijken we altijd van, goh , kijk nou of dit bij je past. Iemand kan een hele goede tip hebben voor zichzelf maar voor een ander kan het bijvoorbeeld helemaal niet werken. Dus dat zijn dingen die wel terug komen, ga je nou niet vergelijken met en ander want die doet het op een andere manier, Ik laat ze altijd tips aan elkaar geven maar zeg er altijd bij, kijk of dit bij je past. Ik laat het ze wel uitproberen, maar als je dan voelt, dit is niet mijn ding, probeer dan een andere manier.

S: En de huidige gebruikers wie zijn dat precies? U heeft al iets verteld over de doelgroep, maar weet u iets van BMI of gemiddeld gewicht?

A: Nee, daar weet ik niks van en daar wil ik niks van weten want dat past niet bij mijn visie. Wat wel opvalt is dat ik vrouwen heb van heel dun tot heel dik. Mensen zijn soms verbaasd, die zeggen, oh ik had hier allemaal dikke vrouwen verwacht. Nou, dat is niet zo. Dat is ook wel leuk voor de doelgroep zelf om te ervaren, soms zien ze iemand en dan denken ze, wat komt die hier doen die heeft helemaal geen overgewicht. Tijdens de cursus merken ze dat diegene misschien nog wel een groter probleem heeft dan zij zelf, omdat het niet gaat om de kilo’s. Het gaat puur om het stuk hoe doe je het in je hoofd en hoe zie je het in je hoofd. Dus dat maakt het dat het eigenlijk van dun naar dik gaat.

S: Als ik het goed begrijp is het echt voor iedereen die een soort van probleem met eten heeft.

A: Ja.


S: Kan iedereen deelnemen ongeacht leeftijd of gewicht?

A: Ja, op zich wel. De jongste was volgens mij 20. Ik ga wel in de toekomst iets met kinderen doen. Er zit wel een bepaalde grens, maar ik heb nog nooit iemand in die richting aangemeld gekregen. Het is wel een grijs gebied tussen eetstoornissen en eetproblemen. Ik werk met eetproblemen en niet met eetstoornissen. Ik heb contact gehad met het eetstoornissen centrum in Zeist om eventueel mensen door te verwijzen als ik daarin twijfel heb. Maar dat blijft soms een lastig gebied. Soms heb ik mensen waarvan ik denk, nou, die lopen wel tegen een eetstoornis aan. Ik heb er eentje gehad die een eetstoornis heeft gehad en die wilde graag een cursus om een beetje de goede weg te blijven volgen. Ja, die had eigenlijk toch wel wat meer hulp nodig. Die heb ik ook weer doorverwezen naar vervolgtraining. Als ik merk dat iemand een eetstoornis heeft dan hebben ze meer hulp nodig en dan moeten ze dat niet bij mij halen.

S: En bijvoorbeeld mensen met ernstige obesitas?

A: Ja die heb ik inderdaad wel begeleid en dat is op zich ook geen probleem, want die hebben vaak al een heleboel andere dingen geprobeerd. Dus ik kan ze dan wel doorverwijzen bijvoorbeeld naar een diëtist terwijl ze daar misschien al 20 keer zijn geweest. Dus die kunnen vaak wel de juiste hulp vinden, maar wat lastig is met mijn programma is dat ze niet zo heel snel afvallen. Dus gezondheidstechnisch zullen ze wat meer moeten afvallen, maar dat is vaak niet zo heel erg haalbaar. Dus dat blijft een moeilijk gebied waar ze inzitten en waar ze soms ook wat meer hulp bij nodig hebben. Dat zijn wel dingen waar we in de specialisaties wat meer in doorgaan, maar dat wordt bijna meer therapeutisch wat je dan gaat doen. Sommige hebben er een heel probleem achter zitten en die los je zomaar even niet met een basiscursus van mij op.

S: U heeft het nu over specialisaties, dat is iets wat u nog gaat doen?

A: Ja, we hebben een weekend training gedaan samen met een andere trainster die doet dan wat meer op het spirituele gebied. Een beetje onbewuste patronen ontdekken en daarmee aan de slag. Daar willen we meer verdieping in aan gaan brengen en eventueel iets meer met het sportprogramma dat mensen daar wat actiever in gaan worden. Het probleem met vrouwen is vaak timemanagement. Vrouwen zeggen vaak dat ze geen tijd hebben om met dit stuk aan de slag te gaan want ze hebben een gezin en een man en een baan en ga zo maar door. Dus dat wordt een belangrijk stuk dus die onbewuste patronen, een stukje NLP en positiviteit is een belangrijke waar mensen tegenaan lopen.

S: Wat is NLP?

A: NLP is neuro-linguistisch-programmeren. Dat zijn een soort technieken voor de communicatie. Het gaat er eigenlijk over dat je op een vrij snelle en makkelijke manier kan bekijken hoe je je doel kan bereiken, en hoe je de hindernissen kan ondervangen. Dus je kijkt van waar wil ik eigenlijk heen en wat houdt me tegen. Wat kan me helpen om wel naar m’n doel te komen. Ik heb laats cursus mindfulness gedaan, bewustzijn training en dat is ook wel iets waarvan ik denk, dat past goed bij het eetstuk omdat eten ook heel erg gaat om bewustwording. Ik ga nu eerst de basistraining neerzetten en vanuit die hoek gaan we kijken van wat is de behoefte van deelnemers. Waar willen ze nog eigenlijk wat meer ondersteuning in en dan gaan we dat verder ontwikkelen. Die dingen zijn er wel maar we moeten nog even kijken hoe we dat vorm gaan geven.

S: Is het programma al eens geëvalueerd?

A: Ja, ik werk nu met de Nederlandse vragenlijst van eetgedrag, van … En ik ben heel erg op zoek naar , hoe kan ik mijn training beter meten. Omdat het bij mij vooral gaat om het stukje lekkerder in je vel en dat is soms wat vaag en moeilijk te meten. In die Nederlandse vragenlijst van eetgedrag kan ik wel zien dat ze allemaal wat lager scoren op emotioneel eten en extern eten en soms iets hoger op lijngericht eten en dat is logisch want tijdens de training gaan ze bewuster met hun eten om dus gaat dat stuk ook omhoog, dus dat zijn wel logische resultaten maar het is niet een hele goeie vragenlijst om mee te meten. Ik ben nu nog een beetje aan het zoeken naar een vragenlijst die ik kan gaan gebruiken. Een soort levensgeluk vragenlijst of levenskwaliteit vragenlijst om m’n training wat meer meetbaar te maken. Dus als jij daar nog wat leuks in weet! Dan hoor ik dat graag.

S: Wie weet is dat nog interessant om mee te nemen. Ik zal wel eens kijken of ik daar iets in kan vinden.

Wat betreft de effecten. U weet dus niet precies wat de effecten zijn?

A: Wat ik in de training merk is dat mensen veel meer bewust worden . Ze merken veel meer dat ze inderdaad vaak eten zonder honger vaak onbewust of uit frustratie of emoties eten. Het is vaak dat ze merken dat ze wat minder stress over eten krijgen. Vaak als ze met de training beginnen zijn ze heel obsessief of dwangmatig met eten bezig. Ze zijn dan heel erg bezig met, dit mag wel en dit mag niet en zich schuldig voelen na teveel eten en na slecht eten. Dat zijn dingen die erg afnemen. Mensen die voelen veel meer, ik ben veel ontspannener met eten. Het is niet meer zo’n groot item waar ik mee aan het stoeien ben. Dus dat zijn heel erg resultaten die eruit komen.

S: Wat is volgens u het sterkste punt van het programma?

A: Dat zijn er een heel aantal. Vooral wat ik net vertel, dat stuk ontspannen met eten omgaan. Ik merk dat heel veel, vooral vrouwen, dat ze heel erg dwangmatig met eten, met gewicht, heel erg ontevreden en daar biedt de training houvast om daar wat minder stress over te hebben. Het is een hele positieve training. Het gaat heel erg over van, wees nou niet zo streng voor jezelf, zie eens wat je goed doet, kijk eens wat goed gaat, neem stapje voor stapje en dat hebben mensen vaak nodig omdat ze vaak al zoveel diëten hebben geprobeerd en heel erg het gevoel hebben van, het lukt me niet, het lukt me niet, ervaren ze nu van, oke, het lukt me wel. Misschien niet zo snel als we willen maar ik zie wel de dingen die nu anders gaan en het gaat niet over eten, dat is voor de mensen vaak heel fijn, omdat ze zo aan het stoeien zijn met eten maar hier gaat het veel meer over zichzelf, hoe sta je erin hoe kijk je ernaar. Het gaat over bewust worden. Heb ik nou eigenlijk honger. Al hebben ze 100 keer dieet geprobeerd, hebben ze nooit gedacht, goh, laat ik eens gaan eten als ik honger heb.

S: Als u kritisch kijkt, wat is dan een zwak punt?

A: Nou, wat lastig is, en waar ik ook nog steeds een beetje zelf mee aan het stoeien ben, is inderdaad het kilo’s verliezen. Dat dat heel ingewikkeld is. En dat blijft bij mij een stuk dat ik denk, moet ik daar wat meer aandacht aan besteden. Moet ik toch wat meer op restricties en dingen niet eten. Dat past niet in mijn visie, dus dat wil ik ook niet. Maar mensen willen wel graag wat meer kilo’s kwijt. En ik merk wel dat dat heel ingewikkeld is. Dat blijvend gewicht verliezen voor heel veel mensen bijna niet haalbaar is. Dat blijft wel een beetje een struikelblok. Want heel veel mensen zien wel van, ik ga veel ontspannener met eten om, ik ga veel meer eten naar behoefte, ik kan stoppen als ik genoeg heb, maar die kilo’s gaan er ook niet zo snel af en ik wil toch wel wat meer afvallen. Dat blijft een beetje een moeilijk punt vind ik.

S: Heeft u er een idee over hoe u dat zou willen veranderen?

A: Nee, dat is lastig want, wat ik gelezen heb is dat voor mensen die echt obesitas hebben dat als ze 10 procent van hun gewicht verliezen, dat is al een hele prestatie, zelfs als ze gelijk blijven in gewicht is al een hele prestatie. Dat redden ze vaak wel in mijn training en dat zeggen sommigen ook. Als ik terug kijk ben ik vaak elk jaar wel een paar kilo aangekomen en nu helemaal niet. Nou, dan hebben ze eigenlijk wel winst maar dat is voor hun natuurlijk niet genoeg winst. Je kan dan inderdaad weer op een stuk dieet gaan zitten, maar dan zijn ze over 5 jaar nog verder van huis want dat werkt sowieso niet. Dat is ook wel een van de redenen dat ik met een boek voor ouders en kinderen bezig ben, omdat ik denk, het begint in de opvoeding, als kinderen daarin een goeie relatie met eten krijgen. Daar zullen ze de rest van hun leven plezier van hebben. Want nu wordt er heel vaak getroost met eten, beloond met eten, eten is gezellig, nou ja, noem alle functies maar op. En als ouders zich daar meer bewust van zijn, denk ik, dat dat heel erg kan helpen in de preventie van overgewicht. Voor mensen die nu heel veel overgewicht hebben, die moeten niet te hoge eisen hebben. Als die gewoon op gewicht blijven of een beetje afvallen is dat eigenlijk al een hele goede prestatie. Dus zo probeer ik ze ook een beetje te laten zien, maar dat is natuurlijk lastig als je zelf over de 100 kilo weegt ,dan wil je onder de 100 en dan ben je niet blij met een paar kilo eraf. Dat blijft een moeilijk punt.

S: Ziet u ook mogelijkheden voor verdere ontwikkelingen?

A: Nou ja, dat stukje spirituele, dat klinkt natuurlijk een beetje zweverig maar dat is het absoluut niet. Maar het stukje uitzoeken van waar zitten die blokkades, dat is heel belangrijk. Daar ben ik nu zelf mee aan de slag. In het weekend van nooitmeeropdieet hebben we dat twee keer uitgeprobeerd. Je ziet dat het soms heel diep weg ligt bij mensen, wat eigenlijk de oorzaak is. Een dieet werkt echt op de oppervlakte, dat gaat nergens over. Je gaat alleen maar met je eten aan de slag en denkt dat het daarmee opgelost is. Maar als je ontdekt dat het heel erg gaat over een stukje eigenliefde, eigenwaarde, zelfvertrouwen, dat zijn allemaal van die werkelijke factoren die heel erg meespelen. Mensen vinden het zichzelf vaak niet waard, zijn onzeker enz. Als we daarmee aan de slag gaan dan merken ze ook dat ze minder behoefte hebben aan eten, want eten is vaak een soort bescherming of troost. Dus dat is wel de kant die we meer willen opgaan zeg maar.

S: Hoe lang zijn de gebruikers gemiddeld met het programma bezig?

A: Dat wisselt een beetje. Het e-coachingprogramma is een haf jaar, het nieuwe groepsprogramma wordt 3 maanden maar dan is er wel het advies om door te gaan. En of ze dat zelf thuis doen of met een soort specialisatie-workshop dat maakt niet zoveel uit. Ik heb ook mensen die nu met intervisie bezig zijn en al mijn trainingen hebben gevolgd die zij al 1, 2 jaar bezig. Dat is natuurlijk het stuk ook. Je bent er een aantal jaren mee bezig om het goed op te pakken. Maar goed, mensen zijn soms ook al 20 jaar bezig met diëten dan is het ook logisch dat ze een aantal jaren bezig zijn om het weer af te leren.

S: Zijn er ook gegevens bekend over drop-out of over dat gebruikers het programma succesvol afronden.

A: Bij de groepstraining is dat niet zoveel. In de groepstraining die ik gegeven heb misschien 2, 3 keer iemand die eerder stopten, maar dat zijn vaak mensen die het wel afmaken. Bij de e-coachingprogramma, dat was voorheen het online programma, daar is de uitval wel wat hoger, omdat het gewoon lastiger is om het thuis te volgen. Je krijgt snel de neiging het bijltje erbij neer te gooien. Ik probeer wel altijd dus mensen te mailen met joh, hoe gaat het, kan ik wat voor je betekenen, kun je het weer oppakken. Dat blijft een lastig iets. Mensen moeten wel die zelfdiscipline blijven hebben om het gewoon te blijven doen. Een percentage heb ik niet precies, dat zou ik niet weten, maar dat ligt in ieder geval hoger dan bij de groep.

S: De gebruiksvriendelijkheid van het e-coaching programma, wat vind u daarvan?

A: Ik ben daar wel wat meer tevreden over, ik ben het aan het ontwikkelen nu. Voorheen kregen mensen het boek en konden ze thuis aan de slag en gewoon hun opdrachten doormailen en dat was eigenlijk alles. Ik heb nu een mailprogramma, straks in het nieuwe programma krijgen ze 2 of 3 keer in de week een mailtje en dat maakt dat ze er wat actiever bijblijven. Dan worden ze in ieder geval weer herinnerd in het stuk dat ze aan de slag moeten. En ook met de nieuwe vormen van een internetgroep, van een webinar, van een chatsessie. Dat zijn wel allemaal leuke dingen die mogelijk zijn waardoor het ook voor mensen thuis wat interactiever wordt. Ze leren elkaar kennen, op de internetgroep zien ze foto’s van elkaar, ze kunnen daar op reageren. Als ze een workshop hebben gehad kunnen ze zich aanmelden op de groep en dan weten ze wie wie is. Dat maakt het wel allemaal dat mensen het wat makkelijker kunnen gaan volhouden.

S: De gebruiksvriendelijkheid. Is het makkelijk te gebruiken de dingen die op internet staan?

A: Ja, op zich wel. Het is natuurlijk wel een beetje afhankelijk van hoe makkelijk mensen met internet zijn. Ik heb sommige deelnemers die doen bijna niks op internet en die vinden het dan ook moeilijk om het allemaal in te vullen, maar over het algemeen, de mailtjes krijg je gewoon thuis, dat kan iedereen. Knippen en plakken en dingen doorsturen naar mij dat is ook geen probleem. Maar bij de internetgroep is het soms even zoeken van hoe moet ik reageren of hoe kan ik een blog plaatsen en hoe kan ik daar weer op reageren. Dus dat is soms voor mensen wel even uitzoeken.

S: Wordt daar nog specifiek aandacht aan besteed?

A: Ja, ik reageer altijd zelf gewoon snel, dus als mensen daar een vraag over hebben dan reageer ik daar weer op of anderen en dat wordt meestal wel uitgelegd.

S: Hoe groot is de deelnemende groep?

A: Gemiddeld was de groep rond de 8 personen. We gaan nu iets grotere groepen doen, omdat we ook met z’n tweeën zijn, dus dan zullen het er 12 tot 15 worden. We zullen dan de groep wat meer splitsen en dan ga ik met een andere trainster die trainingen doen.

S: Hoeveel mensen zijn het in totaal die aan de groepscursus en het e-coachings programma deelnemen?

A: Dat wisselt. Ik ga binnenkort starten met het nieuwe programma, dus daar kan ik nu nog niks over zeggen en de groepstraining, ik denk in totaal over de 100 in al die trainingen begeleid. En qua e-coaching en online programma zullen dat er een paar honderd zijn. Dus dat wisselt een beetje.

S: En bij e-coaching op dit moment?

A: Op dit moment zijn er denk ik 25 bezig met het programma.

S: De klant tevredenheid, is daar iets over bekend?

A: Ik doe altijd een evaluatie formulier. Daarin zijn mensen vaak wel heel tevreden vooral over de groepstraining, die mensen maken het wat sneller tot het einde af dus die zijn er ook wat tevredener over. En ja daar heb ik al wat over gezegd, wat ze inderdaad aangeven wat ze eruit halen.

S: Dan nog even kort iets over de technologische mogelijkheden van internet. Waarom is er door u gebruik gemaakt van een online programma? Is dat puur omdat mensen in het hele land gemakkelijker te bereiken zijn of heeft het ook te maken met grotere mogelijkheden van dingen die je met internet kan doen?

A: Het is en en. Internet geeft gewoon extra mogelijkheden en dat is extra ondersteuning zeg maar. En omdat eten iets is waar je dagelijks mee geconfronteerd wordt en mee aan het strijden bent is het prettig dat mensen op meerdere vlakken terecht kunnen.

S: Wat heb ik u nu nog niet gevraagd wat ik wel absoluut moet weten?



A: Nou, je bent aardig compleet geweest. Wat ik als mijn missie voel is dat stuk dat mensen gewoon stoppen met diëten Wat ik verbazingwekkend vind is dat mensen 10, 12 diëten hebben gevolgd en weer fris met de dertiende beginnen en denken, nu gaat het wel werken. Dat verbaast me altijd enorm. Als ik in de groepstraining zie hoeveel mensen zeggen, ik heb dit geprobeerd, ik heb dat geprobeerd, ik ben 3 keer naar de weight-watchers geweest, ja, als het gewerkt had, had je er maar 1 keer heen gehoeven. En toch gaan mensen het weer proberen, dus het blijft een gebied waarvan ik denk, ja, als je een of andere wonderpil uitvindt zal daar het gros van de mensen mee aan de slag gaan. Want mensen zijn wanhopig op zoek naar de oplossing om dit probleem op te lossen en die oplossing is niet zo simpel. Dat blijkt wel in mijn training. Het is vaak een heftige en confronterende training en dat is nodig om daar echt veranderingen in aan te brengen.




Online afvallen: Analyse van drie interventies

Download 1.15 Mb.

Share with your friends:
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11




The database is protected by copyright ©sckool.org 2022
send message

    Main page